Elektrolyser van FME. Beeld: TNO/Eric de Vries
Author profile picture

De ambities van de overheid wat betreft waterstof zijn groot. Het Nationale Waterstof Programma laat zien dat de overheid vol voor waterstof als energiesysteem van de toekomst wil gaan. Maar, hoe staat onze waterstofsamenleving en -economie er eigenlijk voor? In de zomerserie ‘Nederland, waterstofland’ bespreken we met technici en wetenschappers de stand van zaken aan de hand van thema’s uit het Nationale Waterstof Programma. In de zesde aflevering: innovatie en maakindustrie.

beenhere

Nationaal Waterstofprogramma

Het Nationale Waterstof Programma 
Het Nationale Waterstof Programma (NWP) werd begin juli aangeboden aan de staatsecretaris door de cross-sectorale werkgroep waterstof (CSWW). CSWW is een samenwerking van 19 organisaties. Het programma vloeit voor uit het Klimaatakkoord van de overheid. In de Kabinetsvisie Waterstof is de beleidsagenda opgenomen waarin de inzet van de Rijksoverheid verder is uitgewerkt. De periode tot en met 2021 is de voorbereidingsfase voor de daadwerkelijke opschaling en uitrol van waterstof vanaf 2022. De tweede fase van het NWP – eigenlijk de echte start – gaat op 1 januari 2022 in.

Groene waterstof is er nog niet. Het moet gemaakt worden. Daarvoor zijn onder meer elektrolysers nodig, die zonne- en of windenergie omzetten in waterstof. Als exportland liggen er voor Nederland kansen in de elektrolysersmarkt. “Maar we moeten wel heel veel gas gaan geven, willen we de koppositie behalen”, zegt Ronald Stevelink, business developer voor het cluster Energie bij de brancheorganisatie FME. 

“Andere landen hebben al productielocaties. Zoals ITM Power in Engeland. En Duitsland heeft met Siemens al een grote voorsprong. Voor de productie van groene waterstof worden de kaarten nu geschud.”

Nederland wil koploper worden bij het produceren, gebruiken en exporteren van waterstof en daarvoor benodigde technieken, zo vermeldt het NWP. Daarvoor heeft Nederland een goede uitgangspositie, duidt het programma: “Een uitstekende gasinfrastructuur die her-inzetbaar is voor transport van duurzame waterstof, een groot potentieel aan offshore-wind voor de productie van groene waterstof, een industrie die de sterke wil heeft om te verduurzamen, en innovatieve bedrijven en kennisinstellingen die nieuwe oplossingen kunnen ontwikkelen.”

Blinde vlek

Stevelink was vier jaar geleden een van initiators van de waterstofactiviteiten binnen FME. “Toen stond waterstof als alternatief voor fossiele brandstoffen nog echt in de kinderschoenen.” Hij werkte bijvoorbeeld mee aan het onderzoek naar de kansen voor de Nederlandse waterstofindustrie. Daarvoor werden 260 Nederlandse bedrijven geïnterviewd. “In dat onderzoek kwam een blinde vlek naar voren: we hebben in Nederland geen fabrikant van grote elektrolysers.” 

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat gaf de opdracht voor dat eerste algemene onderzoek. Daarop volgend onderzochten FME en TNO samen met 10 Nederlandse provincies de regionale mogelijkheden voor de bouw van elektrolysers in Nederland. “We kwamen erachter dat er veel verborgen maakindustrie is. Mensen wisten zelf niet eens dat zij onderdelen van elektrolysers konden maken.” 

Vervolgens startte FME, samen met TNO, een ‘Elektrolyser Makersplatform’ met 80 bedrijven die kunnen bijdragen aan een elektrolyser. Rogier Blokdijk, verantwoordelijk voor het waterstof dossier binnen FME en betrokken bij de oprichting van het platform. Hij is de link tussen de bedrijven die zich met groene waterstof bezig houden en de verschillende projecten die lopen. “Ons doel is de krachten te bundelen. Om die kennis te delen. Om samen verder te kunnen ontwikkelen hebben elkaar nodig. We moeten in Nederland net even wat slimmer zijn dan andere landen. In Duitsland en Frankrijk gooien ze er wat miljarden tegenaan. In Duitsland heb je bijvoorbeeld een groot conglomeraat als Siemens, wat daar veel geld voor vrij kan maken. Zulke bedrijven heb je niet meer in Nederland.”

Een goedkopere elektrolyser

Stevelink: “De kostprijs voor een elektrolyser is nog erg hoog. We onderzoeken hoe we die kunnen verlagen.” De business developer is betrokken bij het programma Hyscaling dat deze maand van start gaat. “Een driejarig onderzoek waarbij alle grote maakindustrie bij betrokken is. We willen een dertig procent goedkopere elektrolyser kunnen bouwen. Dat onderzoek gaat veel meer de diepte van de technologie in.” Bij dit onderzoek zijn onder meer TNO, TU Eindhoven, The Institute for Sustainable Process Technology (ISPT) en Fraunhofer in Duitsland betrokken.

Wil Nederland op de exportmarkt gas kunnen geven, dan moet er wel vraag ontstaan, stelt Blokdijk. “Die vraag ontstaat wel langzaam maar dat moet nu nog met subsidies. De voorspellingen zijn dat groene waterstof goed kan concurreren ergens tussen 2030 – 2035. Daar kunnen we niet opwachten. Dan is de inhaalslag niet meer te maken en kunnen we geen koploper meer worden.” 

Blokdijk juicht de komst van een NWP toe. “Er zijn regionaal veel projecten, maar er ontbreekt een nationale richting.” Stevenink is het daarmee eens: “ Het NWP bundelt de regionale initiatieven en onderstreept dat het een ontwikkeling is waar Nederland achterstaat. Bedrijven en overheid werken steeds meer in dezelfde richting samen.”

DJEWELS

Binnen het project DJEWELS werkt Gasunie samen met Nobian, voorheen AkzoNobel Specialty Chemicals. Op het Chemie Park Delfzijl willen de bedrijven een elektrolyser ontwikkelen van 20-30 MegaWatt. De klant van die elektrolyser bevindt zich ook op het Chemie Park, BioMCN, een (bio)methanolproducent. Zo draagt het project bij aan de gehele keten voor groene waterstof. Europese en nationale subsidies vanuit de Europese Commissie moeten het project mogelijk maken.

“Als je als Nederland koploper wilt worden, dan moet je aan de slag met dit soort projecten”, zegt Koen Wiersma, business developer bij Gasunie. Nederland heeft een netwerk voor aardgas, wat gebruikt kan gaan worden voor waterstof. “Op de totale energiebehoefte zijn de 20 MegaWatt van dit project klein. Het ‘verdwijnt’ in het grote geheel als je het in het netwerk stopt. Maar als je verder wil met waterstof, dan moet je stappen maken met dit soort projecten, om uiteindelijk bij GigaWatts uit te komen. De landen om ons heen zijn er ook mee bezig en dat is goed.”

Er is ook een DJEWELS 2 project, een verdere opschaling naar 40 MegaWatt. Daarbij is Sky Energy de afnemer van de groene waterstof. “Die gaat er uiteindelijk biokerosine van produceren voor KLM.” Naast de werking van elektrolyse in combinatie met opschaling, laten deze demoprojecten zien welke contracten en afspraken er in die nieuwe keten nodig zijn, stelt Wiersma. “Het is nodig om verder op te schalen. Hier in Delfzijl zit er nog maar een paar honderd meter tussen productie en gebruik.” 

Werkgelegenheid

Alle aanpassingen en innovaties in het aardgasnetwerk en bijvoorbeeld het bouwen van elektrolysers leiden tot nieuwe banen en zorgen ervoor dat bestaande banen behouden blijven. “Je ziet een verschuiving in het bestaand werk met aardgas met gelijke componenten, tot totaal nieuwe banen”, zegt Cor Leguijt, Manager Energie en Brandstoffen CE Delft. “Die elektrolysers zijn er nu gewoon niet. Dat is echt een nieuw soort werkgelegenheid.” 

Leguijt schreef, in 2018, samen met collega’s van CE Delft en Hinicio het rapport ‘Werk door groene waterstof’. Daaruit blijkt dat de productie van groene waterstof door elektrolyse een substantiële bijdrage kan leveren aan het behoud van werkgelegenheid en het creëren van nieuwe banen in Nederland. Dan moet waterstof wel op grote schaal toegepast gaan worden. In april van dit jaar volgde een update. Daaruit blijkt dat de arbeidsvraag in 2030 tussen de 6.000 en 17.300 voltijdsbanen ligt en in 2050 tussen de 16.400 en 92.400. Ter vergelijking: de huidige werkgelegenheid in Nederland in de chemiesector is 41.000 voltijdsbanen, in de aardgaswinning 4.700, en in de energievoorzieningssector 25.000.

Leguijt: “We krijgen sinds dat eerste rapport uit 2018 een steeds scherper beeld van waar we over een paar jaar met groene waterstof staan in Nederland. Wat alleen nog niet duidelijker is geworden hoe onze export van bijvoorbeeld componenten van elektrolysers of andere waterstoftechniek zich zal ontwikkelen.” Daarom staan er geen cijfers over wat die export aan werkgelegenheid oplevert. “Duidelijk is wel dat er kansen zijn.” 

Technisch personeel

Om die exportmarkt te ontwikkelen is een goede eigen markt nodig, gaat Leguijt verder. “Er moet vraag naar zijn. Dan kom je bij een ander punt, dat eigenlijk voor de gehele energietransitie geldt: er is voldoende gekwalificeerd personeel nodig om al die plannen te kunnen gaan uitvoeren. Netbeheerders hebben bijvoorbeeld nu al moeite om voldoende mensen aan te trekken die zorgen voor de kabels om het elektriciteitssyteem mee uit te breiden.”

Het is volgens Leguijt “echt een reden tot zorg”. “Het is echter breder dan alleen groene waterstof.  Gebrek aan technisch gekwalificeerd personeel raakt de hele energietransitie.”

Geïnteresseerd geraakt? Lees hier de complete serie tot nu toe

Of check ons complete waterstof dossier