Het regent goede ideeën die de stad beter maken. Meestal gaan deze gepaard met het beschikbaar komen van digitale informatie die supersnel wordt doorgegeven zodat de inwoners zich gemakkelijk door hun stad of dorp kunnen verplaatsen. Fysiek of digitaal. Denk bijvoorbeeld aan het e-loket voor burgerzaken. Paspoort ophalen? Dat kan door het digitaal aan te vragen. Vuilcontainer vol? Dan meldt een sensor dat de gemeente een wagentje moet sturen om hem te legen. Komt er drukte aan vanwege een evenement in het stadion? Dan kan de verkeersdienst de stoplichten vooraf zo regelen dat de auto’s sneller door kunnen rijden. Ontstaat ergens file? Sensoren in het wegdek geven de verkeersdienst door dat de snelheid op de naburige wegen omlaag moet om te voorkomen dat die ook dichtslibben.

Maar de keerzijde van al die smart systemen, die we lijken te omhelzen, is dat al die digitale informatie systemen ook gehackt kunnen worden. Dan liggen alle gemeenten die dat overkomt wel mooi plat. „Stel dat een hacker alle verkeersborden op de ringweg A10 bij Amsterdam rode kruizen zet”, zegt Hans Nouwens, directeur van Nationaal Smart City Living Lab, een onderzoeksbureau dat zich bezighoudt met inspraak van burgers in de digitalisering van hun leefomgeving. „Dan lopen alle wegen daar in de buurt vast.”

Hackers

Dat risico lopen de smart cities van tegenwoordig door hun afhankelijkheid van digitale informatiesystemen. De vraag is alleen: welke hacker doet zoiets? „De echte cyber war speelt zich af op andere vlakken, zoals tussen landen die elkaars wapensystemen aanvallen”, zegt Nouwens. „Op stedelijk niveau verwacht ik niet dat iemand de systemen gaat hacken. Maar het kan dus wel.”

Lees hier meer over Smart Cities op Innovation Origins

Maar er zijn ook andere risico’s. In de eerste plaats zijn er de afgelopen tien jaar zoveel digitale registratiesystemen in de openbare ruimte bijgekomen dat het een wirwar wordt. Digitalisering is onvermijdelijk als je als gemeente bij de tijd wilt blijven, zegt Nouwens. „Maar wie weet er ondertussen nog wat er allemaal voor systemen draaien en wat voor waarnemingskastjes waar hangen? Voor systemen waarvoor een vergunning aangevraagd moet worden om ze te plaatsen, is dat geen probleem. Meestal is een registratie daarvan terug te vinden in het kadaster. Maar als het gaat om luchtmeetsystemen die een particuliere organisatie ophangt zonder dat deze een vergunning aanvraagt, weet alleen degene die ze ophangt waarschijnlijk dat deze er zijn.”

Registratie tegen wil en dank

Een tweede risico is dat je als burger geen keuze hebt om wel of niet geregistreerd te worden op plekken in de openbare ruimte. Zoals op plaatsen waar een camera hangt, bijvoorbeeld. „Je hebt daar niet de keuze om zoals bij internet een cookie af te wijzen. Je aanwezigheid wordt geregistreerd door een camera als deze ergens hangt waar je bent. Of je dat nu wilt of niet. Soms weet je niet eens dat je gefilmd wordt.”

Daarbij is er de extra complexiteit dat burgers zelf ook camera’s bij hun huis ophangen. Die filmen ook passanten, terwijl dat wettelijk niet mag. „Het is bijna niet te controleren of er camera’s illegaal hangen of niet”, zegt Nouwens. Dat kan alleen als daar heel streng op gehandhaafd wordt. „Je weet dus ook niet wat de eigenaar van de camera met de beelden doet.”

Commercieel gebruik van particuliere data

Een derde risico is volgens Nouwens dat de overheid het beheer van informatiesystemen uitbesteedt aan internetbedrijven die de daarmee gegenereerde informatie commercieel zouden kunnen gebruiken zoals voor de verkoop van producten. „In Toronto is een wijk die in samenwerking met de gemeente helemaal smart gemaakt is, in samenwerking met Google. Daar wordt bij wijze van spreken gemeten hoe vaak iemand de wc doortrekt, de ijskast open en dicht doet, enzovoorts. Voor het monitoren van ouderen bijvoorbeeld of kleine kinderen lijkt dat handig. Maar wat als al deze informatie wordt gebruikt voor de verkoop van producten aan deze bewoners? Daar was het project niet voor bedoeld. We moeten met bewoners in gesprek over de toepassing van al die informatie systemen. In principe leveren ze een bijdrage aan de werking van de democratie omdat voor iedereen snel inzichtelijk te maken is hoe schoon of vervuild de lucht ergens is, als je overal metertjes ophangt, of hoeveel ongevallen er in bepaalde straten plaats vinden. Daardoor kan je snel ingrijpen. Maar dan is het wel belangrijk dat overheden die informatie ook delen met de burgers.”

Van 17 tot 21 november vindt in Barcelona het Smart City Expo World Congress 2019 (SCEWC) plaats waar veel Nederlandse organisaties aan deelnemen. In aanloop naar de missie vindt op 10 oktober een evenement plaats in Utrecht. Aanmelden kan hier