RWE, Shell, Gasunie en Equinor hebben hun samenwerking bevestigd om met het project AquaSector een volgende stap te zetten richting een enorm offshore-waterstofpark voor de kust van Duitsland. Het project maakt onderdeel uit van het AquaVentus-initiatief, een samenwerkingsverband van tientallen bedrijven, overheden en onderzoeksinstellingen die zich ten doel hebben gesteld om in 2035 een elektrolysecapaciteit op de Duitse Noordzee te hebben van 10 gigawatt.

Het gaat daarbij om stroom uit windmolenparken. De waterstof zal via het eiland Helgoland verder worden getransporteerd naar het vasteland. Dat zal gebeuren via een stelsel van pijpleidingen onder de naam “AquaDuctus”.

Studie tot 2028

De eerste jaren zijn vooral bedoeld als studie. Dat komt neer op 300 megawatt elektrolysecapaciteit in 2028, wat goed is voor 20.000 ton groene waterstof per jaar die op Helgoland zal worden verzameld en ook grotendeels daar gebruikt.

Meld je aan voor onze Nieuwsbrief!

Je wekelijkse innovatie overzicht: Elke zondag onze beste artikelen in je inbox!

    Helgoland is een klein Duits eiland op ongeveer 140 kilometer ten noordoosten van de stad Groningen en 60 kilometer van Cuxhaven.

    “Het project AquaSector moet aantonen of de waterstofproductie op zee voor Duitsland een efficiënte, financieel voordelige en duurzame manier van productie is”, aldus RWE in het persbericht.

    Het grote voordeel van waterstofproductie op zee is volgens het Duitse energieconcern dat er minder hoogspanningsgelijkstroomkabels nodig zijn. Eén waterstofpijpleiding kan volgens RWE vijf van deze (zeer dure) hoogspanningskabels vervangen, wat het niet alleen financieel aantrekkelijk maakt, maar ook ecologisch meer verantwoord omdat de meest waarschijnlijke route van Helgoland naar het vasteland door de Duitse Bocht en de kwetsbare Waddenzee loopt.

    5-trapsraket

    Het AquaVentus-initiatief is een soort 5-trapsraket bestaande uit AquaPrimus, AquaCampus, AquaPortus, AquaSector en AquaDuctus.

    AcuaPrimus is de allereerste proefopstelling van 14 megawatt aan elektrolysecapaciteit die in 2023 klaar moet zijn. Die installatie zal echter nog draaien op zonne-energie en op het vasteland staan. Om precies te zijn in het plaatsje Sassnitz op het schiereiland Rügen.

    AquaCampus staat voor een R&D-centrum op 45 kilometer van Helgoland. Hier worden alle technologieën uitgetest en verder ontwikkeld door wetenschappers. De eerste waterstof hier zal worden geproduceerd met de elektriciteit van 2 windmolens. Het is de bedoeling dat dit er met AquaProces dan steeds meer worden. Het is nog niet helemaal duidelijk hoeveel elektrolysestations er komen en hoe groot ze worden. Het meest waarschijnlijk zijn grote stations van het formaat boorplatforms.

    AquaPortus loopt van 2024 tot en met 2029 en betreft hoofdzakelijk de uitbreiding van de havencapaciteiten op Helgoland en het CO2-vrij maken van het eiland. De eerste waterstof zal worden gebruikt op het eiland zelf. Daarna zal het worden gebruikt als brandstof voor schepen en/of verder worden vervoerd naar de kustregio.

    AquaDuctus staat voor de aanleg van waterstofpijpleidingen tussen elektrolyseplatformen op zee, AquaCampus, Helgoland en het vasteland.

    Lees ook het artikel Energie-eilanden op de Noordzee: goed nieuws voor het klimaat en een kans voor ondernemend Nederland.

    Steun ons!

    Innovation Origins is een onafhankelijk nieuwsplatform, dat een onconventioneel verdienmodel heeft. Wij worden gesponsord door bedrijven die onze missie steunen: het verhaal van innovatie verspreiden. Lees hier meer.

    Op Innovation Origins kan je altijd gratis artikelen lezen. Dat willen we ook zo houden. Heb je nou zo erg genoten van de artikelen dat je ons een bedankje wil geven? Gebruik dan de donatie-knop hieronder:

    Doneer

    Persoonlijke informatie

    Over de auteur

    Author profile picture Maurits Kuypers is als macro-econoom afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam met als specialisatie internationale betrekking. Sinds 1997 is hij actief als journalist, eerst 10 jaar op de redactie van Het Financieele Dagblad in Amsterdam, daarna als freelance correspondent in Berlijn en Centraal-Europa. Bij technologische innovaties heeft hij ook altijd oog voor de financiële haalbaarheid van een project.