In een straal van pakweg 250 meter rondom mijn domicilie wonen ook families uit China, India, Chili, Turkije, Egypte, Noorwegen en Schotland. En ongetwijfeld zijn er nog meer nationaliteiten te vinden. Zo fijnmazig was mijn onderzoek nu ook weer niet.
Vorige week stond er nog ’n Italiaanse verhuiswagen uit te laden.
We ‘buurten’ in het Engels en zo mogelijk ook af en toe ’n woord of zin in het Nederlands.
Op een van de naburige basisscholen zitten leerlingen, afkomstig uit meer dan 40 verschillende landen. Er wordt, wat heet, multilingual education aangeboden: 50 % van de lessen wordt er in het Engels gegeven.
Wat eens het Latijn was is nu het Engels. De lingua franca van onze tijd, zoveel is wel duidelijk.

Het hernieuwde pleidooi om meer aandacht voor Duits en Frans als schoolvak in het Voortgezet Onderwijs is sympathiek en historisch gezien zeer verklaarbaar: we weten niet beter dan dat de buurtalen een prominente plek in het curriculum hebben.
Real mutual understanding is het hoge en nastrevenswaardige ideaal. Als zodanig decennia geleden reeds geformuleerd door de Raad van Europa: iedere Europeaan verstáát minimaal de taal van zijn buurland(en) en spréékt een andere taal dan zijn moedertaal.
De eenheid binnen Europa wordt er door versterkt zodra alle buren dat zouden doen, hetgeen overigens nog steeds niet het geval is.

Er zijn krachtige economische en culturele banden met Duitsland. Het is ons grote buurland. De talen zijn verwant en velen vieren er vakantie.
Maar jongere Duitsers spreken over het algemeen vloeiend Engels. Als exportland is Duitsland gebaat bij flinke bevordering van het Engels als tweede taal op Duitse scholen. Dat sluit mooi aan bij de gebruiken in Nederland: dus waarom meer Duits zou je zeggen?


Met het Frans is het nog minder vanzelfsprekend gesteld: vakantieland nummer één voor Nederlanders. Maar dat is het ook wel zo’n beetje.
Het Frans als dé wereldtaal van de elite is passé en in België’s economisch gezien belangrijkste landsdeel, Vlaanderen, kun je vandaag de dag heel goed terecht met het Nederlands.
En ja, Fransen, onverbeterlijk als zij zijn, spreken nog steeds weinig ‘over de grens’: dus daarom meer Frans?

Het valt te betwijfelen of de oproep naar meer Duits en Frans op school anno 2019 nog veel weerklank vindt.

Het valt te betwijfelen of de oproep naar meer Duits en Frans op school anno 2019 nog veel weerklank vindt.
Hoe wonderschoon deze talen ook zijn, en hoe groot ook de culturele verbondenheid schijnt te zijn, niet vergeten dat Chinees en Spaans dé nieuwe wereldtalen zijn.
Nederland heeft als handelsnatie wereldwijde connecties.
’n Keuze voor de buurtalen is derhalve minder evident dan het lijkt.

Één op de zeven mensen op deze aarde spreekt Chinees.
De Nieuwe Zijderoute wint in rap tempo aan belang. Eurazië wordt erdoor linea recta verbonden met het grote Chinese voorland. Over handelsbelangen gesproken.
Spaans is weliswaar minder wereldwijd verspreid dan Engels, maar meer mensen spreken Spaans als eerste taal. Kennis van één Romaanse taal blijft altijd ‘n plus. Waarom dan ook niet voor de ‘grootste’ kiezen ?!

Er zijn nog maar weinig vanzelfsprekendheden bij de keuze van vreemde talen in het leerplan, dat blijkt.
Engels biedt gelukkig houvast, de naderende Brexit ten spijt. Het is niet anders.

Pieter Hendrikse beziet “Vanaf De Hovenring” de gebeurtenissen in en soms ook buiten Eindhoven. Hij doet dat zowel vanuit zijn eigen expertise (onderwijs, sociaal/cultureel domein) als in een vrije rol.

Steun ons!

Innovation Origins is een onafhankelijk nieuwsplatform, dat een onconventioneel verdienmodel heeft. Wij worden gesponsord door bedrijven die onze missie steunen: het verhaal van innovatie verspreiden. Lees hier meer.

Op Innovation Origins kan je altijd gratis artikelen lezen. Dat willen we ook zo houden. Heb je nou zo erg genoten van dit artikel dat je onafhankelijke journalistiek wil steunen? Klik dan hier: