Het zal de voorbije weken weinig mensen zijn ontgaan. Duitsland dreigt in een recessie te belanden, en de regering in Berlijn doet te weinig om het te voorkomen. Er is een te grote fixatie op het terugdringen van de overheidsschuld, zo zeggen de critici, terwijl ondertussen de infrastructuur vervalt, overheidsgebouwen wegrotten en snelheid van het internet stapvoets is.

Berlijn moet de portemonnee trekken en snel. Anders wordt Duitsland weer de zieke man van Europa.

Spaardrift

De kritiek is deels terecht. Over de diepgewortelde behoefte om niet meer uit te geven dan er binnenkomt, kun je strijden. Die hebben we in Nederland ook, en het argument dat we niet op de zak mogen leven van komende generaties, daar zit ook wel wat in.

Maar het is ronduit frustrerend dat de plannen voor verbetering van de infrastructuur er op zich gewoon zijn, ze worden alleen niet uitgevoerd door teveel complexe regelgeving, bureaucratie en inspraakprocedures.

Toch is de indruk onterecht dat Berlijn helemaal niks doet om Duitsland modern en innovatief te houden. Dat blijkt onder andere uit de mening van de zogenoemde “buitenuniversitaire onderzoeksinstellingen”. Dat zijn Max-Planck, Fraunhofer, Helmholtz en Leibniz: vier instellingen met elk hun eigen specialisaties die van onschatbare waarde zijn voor Duitsland als kenniseconomie, maar ook in breder zin voor het wereldwijde klimaatbeleid, biodiversiteit en ziektebestrijding.

De buitenuniversitaire onderzoeksinstellingen zitten overal verspreid over Duitsland

120 miljard subsidie

De buitenuniversitaire instellingen hoeven zich niet bezig te houden met onderwijs en kunnen zich volledig richten op fundamenteel en toegepast onderzoek. Ze zijn daardoor een nuttige aanvulling op de gewone universiteiten. Er komen regelmatig start-ups uit voort, en ook het bedrijfsleven profiteert van hun kennis. En over recessies hoeven ze zich geen zorgen te maken, want de financiering is verzekerd dankzij een nieuw pact voor “Forschung und Entwicklung” (PFI) dat de regering een paar weken geleden heeft gesloten.

“Wat ons betreft heeft de regering dit pact een sterk signaal gegeven”, zegt een woordvoerder van het Helmoltz Gemeinschaft in een reactie. “Het nieuwe PFI zorgt ervoor dat wij de komende tien jaar er elk jaar 3% bij krijgen.”

De Max-Plack Gesellschaft laat weten eveneens buitengewoon tevreden te zijn. “Met dit pact kunnen we zonder zorgen onze toekomst plannen.”  Het PFI-pact is niet nieuw. Het eerste pact werd in 2005 besloten door het eerste kabinet van Angela Merkel. Wat wel anders is aan dit pact, zo laten de instituten weten, is de looptijd. Eerdere PFI-afspraken liepen altijd voor vier jaar. Nu is dat tien jaar, en het gaat niet om peanuts.

Tot 2030 stroomt er ongeveer 120 miljard euro aan subsidies vanuit Berlijn en de deelstaten naar Max-Planck & Co. Dat is een geldstroom waar menig buitenlandse universiteit de vingers bij zal aflikken, en het is volkomen onafhankelijk van de economische conjunctuur. Het is langetermijnplanning in optima forma.

 

Dit het eerste deel van een serie over een mogelijke recessie in Duitsland en de gevolgen die dat heeft voor innovatie en R&D-uitgaven