toelichting bij INGTen opzichte van drie jaar geleden is Limburg twee plaatsen gestegen op de Innovatie Index van ING. De prestaties op het gebied van bedrijvendynamiek en patentaanvragen zijn verbeterd en in innovatieve uitgaven per inwoner moet de provincie alleen Brabant nog maar voor zich laten. Volgens ING spelen de Brightland-campussen – en met name die in Geleen – een belangrijke rol in de groei.

Limburg neemt hiermee voor het eerst een positie in de middengroep in; de Randstadprovincies domineren nog steeds de top van de lijst. Alle provincies zijn beoordeeld op jongerenpotentieel, competenties, bedrijvendynamiek, flexibiliteit en innovatieve investeringen.

Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland hebben het hoogste aanpassingsvermogen. Ze kennen relatief meer jonge, goed opgeleide mensen en een hoge bedrijvendynamiek. Ook op de andere pijlers wordt redelijk tot goed gescoord. In de Randstad is de zakelijke dienstverlening sterker oververtegenwoordigd dan elders. Deze sector is sterk innovatief, vooral op het vlak van digitalisering en het gebruik van big data. Noord-Brabant stijgt dankzij de hoge innovatieve investeringen boven de middenmoot uit, maar schiet op de andere pijlers tekort.

ING innovatief vermogen

Brabantse bedrijven zijn goed voor de helft van alle Nederlandse patentaanvragen, bedrijven in Eindhoven voor 40%. De 1e plaats op het gebied van innovatieve investeringen is het gevolg. Limburg staat hier op 2. DSM en Océ waren samen goed voor €335 miljoen aan binnenlandse R&D-uitgaven. “Voor Limburg is de Brightlands Chemelot Campus een belangrijke spil”, zegt ING. “De groei van het aantal bedrijven en banen tezamen met de clustering van productie en research verstevigt de positie van vooral de chemie in de regio. De hightech industrie in Noord-Limburg kent veel links naar Brainport.”

ING patenten en zo

Nederlandse economie bloeit

INGDe economie staat er goed voor. Voor 2018 en 2019 verwacht ING Economisch Bureau een bbp-groei van bijna 3% resp. 2,5%. Alle sectoren en provincies laten groei zien. Vooral die van de maakindustrie springt in het oog. Deze sector is sinds 2010 het sterkst van alle sectoren gegroeid. De groei bedroeg jaarlijks gemiddeld jaarlijks 5% in de elektrotechnische- en machine-industrie en – dankzij VDL – liefst 16% in de transportmiddelenindustrie. Deze groei zit dankzij robotisering en andere vormen van procesinnovatie vooral in toename van de arbeidsproductiviteit, de banengroei was minder hoog. De helft van alle Nederlandse bedrijven met R&D-activiteiten is een industriebedrijf. In de specialistische zakelijke dienstverlening en ICT is dit 13% resp. 8%. De industrie is verantwoordelijk voor 57% van de R&D-uitgaven van bedrijven, de dienstensector voor 37%.