De gemiddelde leeftijd van de start-up-ondernemers bij UtrechtInc is ongeveer 30 jaar, zegt Herman van den Berg, marketing manager bij UtrechtInc. Daar blijven ze gemiddeld zo’n vijf jaar voor ze uitvliegen. „Ze zijn iets ouder dan je meestal ziet bij andere start-up incubators. Dat komt doordat de startende Utrechters doorgaans een academische studie afgerond hebben en lang doorwerken aan het marktklaar maken van hun product.”

Marketingmanager Herman van den Berg van UtrechtInc Foto: Lucette Mascini

Lees hier meer over hoe de TU Eindhoven de vermarkting van kennis aanpakt

Lees hier meer over ‘valorisatie’ van kennis

Wat is UtrechtInc?

„UtrechtInc is in juni elf jaar geleden ontstaan uit verschillende partijen. De ene had een ondernemerschapsprogramma, de andere beheerde gebouwen. Op een gegeven moment is er bedacht: waarom doen we dat niet samen?”

Wat doet UtrechtInc precies?

„We hebben ondernemerschapprogramma’s waarbij we startende ondernemers helpen met het starten van hun bedrijf. Daarvoor krijgen ze workshops, begeleiding, coaching, wat ze maar nodig hebben. Verder leveren we de standaardfaciliteiten zoals het kantoor, de co-working space waar kleine bedrijven kunnen zitten, koffie, internet, dat soort zaken. Om de ondernemers te ontzorgen. We hebben partnerships met onder anderen accountants en advocaten. Vooral Utrechtse partijen die hier hun service gratis aanbieden aan de ondernemers. Daarnaast hebben we een netwerk van mentor, die de ondernemers helpen waar ze maar nodig hebben.”

Wie zijn die mentoren dan?

„Mensen die ervaren ondernemers zijn of zijn geweest, zoals het duo dat ticketscript heeft opgezet. Dat is aan Eventbrite verkocht. Een van hen heeft in San Francisco gewerkt voor Eventbrite. Zij delen hun ervaring en dat is echt enorm waardevol. Verder zijn er mentoren uit het bedrijfsleven, zoals mensen afkomstig van ondernemingen als Unilever, Ahold en Aegon. Dat zijn mensen die veel met MKB’ers werken. Omdat veel start-ups producten maken voor MKB’ers, kunnen die mentoren veel introducties verzorgen en daarmee direct handig zijn voor onze start-ups. Andere mentoren zijn investeerders. Dat zijn mensen met een aanmerkelijk privé-kapitaal, of mensen die werken voor investeringsmaatschappijen.”

Beleggers?

„Ja, de kleine varianten daarvan: de venture capitalists en zogeheten angel investors. Zij zoeken naar teams waarin ze kunnen investeren. Als een starter bij een incubator als UtrechtInc gezeten heeft, is dat al een soort keurmerk. Ze weten dat eventuele fouten in hun bedrijfsvoering er bij ons al uitgefilterd zijn.”

Waarom zijn de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht aandeelhouder van UtrechtInc?

„Het vermarkten van hun kennis is een van hun kerntaken: onderwijs en valorisatie. Dat geldt ook voor het UMC. Aan de ene kant is het handig dat wetenschappers met hun onderzoek de markt op kunnen. Daar begeleiden wij ze in. Dat zijn specialisten en artsen in het ziekenhuis die geen idee hebben van hoe je een bedrijf opzet.  Het kan zijn dat ze iets uitvinden dat werkt in het UMC en waarvan ze denken: dit kunnen andere ziekenhuizen ook gebruiken. Daar zijn die bedrijven voor bedoeld.”

Heb je een voorbeeld van zo’n innovatie?

Prolira is een goed voorbeeld. Daar werken nu dertien mensen; een aantal artsen en een aantal ondernemers. Zij hebben een zogeheten Delta Scan ontwikkeld. Dat is een apparaat waarmee verpleegkundigen in een vroeg stadium een delier kunnen herkennen. Ze hebben daarvoor ingewikkelde software. Die verwerkt hersengolven die gemeten worden door een strip met daarin een sensor en elektroden die je op het hoofd van de patiënt plakt. Vroeger gebeurde dat handmatig hetgeen tot een hoog foutpercentage leidde. Er was geen standaard meetmethode. Nu heb je voor 90 procent zekerheid dat er inderdaad sprake is van een delier, of niet. Iedereen kan de methode toepassen. Je hebt daarvoor geen arts nodig. Dat was vroeger wel zo. Het is goedkoper, de medische zorg is beter en je kunt de delier al in een vroeg stadium herkennen.”

Hoe is dat product ontstaan?

„Zo’n zeven jaar geleden was er een arts in het ziekenhuis die dacht: waarom is zo’n product er niet? Hij is dat toen zelf gaan ontwikkelen. Inmiddels wordt door diverse ziekenhuizen en medische partners gewerkt met dit product.”

Hij dacht: ik kan zo’n instrument wel maken.

„Precies. Daarna is een business developer van het UMC ermee aan de slag gegaan. Hij heeft niet gedacht: ik ga met een partner als Philips of GE in zee. Hij is er andere mensen bij gaan zoeken en is gewoon een onderneming begonnen.”

Is die uitvinder van Prolira nu helemaal binnengelopen op dit product?

„Nee. Dat is nu absoluut nog niet aan de orde. Start-ups die voorkomen uit de Universiteit Utrecht hebben vaak een lange aanlooptijd voordat er daadwerkelijk waarde wordt gegenereerd. Vooral als het gaat om de productie van hardware in de medische sector moet je eindeloos klinische studies doen. Je moet certificeren.”

De start-up moet een intensief traject doorlopen voordat het product klaar is?

„Ja, heel erg intensief. Daar zijn vaak ook heel veel subsidies voor nodig. Je moet ook maar weten waar je die vandaan kunt halen.”