Automotive Campus wil de plek zijn waar leefbaarheid en ondernemerschap samenkomen

In tien jaar tijd heeft de Automotive Campus zich enorm ontwikkeld. Na de voorzichtige, soms zelfs moeizame beginjaren, is nu de tijd aangekomen om het voortouw te nemen als plek waar het werken zowel aangenaam is voor individuele medewerkers als effectief voor de daar gevestigde bedrijven én vriendelijk voor onze planeet. “We kennen allemaal inmiddels ‘het nieuwe werken’”, zegt Pieter Rahusen, new business developer van de campus. “Maar wij voegen daar nog iets aan toe. Je zou het het nieuwe nieuwe werken kunnen noemen: het campuswerken.”

Dat vraagt om een toelichting. Wat is dat eigenlijk, dat campuswerken? Rahusen: “Daarvoor moet je niet alleen kijken naar wat we nu al doen, maar daar ook onze plannen voor de komende jaren aan toevoegen. Om met die eerste laag te beginnen: wat je nu al ziet is dat de mensen die hier actief zijn zich bijna werknemer van de campus voelen, terwijl ze eigenlijk in dienst zijn van de bedrijven die hier gevestigd zijn.”

Events

Dat gevoel is volgens Inez van Poppel, community en eventmanager, geleidelijk aan ontstaan en heeft alles te maken met de concentratie van bedrijven die samen een ecosysteem zijn gaan vormen. “Niet alleen die bedrijven zelf dragen daar trouwens aan bij. Het zijn ook de kleinere en grotere events die we organiseren, de congressen en lezingen: dit alles is van invloed op de samenhang die al die afzonderlijke spelers weer sterker maakt. Als je alleen al kijkt wat het ITS-congres ons onlangs heeft gebracht. De hele wereld kwam daarvoor naar Helmond en zag hier wat wij kunnen bijdragen aan innovatie voor onze sector. Het effect daarvan is enorm.”

Pieter Rahusen vult aan dat, om de Automotive Campus nog aantrekkelijker te maken voor nieuwe partijen, onlangs ook een deel van het Automotive House ingericht is als werkplek voor wisselende bedrijven. “Dat is direct een succes gebleken. In een flexibele setting kunnen bedrijven er voor een of enkele dagen per week komen zitten. Ze profiteren dan direct van het gehele ecosysteem, zonder dat ze direct een eigen pand hoeven neer te zetten. Er maken nu ruim tien partijen gebruik van. Natuurlijk verwachten we dat een deel daarvan uiteindelijk kiest voor een permanente vestiging, maar dat is geen verplichting.”

Campuspark

Het ligt voor de hand dat er in de toekomst meer van dit soort wisselende werkplekken bij gaan komen. Maar de campus is niet alleen gericht op zoveel mogelijk nieuwe gebouwen. “Nee, dan zouden we het campuswerken tekort doen. Nog voor het einde van dit jaar gaan we van start met de aanleg van het nieuwe campuspark. Mede dankzij een Interreg-subsidie wordt daarbij biodiversiteit alle ruimte gegeven en tegelijk een plek gecreëerd waar we vergaderplekken en horeca kunnen concentreren. Volledig in het groen, met alle aandacht voor het milieu, want ook dat is campuswerken. Mensen voelen zich nu eenmaal veel prettiger in een groene omgeving.”

Uiteindelijk doel daarbij blijft wat het was: open innovatie rond de automotive sector stimuleren en daarmee de betrokkenen op persoonlijk, bedrijfs- en maatschappelijk niveau een stap verder helpen. “Leefbaarheid is daarbij doorslaggevend. Vandaar ook dat we zo blij zijn dat Summa en Fontys hier inmiddels een vaste plek hebben gevonden. Samen met de overheid en de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven zetten we als een super-helix de stappen die nodig zijn. En dat we daarbij onderdeel zijn van het grotere campus-ecosysteem van Brainport, dat maakt het allemaal nog kansrijker.”

automotive campus park