(c) Fotografie MCM productions voor Sitech Services, Chemelot site Geleen

Hoewel het overgrote deel van olie en gas wordt ingezet voor energie en brandstoffen,  neemt de procesindustrie zo’n 15 procent van olie- en gasgebruik voor haar rekening, met de bijbehorende CO2-emissie. Mooie, groene initiatieven, met elektrificatie en hernieuwbare grondstoffen in plaats van olie en gas, zijn ondertussen al volop in de maak. De bottleneck, volgens Arnold Stokking, CEO van Brightsite en aanjager van de vergroening van de chemische industrie vanuit ENZuid, blijft echter de opschaling. 

Op de online top ‘Groene chemie, nieuwe economie’ op 24 februari gaan beleidsmakers, financiers, vertegenwoordigers van de industrie, onder wie Diederik Samsom (Green Deal Europe), Wouter Bos (Invest-NL), Focco Vijselaar (EZK), Guustaaf Savenije (VDL) Frank Kuijpers (SABIC), Albert Markusse (COSUN), Paul de Krom (TNO), in op de economische kansen die deze transitie biedt aan de maakindustrie, agro- en recyclingsector.

Vernieuwingsopgave 

In aanloop naar het Klimaatakkoord zijn binnen de Klimaattafels voor alle sectoren afspraken gemaakt over hun CO2-reductie. Dit geldt ook voor de procesindustrie. Desalniettemin blijft de energietransitie vooralsnog vooral gericht op olie en gas als brandstof.

“De tijd is rijp om de focus te verleggen naar de grondstoffentransitie en de nieuwe elektrische processen”, benadrukt Stokking. “We moeten ophouden met kolen stoken in elektriciteitscentrales en om auto’s op benzine te laten rijden. Het grootste aandeel van de CO2-emissie, namelijk 85 procent, komt immers voor rekening van olie en gas als brandstof. Wij weten ook dat de chemiesector zich kenmerkt door een aantal grootgebruikers van olie en gas, met bedrijven zoals Shell, DOW, SABIC, YARA of OCI Nitrogen. Zij zullen door een transitie moeten. Daarbij dient het beprijzingsmechanisme van CO2 vanuit Europa en Nederland als stok achter de deur. Om de klimaatdoelen van 2050 (95 procent CO2 reductie) te behalen is de transitie naar elektrificatie van hun productiewijze en de inzet van hernieuwbare grondstoffen nodig.”

Stoppen is geen optie

“Stoppen met de procesindustrie is helemaal geen optie”, legt Stokking uit. “Zou Nederland ophouden met de productie van kunststoffen, kunstmest en halffabricaten, dan zouden we die wel ergens anders vandaan halen. Nederland is erbij gebaat dat wij die industrie behouden. Al was het maar dat die werkgelegenheid biedt aan maar liefst 100.000 mensen alleen al in Zuid-Nederland! Daarnaast hebben we die producten simpelweg nodig. Te meer omdat ze wel degelijk kunnen bijdragen aan een duurzamere samenleving. Denk bijvoorbeeld aan lichtgewicht materialen voor auto’s of goed isolatiemateriaal voor huizen. Wij zijn het in Nederland gewend om aan oplossingen te werken en zijn heel goed in innoveren. Daarnaast hebben we een sterke hightechsector voor elektrificatie naast sterke agro- en recycle-sectoren voor hernieuwbare grondstoffen.” 

Hoewel de industrie van oudsher gevestigd is in het zuidelijke deel van het land, zoals Chemelot in Geleen, Zeeuws Vlaanderen en Moerdijk, kun je volgens Stokking zeker niet spreken van een “regio-ding”. “In Zuid-Nederland staan de grote installaties. Zoeken naar een efficiënte oplossing is echter zeker geen regionale kwestie. Het is zelfs te groot voor Nederland. De oplossingsroutes zijn daarom nationaal en zelfs Europees geformuleerd. Wij moeten alles inzetten om de benodigde volumes en resultaten te behalen!”

Laboratorium

Hoewel er ondertussen allerlei mooie initiatieven zijn ontwikkeld om de procesindustrie te vergroenen, blijven die volgens Stokking vooralsnog veelal steken in de laboratoria.

“De oplossing is er wel: olie en gas vervangen door hernieuwbare grondstoffen. Dat is op zich ook nog niet zo ingewikkeld. Opschalen blijft echter lastig. Dat heeft veel te maken met de ketenformatie-issue. In plaats van simpelweg de oliekraan open te draaien, krijgen de fabrieken namelijk te maken met allerlei voor hen vreemde bedrijven en sectoren. Zo moeten ze opeens gaan samenwerken met de agro-, recycle- en hightech-sector.”

Arnold Stokking

Elektrificatie

Elektrificatie van het productieproces is daarbij van groot belang. Stokking: “We moeten bedrijven helpen innoveren met elektriciteit. Zo is de elektrolyse een bekende technologie om waterstof uit water en stroom te maken. Maar het is nog lang niet voldoende efficiënt en is te duur. Ook kun je met plasma-technologie onder bepaalde condities moleculen splitsen en synthetiseren, dus kunststoffen of waterstof maken vanuit bijvoorbeeld methaan zonder CO2-opwekking. Chemie werd vroeger vanuit gasverhitting benaderd. Willen wij echter als Nederland onze koploperpositie in de chemie behouden, dan moeten we de kansen grijpen om met de hightechsector samen te werken.”

Incentives

Een uitdaging bij de transitie naar ‘groene chemie’ is naast het samenbrengen van partijen ook de financiering. Stokking: “Olie is nu een enorm efficiënte business. Terwijl de boodschap die wij hebben helemaal niet zo fijn is: de alternatieven zijn voorlopig allemaal duurder.” 

Willen wij echter als Nederland onze koploperpositie in de chemie behouden, dan moeten we de kansen grijpen om met de hightechsector samen te werken.

Arnold Stokking, CEO van Brightsite

Om die bittere pil te verzachten, zou de nadruk binnen het overheidsbeleid dan ook veel meer moeten liggen op stimuleren. “Op dit moment is dat beleid nog heel erg gericht op het bestraffen van CO2-emissie. Beleidsmakers zouden zich ook moeten richten op incentives, anders blijven we het spul uit het buitenland halen, al dan niet gemaakt vanuit fossiele grondstoffen. CO2 beprijzen is weliswaar nodig, maar wellicht kunnen we lessen trekken uit de energietransitie. Zoals de SDE ++ regeling: een mooie manier waarmee de overheid de aanleg van windmolens en zonne-energiecentrales stimuleert. Een soortgelijke regeling is hier ook nodig.”

Maatschappelijk probleem

De vervuiling zit volgens Stokking bovendien slechts voor een beperkt deel bij de industrie zelf. “Zij stoten CO2 uit met hun eigen processen. Maar plastic komt ook terecht in de maatschappij. De regel van ‘de vervuiler betaalt’ is dan ook veel te simplistisch. Of het gaat om de plastic tassen van de Albert Heijn of om al die mondkapjes die we nu massaal dragen: zolang we die blijven gebruiken, en ze vervolgens in de verbrandingsoven verdwijnen, schiet het voor geen meter op. En dan heb je het nog niet eens over al dat plastic dat we nodig hebben om onze producten vers te houden. Het is een breed maatschappelijk ‘issue’ dat we samen moeten oplossen. En wel in samenwerking met overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen.”

Licht aan het einde van de tunnel

Toch ziet Stokking wel degelijk licht aan het eind van de tunnel. “Er is voldoende bewijs dat zo’n vergroening mogelijk wordt met de inzet van alternatieve grondstoffen en elektrische processen. Het kan dus allemaal wel! Maar ben je wel eens in Limburg langs het fabrieksterrein van Chemelot gereden? Het is zo’n enorme schaal! Dan begrijp je ook wel dat we er de volle 30 jaar tot 2050 voor nodig hebben om stap voor stap nieuwe processen op te schalen en die fabrieken te vergroenen.”

En daar is dus het nodige werk voor aan de winkel. Stokking: “Ketenvorming, financiering en beleid: ze zijn alle drie hard nodig, anders komen we er niet. Die aspecten zijn ook onderling afhankelijk. Zo heb je bijvoorbeeld financiële ondersteuning nodig om een business case sluitend te krijgen, beleid nodig om actie te stimuleren en ketenvorming om de sectoren aan elkaar te koppelen. De Actie-agenda Groene chemie, nieuwe economie, die woensdag op de online top wordt gepresenteerd, is bedoeld om deze transitie te versnellen door knelpunten weg te werken en hands-on vergroeningsinitiatieven te stimuleren. 

Zo beschrijft de agenda een negental initiatieven die illustratief zijn voor een hele scala aan bestaande initiatieven. Die samen staan voor een blik in de toekomst: de nieuwe economie. Stokking: “Groene chemie gaat dan ook niet zozeer over techniek maar vooral ook over nieuwe economie in het hart van een enorme maatschappelijke transitie.”

Ook interessant: Groene plastics dankzij Artificial Intelligence

Word lid!

Op Innovation Origins lees je elke dag het laatste nieuws over de wereld van innovatie. Dat willen we ook zo houden, maar dat kunnen wij niet alleen! Geniet je van onze artikelen en wil je onafhankelijke journalistiek steunen? Word dan lid en lees onze verhalen gegarandeerd reclamevrij.

Over de auteur

Author profile picture Erzsó Alföldy is een veelzijdige en ervaren journalist met een achtergrond in wetenschap en cultuur. Schrijft onder meer over duurzaamheid, de energietransitie en gelijke kansen voor vrouwen op de arbeidsmarkt. Volgt nauwlettend de ontwikkelingen in haar geboorteland Hongarije. Voor Innovation Origins maakt zij momenteel een serie artikelen over vrouwelijke ondernemerschap en de funding gap.