Kweekvis leek de oplossing om de wereld op een duurzame manier te voeden. Totdat uit onderzoeken naar voren kwam dat er veel meer voedsel in moest, dan eruit kwam. Dat blijkt volgens de Utrechtse masterstudent Björn Kok echter niet waar te zijn. Het is precies andersom. Er gaat maar 1 kilo vis in en er komt wel 3 tot 4 kilo vis uit, becijferde hij met zijn nieuwe meetmethode.

Het voer van kweekvissen bestaat onder andere uit vismeel als eiwitbron en visolie als bron van omega 3-vetzuren. Vismeel en visolie worden gemaakt uit wild gevangen vis, vaak ansjovis. Hoeveel kilo wilde vis nodig is om een kilo kweekvis te produceren wordt berekend met de zogeheten FIFO-ratio: Fish In – Fish Out. Er zijn verschillende methodes om de FIFO-ratio te berekenen. Vaak leveren deze methodes inaccurate en inconsistente ratio’s op, aldus de Universiteit Utrecht in een persbericht. Zo wijst de universiteit op een uitzending van het tv-programma De Keuringsdienst van Waarde , waarin gesteld werd dat voor het kweken van 1 kilo vis er 4 kilo wilde vis nodig is.

Bijproducten meetellen als gratis grondstof

Kok’s nieuwe methode, eFIFO, houdt rekening met de gebreken van andere methodes. “Op een manier die recht doet aan de sociaal economische drijfveren om vis te vangen voor de productie van vismeel en visolie,” stelt hij. “Het is een consistente en accurate manier om te berekenen hoeveel wilde vis je precies nodig hebt om je kweekvis te voeren.”

Ook houdt eFIFO rekening met het gebruik van bijproducten: vissenkoppen, graten, vinnen. “Alles behalve de filets. Ongeveer 30 procent van vismeel en visolie wordt geproduceerd uit bijproducten. Andere methodes zien dit als ‘gratis grondstof’, en onderschatten de FIFO-ratio. Duurzaamheidslabels en -certificaten gebruiken de oude methodes nog voor hun certificaten. “Zij stellen ook hun eisen op oude FIFO-methodes, maar als de achterliggende berekening niet klopt is het lastig om de doelen goed te stellen.” 

Plantaardig visvoer

Sinds 2000 worden, mede door de hoge prijs van vismeel, ook plantaardige eiwitbronnen gebruikt. De prijs van vismeel en visolie verdrievoudigde tussen de jaren 90 en 2015. Soja daarentegen ging van 200 naar 400 dollar per ton in dezelfde periode. “Er is de laatste jaren veel progressie geboekt door de vervanging van dierlijke producten,” zegt Kok. Maar een goede bron van omega 3 als alternatief voor visolie is nog niet op grote schaal beschikbaar. Wanneer er plantaardige olie gebruikt wordt, gaat de voedingswaarde van de kweekvis achteruit.

De FIFO voor bijvoorbeeld zalm is sinds 1995 daardoor ook flink omlaag gegaan. “Met die lagere FIFO door plantaardig voedsel, en mijn accuratere methode, krijg je eigenlijk een zalm-FIFO van lager dan 1:1. Dat is een stuk lager dan de 4:1 ratio die nu zo algemeen bekend is.” 

Zalm en tilapia duurzaamste vissen om te eten

Zalm is niet de enige vissoort die Kok heeft onderzocht. “Als je puur kijkt naar kilo’s, zijn karper en tilapia de meest duurzame vissen om te eten. Ook pangasius doet het goed. Maar alle drie deze vissen hebben dan ook weer een heel andere – lagere – voedingswaarde dan zalm.”

“Een van de oude methodes, ” zo vervolgt Kok, “rekent vismeel en visolie apart. Kweekzalm bijvoorbeeld heeft relatief veel visolie nodig ten opzichte van vismeel. Om aan de vraag voor visolie te voldoen, moet er meer wilde vis worden gevangen. Maar het vismeel dat tegelijk met de visolie wordt geproduceerd wordt in deze berekeningen ‘weggegooid’.

‘Je lijkt meer nodig te hebben dan het geval is’

Kweekkarper aan de andere kant heeft juist helemaal geen visolie nodig. Dus dan is het weer andersom. Bij de berekening van de FIFO ratio van karper wordt visolie juist geëlimineerd. “Als je naar meerdere soorten en toepassingen van vismeel en visolie tegelijkertijd kijkt, tel je in de berekening de benodigde hoeveelheid wilde vis eigenlijk dubbel. Dan lijkt het alsof je veel meer vis nodig hebt dan daadwerkelijk het geval is.”

Een andere methode, ontwikkeld door Andrew Jackson in 2009, houdt geen rekening met het verschil in opbrengst van visolie en vismeel uit wilde vis. “Uit 100 kilo ansjovis haal je ongeveer 5 kilo visolie en 22,5 kilo vismeel,” vertelt Kok.

‘Economische waarde wordt niet meegerekend’

“Jackson voegt het gebruik van vismeel en visolie samen en telt de opbrengsten uit wilde vis bij elkaar op, waardoor de gebruikte vis gelijkmatig wordt verdeeld over de vismeel en visolie. Daarbij wordt echter geen rekening gehouden met het verschil in opbrengst en de economische waarde van de vismeel en visolie. De aanvoer van visolie is vaak de beperkende factor in viskweek. Jacksons benadering verdoezelt het effect van de groeiende vraag naar visolie. Hierdoor wordt toenemende druk op de visserij om vis te produceren voor visolie incorrect weergegeven.”

Kok deed dit onderzoek als onderdeel van zijn thesis voor zijn Master Sustainable Development – Energy and Materials aan het Copernicus Institute for Sustainable Development van de faculteit Geowetenschappen, Universiteit Utrecht. Hij werkte nauw samen met onderzoekers en experts van de University of Stirling, University of Massachusetts Boston, Kafrelsheikh University, The University of Edinburgh, IFFO en Harper Adams University. Tijdens zijn PhD aan de University of Stirling gaat Kok verder onderzoek doen naar de milieueffecten van viskweek en alternatieven voor visvoer.

Het onderzoek werd gepubliceerd in het blad Aquaculture.

Ook interessant: Seafarm, Zeeuwse wereldleider in gekweekte vis

Word lid!

Op Innovation Origins lees je elke dag het laatste nieuws over de wereld van innovatie. Dat willen we ook zo houden, maar dat kunnen wij niet alleen! Geniet je van onze artikelen en wil je onafhankelijke journalistiek steunen? Word dan lid en lees onze verhalen gegarandeerd reclamevrij.

Over de auteur

Arnoud Cornelissen schrijft al jaren in onder andere diverse Nederlandse dagbladen over wetenschap en techniek.