Author profile picture

In de wekelijkse rubriek ‘follow-up’ geven we een vervolg aan onze best gelezen verhalen. Het zat er al even aan te komen, maar deze week was het de eerste week dat Nederlanders in het OV verplicht een niet-medisch mondmasker moeten dragen. Vandaar dat we ons over de richtlijnen hierover buigen.

Anders dan in de medische zorg, bestaat er voor niet-medische mondkapjes geen Europese standaard. Ze hoeven niet getest te zijn of een keurmerk te hebben. Hierdoor is het mogelijk dat Belgen en Duitsers in de trein een sjaal voor hun neus en mond mogen knopen, terwijl Nederlandse reizigers hiervoor een boete kunnen krijgen.

Om reizigers toch meer duidelijkheid te geven, heeft de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) een document met aanbevelingen opgesteld, een zogenaamde NEN-spec. Hierin staat hoe mensen zelf een niet-medisch masker kunnen maken, het veilig kunnen gebruiken en onderhouden. Ook geeft het document aanbevelingen voor fabrikanten. Deze NEN-spec is opgesteld in samenwerking met verschillende marktpartijen en experts. Volgens Paula Bohlander, projectmanager bij de NEN duurt het opstellen van een traditionele norm zo’n twee tot drie jaar. “Nu is dit met een fast-track procedure in twee weken. We hebben verschillende experts aangeschreven. Mensen uit de mode-industrie, textielexperts, commissies die gaan over de kwaliteit van OK-jassen, mondmaskers en persoonlijke beschermingsmiddelen. Bovendien zijn er al normen beschikbaar van de medische mondmaskers en beschermingsmiddelen. Zo hadden we al snel een reviewteam van 30 man op de been. Samen hebben we uitgezocht waar een goed mondkapje aan moet voldoen.”

Geen luiers en stofzuigerzakken

Volgens Bohlander is deze norm anders opgesteld dan normaal. In dit document is er minder aandacht voor bijvoorbeeld industriële richtlijnen die normaal gesproken bij medische mondmaskers worden gegeven. Dat komt volgens haar omdat de doelgroep anders is. “Reizigers moeten mondmaskers op een juiste en veilige manier kunnen gebruiken. Zo staat er een duidelijke handleiding om ze zelf te kunnen maken en advies over onderhoud zodat het gebruik veilig blijft. En we geven advies over welke stoffen niet geschikt zijn. Een logisch voorbeeld: doorzichtige materialen waar je gemakkelijk doorheen kunt ademen”, zegt Bohlander.

Zo zijn er nog wat voorbeelden te noemen: luiers, stofzuigerzakken en stoffen die bewerkt zijn met bepaalde soorten anti-statisch middel. In stofzuigerzakken kunnen stoffen zitten die schadelijk zijn voor de gezondheid, daarom raadt het RIVM gebruik van stofzuigerzakken af. Ook in Duitsland gaf fabrikant Swirl een soortgelijke waarschuwing. De Belgische Federale Overheidsdienst (FOD) heeft geen direct advies voor het wel of niet gebruiken van stofzuigerzakken om mondkapjes te maken. Wel zijn er links te vinden naar websites die uitleg geven over het maken van een mondmasker met stofzuigerzakken. Bij de NEN houden ze deze ontwikkelingen scherp in de gaten om waar nodig de NEN-spec aan te passen. Bohlander: “Zie dit als de eerste versie. We volgen onderzoek op de voet en blijven kijken naar verbeteringen.”

Maar niet-medische mondkapjes hoeven niet te worden getest. De meningen zijn er daarom over verdeeld of de plicht in het OV wel effectief is. Joost van der Sijp, chirurg bij het Medisch Centrum Den Haag en mede-oprichter van GreenCycl, waar ze mondkapjes testen: “Zo’n kapje kan overal van gemaakt zijn. Van zakdoeken tot oude sjaals. Het is maar de vraag hoeveel deeltjes zulke maskers tegenhouden en of dit soort maskers überhaupt wel zin hebben in het OV. Er zouden wat dat betreft ook minimale eisen voor civiele maskers moeten zijn.”

Een woordvoerder van het RIVM geeft aan dat de huidige richtlijnen voor niet-medische mondkapjes voldoende zijn. En herhaalt de uitspraken die RIVM-directeur eerder deed over wetenschappelijk onderzoek naar de niet-medische mondkapjes: ‘Deze houden hooguit 5-10 procent van de besmettingen tegen.’

Strenge eisen

In de medische wereld worden maskers daarentegen wel streng gecontroleerd voor ze een certificaat krijgen. Mondneusmaskers moeten voldoen aan de Europese Verordening Persoonlijke beschermingsmiddelen en worden getoetst aan NEN-normen. Zo valt er een onderscheid te maken tussen ademhalingsbeschermingsmaskers en chirurgische maksers. Volgens Joost van der Sijp worden deze termen te vaak door elkaar gehaald. “Een ademhalingsbeschermingsmasker filtert de lucht van buiten en beschermt de gebruiker. Het is als het ware om de boze buitenwereld buiten te houden. Terwijl een chirurgisch masker het omgekeerde doet. Het doel is om er tijdens een operatie voor te zorgen dat de uitgave van lucht niet bij de patiënt komt. Het is niets anders dan de bacterieloop richting de patiënt beperken. Zo’n masker sluit niet aan, een ademhalingsbeschermingsmasker wel.”

Binnen deze maskers maakt de medische wereld onderscheid in FFP1, FFP2 en FFP3. Dit staat voor Filtering Facepiece Particle, dus een masker dat deeltjes filtert. Naarmate het getal hoger wordt, laat het filter minder deeltjes door. “Er wordt dan vooral gekeken naar de deeltjes van 0,3, 0,5, 1, 3 en 5 micrometer. Een FFP2 masker moet ten minste 94 procent van deze deeltjes wegfilteren.”

Volgens Van der Sijp zijn er verschillende manieren om dit te testen, bij GreenCycl gebruiken ze hiervoor een opstelling die door de TU Delft is gevalideerd. “Met onze opstelling meten we eerst de hoeveelheid deeltjes die in de lucht zit, vervolgens voeren we deze test nogmaals uit. Maar dan met een masker. Door de twee resultaten met elkaar te vergelijken, kunnen we zien hoe goed – of niet goed – het filter werkt.”