Iedere week kijken we met EV-specialist en Innovation Origins-columnist Auke Hoekstra naar wat hem opviel in de actualiteit of wat hij tegenkomt als het gaat over de verduurzaming van onze aarde. Deze week vertelt Auke over het energiesysteem van de toekomst.

Meteen nadat het nummer is ingetoetst wordt er opgenomen: “Kan ik je over een kwartiertje terugbellen? Dan zit ik rustig in de auto en word ik niet afgeleid door inkomende mail. Kan ik ook niet stiekem gaan kijken”, klinkt het vrolijk.

Auke heeft intussen opgestuurd wat hem de afgelopen week bezighield:

 

Dan gaat de telefoon: “Zo, nu kan ik rustig praten. Heb je het gezien? Hier ben ik echt enthousiast over. Het gaat over de toekomst van ons energiesysteem. Het gaat helemaal op de schop”, begint Auke enthousiast. De huidige situatie vergelijkt hij met een fabriek: “We hebben stroom nodig en hup, we steken ergens de fik in en hebben energie. Heel simpel. Wij hebben er volledige controle over.”

Maar dat moet dus anders? “Ja natuurlijk! We moeten heel snel af van het dig burn and use-model. Ik snap het wel hoor. Als er behoefte is aan energie is, steek je de fik in kolen en je hebt energie. Dat geeft ons volledige controle. Dat doen we al honderden jaren, zo zijn we het gewend. Die manier van denken vinden we heel gewoon. Maar voor het nieuwe energie systeem is een andere manier van denken nodig.”

Hoe moeten we dat zien dan? “Je kunt niet zeggen: vandaag schijnt de zon zoveel uur en levert zoveel energie op of morgen om 15:00 hebben we windkracht 8 nodig gaat dat lukken?” Lachend geeft Auke antwoord op zijn eigen vraag: “Ja, nee of misschien. Dat weet je vooraf gewoon niet. Die mindset dat we de fabriek aanzetten bij behoefte aan energie moet anders. Het nieuwe systeem vergelijk ik graag met de natuur of een ecosysteem. De natuur is erg robuust. Ecosystemen gaan – zonder ons ingrijpen – al miljarden jaren mee. Het zijn complexe systemen die met elkaar in verbinding staan en elkaar nodig hebben, maar wel in balans zijn. Er is geen echte hiërarchisch structuur. Waarom kunnen we daar niet van leren?”

“Ik – daarin ben ik trouwens niet alleen in – zie het als een ecosysteem waar als er ergens een tekort is, een overschot van een ander het weer opvult. Je zou het ook met een markt kunnen vergelijken waar iedereen met elkaar handelt en interacteert. We moeten het idee van een gecentraliseerd systeem volledig loslaten. Zo’n gecentraliseerd systeem is gewoon niet houdbaar, kijk maar wat er in Rusland is gebeurd.”

Klinkt nog een beetje vaag.

“Ja, dat dacht ik al. Laat ik het zo zeggen: we moeten het omdraaien. Dus in plaats van dat we zeggen: we hebben zoveel energie op dit tijdstip nodig, beginnen we onderaan. Je begint bij wat er allemaal uit wind, zon en andere duurzame bronnen van energie komt. Dan krijg je een mismatch en die ga je vervolgens opvullen of opslaan. En dat kan niet maar één oplossing zijn, want de hoeveelheid energie uit wind en zon fluctueert constant. Dus we moeten gaan kijken naar flexibele oplossingen om tekorten aan te vullen en overschotten op te slaan.”

“Het begint bij een deel van de vraag ‘wegmaken’, zoals waar ik mee bezig ben in mijn nieuwe huis. Dat isoleer ik zo ontzettend goed dat er maar heel weinig warmte kan ontsnappen. Hierdoor heb ik minder energie nodig om mijn huis op temperatuur te houden. Vervolgens ga je kijken naar manieren hoe je warmte kunt opslaan of weer verdelen. Eigenlijk is warmte relatief simpel en goedkoop te regelen en op te slaan. Je kunt een grote zak onder je huis leggen, je kunt met de buurt een warmtenet opzetten en er zijn verschillende soorten warmtepompen. Dit is pas het begin. Er zijn misschien wel honderd creatieve oplossingen te bedenken die we in dit ecosysteem kunnen laten interacteren.”

En ook over elektriciteit moeten we volgens Auke anders denken: “Veel dingen kun je flexibel doen. Het opladen van een auto kan buiten de piekuren. Als je huis goed geïsoleerd is, kun je de warmtepomp misschien best een paar uurtjes uitzetten.”

Maar als iedereen alles buiten de piek doet, verschuift deze dan niet gewoon?

“Als het goed is wordt de energievraag flexibeler. Eigenlijk is het in iedere situatie net weer een beetje anders. Maar dat is het leuke aan ecosystemen. Alles reageert op elkaar. Als er ergens een boom omvalt, krijg je meer licht en groeit er iets nieuws in de plaats. Misschien komen er wel konijnen en die trekken weer vossen aan. Enzovoorts.”

Hoe zorg je er nu voor dat zo’n systeem er komt?

“Sinds een aantal jaar zijn er – gelukkig – een hele hoop wetenschappers die erin geloven dat we zo’n ecosysteem van onuitputtelijke energie kunnen ontwikkelen. Er is nog wel veel discussie over hoe dat er precies uit moet komen te zien en of het betaalbaar is. Maar riep je dit 12 jaar geleden dan werd je weggehoond. Met die verandering ben ik blij, maar we zijn er nog lang niet. Er zijn ook genoeg wetenschappers die uitrekenen dat iets mogelijk is, maar er vervolgens niets mee doen. Ik zou het zo mooi vinden om het ook in de praktijk te brengen. Daarin probeer ik mensen mee te krijgen. Ik merk dat dat nog moeilijk is. Ik zoek er een goede metafoor voor, iets dat mensen al kennen. Is dat niet jouw werk?”