Eindhoven wil een smart society worden. Maar hoe gaat dat? Wat gebeurt er al? En van welke voorbeelden kunnen we iets leren? De DATAstudio onderzoekt de transitie die de stad moet doormaken om daadwerkelijk zo’n smart society te worden. Met elke week een nieuwe bijdrage op E52. Deze week een interview Gaby rasters over het Urban Data Center. Lees hier alle afleveringen in deze serie.

Data, data en nog eens data. Het fundament van de Smart Society bestaat uit eentjes, nullen en andere info. Maar wie verzamelt er allemaal data? En waar kunnen mensen die dan vinden? En nog belangrijker: wat heb je er eigenlijk aan? Als het aan Gaby Rasters ligt, komt er één dataloket: het Eindhoven Data Centrum.

Dat Eindhovense datacentrum bestaat nog niet. Het heeft al wel een voorloper. En Gaby Rasters is er projectmanager van. Dat zogeheten Urban Data Center (UDC) is een samenwerking tussen Eindhoven en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). “Samen met het CBS kijken we hoe we elkaars data kunnen verrijken”, zegt Rasters over het UDC. “Op die manier proberen we maatschappelijke vraagstukken beter inzichtelijk te maken.”

Hoe dat werkt? Nou, het CBS heeft veel data en de gemeente Eindhoven ook. Maar tot een jaar geleden waren dat twee gescheiden werelden. Het UDC bracht daar verandering in. De combinatie van data moet nieuwe inzichten en oplossingen opleveren. “Wij hebben bijvoorbeeld data over in- en uitstromers op de arbeidsmarkt”, zegt Rasters. “Het CBS heeft data over belangrijke levensgebeurtenissen. Zijn mensen bijvoorbeeld getrouwd of misschien net gescheiden? Of hebben ze een schuldenlast?” Door het combineren van dergelijke data kan het CBS risicoprofielen maken van bepaalde groepen. Bijvoorbeeld van mensen die een verhoogde kans hebben om werkloos te raken.

Nog een voorbeeld. “We zijn samen met zorginstellingen aan het kijken of we met behulp van data gericht sociale uitsluiting kunnen opsporen”, aldus Rasters. “We willen snel kunnen achterhalen of iemand zich rot voelt.”

En nee, de gemeente gaat natuurlijk niet depressieve mensen monitoren. Of ze persoonlijk voor de trein wegslepen. “Maar we kunnen misschien wel specifieke groepen in de wijken herkennen die risico lopen op een pijler als eenzaamheid”, gaat Rasters verder. En dan wordt het interessant. “Als we dat weten, kunnen we daar activiteiten organiseren en scholen of zorginstellingen alarmeren.”

Uiteindelijk moet het UDC de plek worden waar al die data samenkomen. Gegevens van bijvoorbeeld universiteiten en hogescholen, van zorginstellingen en het CBS, maar ook van commerciële samenwerkingspartners.

Die data worden overigens wel alleen op geanonimiseerd en geaggregeerd niveau aangeboden, haast Rasters zich te zeggen. Voor het opdiepen van vuil over een onvriendelijke buurman, hoef je niet bij het UDC te zijn.

Rasters waarschuwt: “Het moet zeker niet alleen een platform voor de overheid en bedrijven worden.” Juist de gewone Eindhovenaar moet gebruik gaan maken van het UDC. “Ze moeten zich kunnen melden met hun vragen, irritaties of dromen. Zo wordt het centrum echt een spil in de Smart Society.”

“Uiteindelijk draait het allemaal om de Eindhovenaar. Die moet geholpen zijn met al die data”, zegt Rasters. Ze vergelijkt het met andere apps: “Het gemak waarmee mensen nu op buienradar kijken, zo moeten ze in de toekomst naar het Urban Data Center surfen.”

Maar zover is het nog lang niet, erkent Rasters. “Eindhoven doet ontzettend veel geweldige dingen op het gebied van big data. Maar die initiatieven zijn gefragmenteerd”, stelt ze vast. Dat is volgens haar de grote valkuil: “Er zijn heel veel initiatieven, duizend bloemen bloeien.” Volgens de projectleider zou het mooi zijn als al die projecten onder een paraplu komen: het UDC.

Als het UDC eenmaal een heus Eindhovens Data Centrum is geworden, begint het werk volgens Rasters pas echt. Dan wil ze aan de slag om de Smart Society tot een succes te maken. “We moeten nadrukkelijker vertellen wat er allemaal gebeurt. We moeten zichtbaarder zijn. We moeten mensen aan het denken zetten.” Want zonder de input van mensen, blijft de Smart Society een utopie.