Het Eindhovense fotonicabedrijf Effect Photonics ontwikkelt zich steeds verder tot een internationale speler. Een verdubbeling van het personeel zorgde ervoor dat het bedrijf naar een nieuw en groter kantoor moest verhuizen. In het Microlab op Strijp-S in Eindhoven vonden ze deze ruimte. Daar wordt met man en macht gewerkt om hun optische chip verder te ontwikkelen. Hierbij verliest CTO Boudewijn Docter de blik op de toekomst niet uit het oog.

Zoals de naam al zegt, houdt Effect Photonics zich bezig met fotonica. Zij maken een optische chip die bijdraagt aan het 5G-netwerk van de toekomst. Hierdoor willen zij de verbindingen nog beter en sneller maken. Om de techniek te blijven ontwikkelen en steeds op zoek te gaan naar nieuwe toepassingen, heeft Effect Photonics deelgenomen aan een investeringsronde. Uitbreiding van het personeel was nodig om dit in goede banen te leiden. “Op moment dat de investeringen rond zijn, willen we meteen aan de slag kunnen. Personeel in de elektronica en telecomsector is vaak lastig te vinden”, legt Docter uit. “Daarom zijn wij op tijd begonnen moet zoeken. Hierdoor hebben we ook wat meer tijd om deze mensen goed te laten integreren in het bedrijf.”

Een nieuw en vooral groter kantoor kon hierbij niet ontbreken. Microlab bleek de ultieme plek. “We zijn in tien jaar tijd gegroeid van een kantoortje op de TU/e campus waar we met z’n drieën zaten, naar dit kantoor voor zestig man. Het is een ideale plek met aparte laboratoria en genoeg plek voor iedereen”, stelt de CTO.

Snellere verbindingen

Er wordt hard gewerkt aan de chip met lichttechniek waar het bedrijf ongeveer tien jaar geleden mee begon. Op de chip kunnen zij meerdere functies integreren. “Hierdoor kan de capaciteit van glasvezel beter worden benut omdat je meerdere lichtbundels tegelijk door een kabel kunt sturen”, stelt Docter. Dit kan volgens hem ideaal zijn voor lange afstandsnetwerken met kabels die op de bodem van oceaan liggen. “De kosten van de technologie vallen dan relatief mee omdat deze kunnen worden gedeeld voor heel veel partijen die er gebruik van maken.”

De optische chips kunnen ook toegepast worden in mobiele netwerken. “Daar werkt het wel wat anders omdat er heel veel telefoons gebruik maken van de kabel van een zendmast. Die verbinding moet dan een wat hogere bandbreedte hebben”, legt hij uit. “Wij kunnen de technieken die bij een lange afstandscommunicatie gebruikt worden, integreren op een chip. Hierdoor kunnen we meer snelheid bieden voor een lagere prijs.”

Deze techniek kan volgens Docter niet alleen bij mobiele netwerken, maar ook bij datacenters worden gebruikt. “We kunnen zo ook datacenters met elkaar verbinden. Dat is nodig omdat datacenters van bijvoorbeeld Facebook en Google steeds verder groeien. Aan de andere kant kunnen datacenters zo ook weer gedecentraliseerd worden zodat er meerdere kleinere datacenters ontstaan. Dat zorgt voor snellere verbindingen voor gebruikers omdat er dan altijd een datacenter in de buurt is. Dat is in de tijden van zelfrijdende auto’s en smart cities erg handig.”

Geautomatiseerde productie

Dit zijn volgens Docter een aantal mogelijke toepassingen van de chip. Hier werkt het bedrijf stap voor stap naartoe. Met het geld uit de investeringsronde wil Docter twee dingen doen: “Aan de ene kant willen we de productie van de chip opschalen die we de afgelopen tijd hebben ontwikkeld. Hiervoor moet de productie efficiënter, bijvoorbeeld door geautomatiseerde controles van de chips.” Dat zorgt volgens hem nog voor verschillende uitdagingen. “We willen natuurlijk zeker weten dat het product dat naar de klant gaat goed is. Daardoor moeten de minder goede chips automatisch uit een batch worden gefilterd. Aan de andere kant willen we natuurlijk ook geen goede producten weggooien. Dus het systeem moet heel nauwkeurig zijn afgesteld.”

Daarnaast gaat het bedrijf de eigen chips ook testen op betrouwbaarheid. “We gaan vanuit verschillende batches een aantal chips op een stresstest zetten. Dit betekent dat we testen of het product onder extreme omstandigheden, bijvoorbeeld hoge temperatuur of luchtvochtigheid, nog werkt”, legt de CTO uit. “Dit om te kijken of de chip inderdaad onder deze omstandigheden werkt. We kunnen hieruit ook afleiden hoe lang het product onder normale omstandigheden mee gaat.” De gewenste condities van een chip kunnen volgens hem per klant verschillen. “Dat heeft te maken met de functie die de chip bij een klant krijgt, maar bijvoorbeeld ook de kosten spelen een rol.” Deze tests zijn volgens Docter allemaal stappen die het bedrijf nog moet zetten om zijn product naar de markt te brengen.

De volgende generatie

Behalve aan het op de markt brengen van de ene chip, besteedt Effect Photonics veel aandacht aan de volgende generatie chips die het wil ontwikkelen. “De basis is de optische chiptechnologie, maar dan met meer functionaliteiten en performance. Daarnaast willen we ook de onderdelen die om de chip heen zitten verder ontwikkelen, bijvoorbeeld de elektronische aansturing en de koppeling met glasvezel. Het grote doel is natuurlijk om de chips nog sneller te laten werken. Bijvoorbeeld doordat we het licht van de chip nog beter en makkelijker in de glasvezel kunnen overbrengen en andersom.”

Balans tussen markt en onderzoek

Het is voor het bedrijf heel belangrijk om een goede balans te vinden tussen het naar de markt brengen van de huidige producten en ontwikkeling van nieuwe producten. “Het duurt vaak wel zo’n drie tot vijf jaar voordat een product op de markt is. Dus als we nu niet aan nieuwe producten beginnen, dan zijn we over vijf jaar te laat”, stelt Docter. “Onze techniek is bovendien erg geschikt voor toekomstige applicaties. Het 5G-netwerk is erg belangrijk voor verschillende toekomstige technieken. Het wordt namelijk niet alleen gebruikt voor je mobiele telefoon, maar bijvoorbeeld ook voor zelfrijdende auto’s. Onze chip kan bijdragen aan het creëren van zoveel bandbreedte.”

Om aan de vraag van potentiële klanten te voldoen, moet het bedrijf zich blijven richten op de toekomst en blijven zoeken naar nieuwe mogelijkheden om fotonica in te zetten. Al is dat volgens Docter niet altijd makkelijk. “Als er een probleem is in de productielijn is het heel verleidelijk om een onderzoeker te vragen om te helpen. Hij zit toch te werken aan een product dat misschien pas over vier jaar op de markt is”, vertelt hij. “Maar dat is niet zo slim want de producten die nu worden ontwikkeld hebben we over tien jaar heel hard nodig. Als wij die nieuwe producten niet ontwikkelen, dan wordt het gedaan door een ander bedrijf dat ons daarmee inhaalt. Dat willen we niet dus moeten we weloverwogen beslissingen nemen. Het is hierbij heel belangrijk om te kijken naar de toekomst van het product en van ons bedrijf.”