Wanneer grootouders met hun kleinkinderen omgaan, vindt de communicatie in eerste instantie plaats met bewegingen – de haptiek dus. Maar juist dat element ontbreekt in het digitale contact op afstand. Verena Fuchsberger heeft daar wat op gevonden: ze ontwikkelt digitale vormen van haptiek om een meer emotionele ervaring mogelijk te maken.

Globalisering heeft mensen mobiel gemaakt. Familieleden wonen vaak ver van elkaar vandaan, waardoor momenten van gedeelde ervaring tussen grootouders en kleinkinderen niet langer vanzelfsprekend zijn. Online communicatiediensten zoals Skype, Whatsapp of Facetime zijn nauwelijks geschikt voor kleine kinderen. Zelfs de bestaande digitale audio- en videocommunicatietechnologieën beantwoorden niet aan de behoeften van deze doelgroepen. Wat ontbreekt zijn fysieke elementen, zegt Fuchsberger. In haar project Re:Tangent onderzoekt ze nieuwe praktijken en elementen in de virtuele wereld die dichter bij de echte wereld komen.

Terug naar de haptiek

Fuchsberger weet uit eerdere studies dat veel fysieke aspecten een rol spelen bij de omgang van grootouders met hun kleinkinderen. Ze gaan het bos in en verzamelen bladeren of het kind schildert een plaatje dat vervolgens aan de deur van de koelkast wordt geplakt… De grootouders associëren de tekening later met verschillende waarden en herinneringen.

Fuchsbergers interesse in onderzoek gaat hand in hand met de huidige ontwikkelingen in de informatica, die – via een fase van dematerialisatie – de haptiek wil terugwinnen. “Een fysiek medium als een boek heeft een haptische kwaliteit, maar dat gaat verloren in virtuele communicatie. Dit kwaliteitsverlies was het uitgangspunt voor het project”, zegt ze.

Mogelijkheden doorgronden

De onderzoeker wil uitvinden hoe de ervaring van een digitale interactie in het contact op afstand verrijkt kan worden door haptische elementen en zo de ervaring positief kan beïnvloeden. En ‘ervaring’ verwijst in dit geval naar elke vorm van emotie.

    • Vanuit een sociaal-wetenschappelijk perspectief moet worden verduidelijkt of het überhaupt mogelijk is om technische ondersteuning te bieden bij het opbouwen van relaties tussen grootouders en kleinkinderen.
    • Vanuit het perspectief van de informatica is het doel om de technische mogelijkheden te peilen.

Het doel is om vanuit het perspectief van de informatica de technische mogelijkheden te onderzoeken.

Potentieel van fysieke elementen

Fuchsberger zoekt het potentieel van lichamelijke elementen vooral in het spel, dat diep geworteld is in de sociale praktijken. Het eerste idee was om een bordspel te verrijken met haptische elementen. Zij en haar interdisciplinaire team hebben echter nog geen concreet spel in gedachten. De studieopzet is vooralsnog vooral verkennend. Er moeten nog nieuwe dingen worden ontdekt. De potentiële gebruikers spelen daarbij een centrale rol. In een grote eerste studie was het eerste doel om de behoeften van grootouders en kleinkinderen te bepalen met betrekking tot de interactiepraktijken.

Het project is gestart in 2018 en loopt tot 2021. De resultaten van de eerste studie zullen worden gebruikt om prototypes te ontwikkelen. Deze zullen worden getest in een tweede studie met grootouders en kinderen.

Mogelijke speelse elementen

Het gaat niet zozeer om een concreet spel als wel om de vraag welke speelse praktijken en elementen er ingebouwd moeten worden. Een voorbeeld van een mogelijk element is een zandloper en de vraag hoe deze zich op twee plaatsen gedraagt met behulp van computers. Als een van de grootouders een zandloper omdraait, wordt ook de zandloper van het kind omgedraaid. Een mogelijk technisch hulpmiddel om fysieke effecten op afstand te creëren zou ook in kleding kunnen zitten. Als een van de grootouders bijvoorbeeld een mouw optrekt, gebeurt hetzelfde met het kind. Er zijn echter nog veel open vragen. Bijvoorbeeld: Hoe ga je om met het tijdsverschil?

De technische middelen zijn meer gericht op het aanpassen van het effect van bestaande instrumenten dan op het creëren van nieuwe instrumenten. Een uitdaging is bijvoorbeeld om de illusie van haptische elementen in beeld te brengen. Daarnaast moet het geluid van games op afstand hoorbaar worrden, waardoor bijvoorbeeld het geluid van een rollende dobbelsteen hoorbaar wordt zonder dat er een dobbelsteen aan te pas komt.

Over het team

Fuchsberger is een postdoc bij het Center for Human-Computer Interaction van de Universiteit van Salzburg. Haar onderzoek richt zich op de effecten van menselijke en niet-menselijke actoren op het ontwerp van mens en computer en interactie. Haar speciale focus ligt op de materialiteit van interacties. Haar werk bouwt voort op haar studie psychologie en pedagogische wetenschappen en op haar doctoraat in de interactie tussen mens en computer.

In het huidige project Re:tangent werkt ze in een interdisciplinair team met een socioloog, twee interactie-ontwerpers en een gameontwikkelaar. Twee onderzoekers van het Laboratorium voor Betekenisvolle Interacties (Mintlab) van het Instituut voor Mediastudies van de KU Leuven brengen hun expertise in over het gebruik van media door kinderen.