Gaan robots ons werk overnemen? Onzin, relativeert Ronald Dekker, werkzaam als arbeidseconoom bij TNO. Technologie kan op de lange termijn juist zorgen voor meer banen, betere werkomstandigheden en een inclusieve arbeidsmarkt.

Help, de robot komt eraan en neemt straks mijn plek in. Veel mensen ervaren nieuwe technologische ontwikkelingen als bedreigend. Waar komt die angst vandaan?

“Die angst is herkenbaar”, vertelt Dekker. “Het geldt voor alle technologische ontwikkelingen die op de werkvloer tot ons komen. Dat is sinds de uitvinding van het weefgetouw ten tijde van de Industriële Revolutie altijd al zo geweest. Ook toen waren mensen bang dat die ontwikkeling hun baan zou kosten. Dat is nu, met AI en robotisering, niet anders. Uit onderzoek blijkt echter: die angst is niet terecht. 

Op de korte termijn zorgt zulke technologie misschien voor het verdwijnen van niet zozeer banen maar een aantal taken. Maar wat we bij alle vormen van automatisering, vanaf die weefgetouwen en de intrede van computers in de jaren ’80 tot en met de huidige ontwikkelingen met robots en AI zien, is dat door die innovatieve technologie uiteindelijk meer banen ontstaan. Het punt is: inzet van nieuwe technologie heeft vaak ook onbedoelde effecten voor het werk in een organisatie.”

Meld je aan voor onze Nieuwsbrief!

Je wekelijkse innovatie overzicht: Elke zondag onze beste artikelen in je inbox!

    Zoals?

    “Neem nu het voorbeeld van een pizzabezorger. Diens baan verandert door de introductie van elektrische fietsen in plaats van scooters. Het werkt blijft hetzelfde, het wordt alleen op een andere manier gedaan. Voor het laatste, om een brommer te mogen rijden, moet je echter 16 zijn en een brommercertificaat voor hebben. De switch naar elektrische fietsen maakte het voor bezorgbedrijven ook mogelijk kosten te drukken. Met de elektrische fietsen werd het mogelijk om jongens en meisjes van 14-15 – zonder brommercertificaat – in te kunnen huren. Dat is lekker goedkoop voor de werkgever, maar het zorgde er ook voor dat hele jonge mensen best gevaarlijk werk deden. Je mag een 15-jarige namelijk geen werk laten doen dat voor hen gevaar oplevert.  En ze dus ook niet met een elektrische fiets het drukke stadsverkeer insturen! De Inspectie SZW heeft dit in samenwerking met FNV dan ook aangekaart en het kabinet opgeroepen dit te verbieden.”

    Ronald Dekker. Foto: Vincent Basler

    “Wat wij vanuit TNO aan bedrijven willen meegeven: denk na over de keuze waaróm je nieuwe technologie zou willen inzetten. Bij het proces van keuzes is het belangrijk dat je als bedrijf begrijpt wat die verandering inhoudt. Dan hoeft je personeel ook niet bang te zijn voor banenverlies. En je hebt ook altijd de keuze om die technologie níet in te zetten. Vaak denken managers dat ze de technologie in moeten zetten omdat ze ander de boot gaan missen. 

    Wanneer je als manager er vroeg bij bent met de introductie van een bepaalde innovatietechnologie en dat lukt, word je achteraf als ‘visionair’ gezien. Mislukt echter die innovatie, dan gaat je bedrijf – in het uiterste geval – failliet. Het is belangrijk om te beseffen dat, omdat er een technologie beschikbaar is, dat nog niet wil zeggen dat je daar ook in móet meegaan.”

    Wanneer zou je wel nieuwe technologie het beste kunnen inzetten? Of juist niet?

    “Een goed voorbeeld zijn webwinkels. Die adverteren steeds vaker met: ‘vanavond besteld, morgen bezorgd’. Daarbij wordt de inzet van AI steeds belangrijker, gedicteerd door de markt en de belofte van zo’n webwinkel. Het betekent echter ook een enorm piekmoment tussen 10 en 12 uur ‘s avonds. Op zo’n moment kan het wenselijk zijn om een robot in te zetten in de magazijnen achter die webwinkels.

    Een ander voorbeeld is die van groentesnijbedrijven die in plastic zakken verpakte, voorgesneden groente aan supermarktketens leveren. Daarbij gebeurt het werk in clean rooms, waar mensen allerlei soorten groente voorsorteren voor het snijproces. Daarvoor worden momenteel vaak Oost-Europese arbeidsmigranten ingehuurd. In principe kan dit werk door een groentesnijrobotrobot gedaan worden. Die technologie is er dus al. Toch hebben bedrijven besloten die technologie nog niet te gebruiken. De reden: wat als machine uitvalt? Dan moeten we alsnog al die mensen achter de hand houden om het werk over te nemen. Dat was een hele goede, bedrijfskundige reden om (niet voor de technologie te kiezen. Althans, nog niet. Ook dit voorbeeld laat zien: omdat iets technisch kán, wil nog niet zeggen dat je het ook móet adopteren.”

    Hoe slim zijn robots? In vergelijking met mensen?

    “Robots kunnen helemaal niet zoveel. Ze blijven eigenlijk geruststellend dom. Om nog even terug te gaan naar die groentesnijbedrijven. Om daar te automatiseren, moet je een robot hebben die verschillende groentesoorten uit elkaar kan houden, en daar vervolgens de juiste snijtechniek voor kan gebruiken. Nu kan een kind van drie die groentes herkennen, maar voor robot is het een hele prestatie om paprika, aubergine en sperziebonen te onderscheiden op basis van kleur, vorm etc. 


    Ongestructureerde informatie verwerken blijft voor een robot heel lastig. In tegenstelling tot mensen, die in een split second een beslissing kunnen nemen, en daar vervolgens naar kunnen handelen. De inzet van robots is vooralsnog dan ook zeer beperkt. In een fabriek met een afgeschermd kooitje eromheen werkt het prima. Meer autonome robots, waarbij ze zich vrij in een omgeving met mensen moeten begeven, is echter een stuk lastiger. Vergelijk het met de zelfrijdende auto: de belofte is er al langer, er worden ook wel kleine stappen gezet. Maar de technologische uitdagingen zijn heel groot, waardoor het steeds op de lange baan geschoven.” 

    Voor welke sectoren biedt robotisering een uitkomst?

    “Sectoren waar robotisering een hele goede aanvulling kan zijn, zijn bijvoorbeeld de bouw, industrie en logistiek. Zoals stukadoors en mensen die betrokken zijn bij het onderhoud van vliegtuigen. Waarbij arbeidskrachten veel boven hun hoofd moeten werken: zwaar, repetitief en fysiek belastend werk met een hoog risico voor ziekte-uitval en arbeidsongeschiktheid. In zulke gevallen kan een exoskelet voor extra ondersteuning zorgen voor bijvoorbeeld rug en armen.”

    Wat kan degelijke technologie betekenen voor een duurzame en inclusieve arbeidsmarkt?

    “Ook voor mensen met een beperking kan nieuwe technologie een goede aanvulling bieden. Zoals exoskelets bij een fysieke beperking, maar ook in de vorm van instructies op een scherm voor mensen met een geestelijke beperking. Die aangeven wat ze moeten doen bij de uitvoering van technische klussen, hoe ze bijvoorbeeld dingen in elkaar moeten zetten. 

    Helaas zijn dergelijke innovaties nog meestal te duur. Sowieso zijn er maar weinig werkgevers die bereid zijn te investeren in inclusief werkgeverschap in het kader van de wet Banenafspraak voor mensen met een arbeidsbeperking. Het gaat maar om een klein percentage van de bedrijven, voornamelijk familiebedrijven. Naast de overheid natuurlijk, vanwege hun maatschappelijke voorbeeldfunctie ook wel voorop moeten lopen. Terwijl een beursgenoteerd bedrijf misschien eerder zal zeggen: ‘Trek voor mij maar een nieuwe blik Polen open’.”

    Wat betekenen alle technologische ontwikkelingen voor de arbeidsmarkt van de toekomst?

    “Welke banen wel en niet behouden zullen worden? Dat is lastig te voorspellen. Mijn baan als onderzoeker zal niet zo snel door een robot overgenomen worden. Die van mijn broer, die magazijnmedewerker is bij een klein specialistisch magazijn, ook niet. Althans, voorlopig niet. In tegenstelling tot grote magazijnen waarbij meer ruimte is voor investeringen en om makkelijker efficiencywinst te behalen. Daar zullen robots dus sneller worden ingezet.”

    Hoe kun je als organisatie voorkomen dat je door de feiten wordt ingehaald?

    “Goed blijven nadenken over de adoptie van nieuwe technologie. En je personeel daarbij betrekken. HR-mensen ervaren zo’n beslissing vaak als iets van bovenaf die vanuit de board room over de schutting wordt gegooid en die zij vervolgens moeten uitvoeren. Medewerkers bij het proces betrekken is op de lange termijn veel effectiever, blijkt uit onderzoek. Ook om duidelijk te maken dat die technologie niet primair bedoeld is om mensen te vervangen. In de meeste gevallen gaat het niet om het vervangen van mensen maar dat ze naast je komen te staan: de robot als collega dus. Zoals ik bedrijven adviseer maar ook mijn meer technisch georiënteerde collega’s binnen TNO voortdurend probeer mee te geven: er bestaat geen technologische innovatie zonder sociale innovatie!”

    Lees ook: Robot als Collega: https://www.tno.nl/nl/zie-het-voor-je/robotcollega

    Lees via deze link nog veel meer IO-artikelen over robots en robotisering

    Samenwerking

    Dit artikel is gemaakt in een samenwerking tussen TNO en onze redactie. Innovation Origins is een onafhankelijk journalistiek platform dat zijn partners zorgvuldig uitkiest en uitsluitend samenwerkt met bedrijven en instellingen die achter onze missie staan: het verhaal van innovatie verspreiden. Op die manier kunnen wij onze lezers waardevolle verhalen aanbieden die volgens journalistieke richtlijnen tot stand zijn gekomen. Wil je meer weten over hoe Innovation Origins samenwerkt met andere bedrijven? Klik dan hier

    Over de auteur

    Author profile picture Erzsó Alföldy is een veelzijdige en ervaren journalist met een achtergrond in wetenschap en cultuur. Schrijft onder meer over duurzaamheid, de energietransitie en gelijke kansen voor vrouwen op de arbeidsmarkt. Volgt nauwlettend de ontwikkelingen in haar geboorteland Hongarije. Voor Innovation Origins maakt zij momenteel een serie artikelen over vrouwelijke ondernemerschap en de funding gap.