©pixabay
Author profile picture

Het is weer bijna tijd om de druiven te oogsten. Maar hoe weten wijnbouwers eigenlijk dat de druiven rijp zijn? Volgens de traditionele methode proeven ze dat zelf. En wel als volgt: doe de druif in je mond, bijt er op, laat het sap uitlekken en bepaal zo het suiker- en alcoholgehalte. Maar dat zou de komende jaren wel eens lastiger kunnen worden in de klassieke wijngebieden. Volgens een studie van Universiteit van Bern begint de druivenoogst in Bourgondië tegenwoordig gemiddeld 13 dagen eerder dan in de – geloof het of niet – afgelopen zes eeuwen.

Dikkere schil

Dit is interessant én problematisch voor wijnbouwers en wijnliefhebbers. Druiven zijn zeer gevoelig voor temperatuur en regen; hogere temperaturen zorgen ervoor dat de druiven sneller rijpen. En de daaruit voortvloeiende toenemende droogte resulteert ook in een hoger alcoholgehalte. En dit is niet de bedoeling. Niet alleen is er een trend naar lichtere wijnen, wijnen met een te hoog alcoholgehalte smaken ook sneller naar brandewijn. Om dit te voorkomen wordt steeds vaker een beroep gedaan op de meester-wijnmaker – een vak waarin Duitsers de wereldleider zijn.

© Duitse wijninstituut, deutscheweine.de

Volgens Frank R. Schulz, hoofd van de communicatieafdeling van het Duitse wijninstituut, kunnen de Duitse maar ook Nederlandse wijnbouwers de huidige situatie in hun voordeel gebruiken, althans voor korte tijd. Werelddruivenrassen zoals Merlot of Sauvignon Blanc, die vroeger alleen in Zuid-Europa inheems waren, krijgen hier nu ook een kans. In Spanje is de druivenoogst door de droogte veel lager dan in voorgaande jaren. En zelfs in Noord-Duitsland, zoals op Sylt of in Sleeswijk-Holstein, worden momenteel pogingen ondernomen om druivenrassen te laten gedijen. Ook de opkomende teelt van mousserende wijn in het zuiden van Engeland laat zien dat de wijngebieden kunnen verschuiven. Om te kunnen reageren op de klimaatveranderingen worden de teelten in de zuidelijke regio’s verfijnd: met een dikkere schil bijvoorbeeld, dat maakt de druiven iets resistenter.

Druiven als klimaatindicator

Door hun gevoeligheid voor het weer zijn druiven ook zeer geschikt voor een blik in het verleden van het klimaat. Het begin van de oogst kan dus zeer goed worden gebruikt als een zogenaamde klimaatindicator, zoals we dat ook kennen uit andere natuurlijke archieven zoals boomringen, ijskernen en koralen. Historische documenten zoals over de druivenoogst hebben dezelfde rol. Voor hun analyse evalueerden de wetenschappers van Bern de datareeksen over de druivenoogst van de afgelopen 664 jaar. “We hadden niet voorzien dat de versnelde opwarming sinds de jaren tachtig zo duidelijk zichtbaar zou zijn in deze tijdreeks”, verklaart Christian Pfister, emeritus hoogleraar klimaat- en milieugeschiedenis aan de Universiteit van Bern en lid van het Oeschger Centre for Climate Research. Samen met collega’s in Zwitserland, Frankrijk en Duitsland was hij verantwoordelijk voor de studie.

Data over de loonbetalingen

Thomas Labbé, de hoofdauteur van de studie, die onderzoek doet aan de universiteiten van Bourgondië en Leipzig, heeft de gegevens van de druivenoogst in Beaune, de wijnhoofdstad van Bourgondië, al in 1354 nauwkeurig gereconstrueerd. Hij gebruikte een groot aantal ongepubliceerde archiefbronnen, waaronder informatie over loonbetalingen aan druivenplukkers, verslagen van de gemeenteraad van Beaune en krantenberichten. De continue registratie van de gegevens over de druivenoogst is de langste gereconstrueerde tijdreeks in zijn soort en eindigt in 2018.

“De oogstdata laten duidelijk twee fasen zien’, zegt Thomas Labbé. Tot 1987 werden de druiven meestal geoogst vanaf 28 september. Sinds 1988 is de druivenoogst echter gemiddeld 13 dagen eerder begonnen. Analyses van de gegevens tonen aan dat warme en droge jaren in het verleden ongebruikelijk waren, maar de laatste 30 jaar normaal zijn geworden. Het onderzoeksteam, bestaande uit historici en natuurwetenschappers, heeft zijn tijdreeksen gevalideerd met behulp van gedetailleerde temperatuurdata uit Parijs in de afgelopen 360 jaar. Dit maakte het mogelijk om de temperaturen tussen april en juli voor de regio Beaune te ramen voor alle 664 jaar die door de dataset worden bestreken.

In actie

“De overgang naar een snelle opwarming van de aarde na 1988 is volstrekt helder. En het is voor iedereen duidelijk dat de afgelopen 30 jaar buitengewoon zijn geweest”, beschrijft Christian Pfister. “Ik hoop dat onze reconstructie mensen zal helpen om de klimaatsituatie waarin onze planeet zich bevindt realistisch te beoordelen en eindelijk in actie te komen.”

De hier beschreven reconstructie van de Bourgondische druivenoogst is onlangs gepubliceerd in het tijdschrift “Climate of the Past” van de European Geosciences Union (EGU).