“Wij vormen de publieke ruimte, maar de publieke ruimte vormt ons ook.” Met die woorden opende Rijksbouwmeester Floris Alkemade zondagmiddag de eerste DDW Talk van deze Dutch Design Week. Samen met zes andere gasten probeerde Alkemade een antwoord te vinden op de vraag hoe we onze publieke ruimtes moeten afstemmen op de sociale en technologische veranderingen van vandaag.

Met de openingsuitspraak schuift Alkemade heel wat verantwoordelijkheid in de schoenen van architecten en designers. Als Rijksbouwmeester bekommert hij zich over de architectonische kwaliteit van rijksgebouwen en ontwikkelt hij een visie op grote ruimtelijke thema’s. “We hebben een verantwoordelijkheid in ruimtelijk design omdat het bepaalt hoe mensen samenleven”, vervolgt hij.

Designkracht

Nadenken over de stad van de toekomst gaat dus niet enkel over de vormgeving ervan, maar uiteindelijk over de maatschappij die we willen creëren. “Daarom is er naast de politieke- en marktkrachten ook een designkracht nodig. Deze voegt verbeelding toe, en zonder verbeelding ziet de toekomst er bleek uit.” Maar hoe ontwerpen we die toekomsbestendige steden? Om daar een antwoord op te vinden doen gastsprekers uit verschillende disciplines een duit in het zakje.

De stadsauto als gedeeld hulpmiddel

Laurens van den Acker is als Senior Vice President of Coporate Design bij Renault verantwoordelijk voor het ontwerpen van de auto van de toekomst. Van den Acker denkt dat er een grote rol is weggelegd voor elektrische autonome voertuigen in steden. Het onderscheid tussen openbaar en persoonlijk vervoer zal vervagen. Autonome auto’s die zijn verbonden met de stad kunnen op eigen houtje circuleren en hoeven niet meer stil te staan. In zijn ontwerpen ziet Van den Acker de auto niet meer als anoniem vervoersmiddel, maar als een open, gedeelde ruimte.

Foto: Renault

Groene oplossingen

Architect Francesca Cesa Bianchi benadrukt de noodzaak voor groene steden. “Steden veroorzaken het gros van de vervuiling en CO2-uitstoot, dus zijn zij ook het front van het gevecht tegen klimaatverandering.” In de projecten die ze met het Italiaanse ontwerpbureau Stefano Boeri Architetti realiseert laat ze zien dat urban planning prima in balans kan zijn met de natuur. Als voorbeeld noemt ze Milaan, waar ze oude treinsporen heeft herontwikkeld naar een groen netwerk door de stad. Het resultaat: meer biodiversiteit, plekken voor recreatie en meer ruimte voor wandelaars en fietsers.

Bottom-up

Wat tijdens het gesprek ook regelmatig terugkomt is de waarde van een bottom-up-aanpak. Laat het publiek meedenken en neem ze mee in het designproces. Coren Sharples, medeoprichtster van SHoP Architects, een gerenommeerd architectenbureau in New York, ontdekte die waarde ook. “Mensen zijn vaak bang om hun omgeving te verliezen. Het is onze taak als designers om het gesprek met hen aan te gaan. Het gaat niet enkel om de wensen van de klant, maar om het creëren van een gedeelde visie voor een communiy; om het maken van een levendig sociaal hart.”

Lees hier alles over over de Dutch Design Week