Cees-Jan Pen is lector ondernemende regio aan de Fontys Hogeschool in Eindhoven. Als economisch geograaf is hij onafhankelijk lid van de SER in Noord-Brabant en zit hij in verschillende landelijke commissies voor advies over regionale ontwikkeling. Na het lezen van het boek ‘Slim Zand’ van Tijs van den Boomen over het dorpsleven in Veldhoven sinds de opmars van chipfabrikant ASML maakt hij zich zorgen. „Dat beeld dat het centrum eruit ziet als een rotte kies, vind ik erg. Terwijl er veel expats van ASML wonen. Alsof het dorp is blijven hangen in de economie van de 20ste eeuw.”

Waarom las je het boek ‘Slim Zand’ van Tijs van den Boomen?

„Ik houd heel erg van dit soort stedelijke, regionale boeken. Je hebt het boek van Joris van Casteren over Lelystad, een boek van Peer Ulijn over Almere. Dat soort boeken zijn allemaal in lijn met de klassieker ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’ van Geert Mak. Je hebt ‘Het dorp’ van Wim Daniëls. Het is allemaal storytelling rondom geografische onderwerpen. Zeker als je in deze regio werkt, is dit boek over Veldhoven een must read.”

Cees-Jan Pen

Wat viel je op in het boek?

„Dat beeld van dat grauwe en dat grijze. Dat is niet wat je moet hebben in het centrum van Veldhoven, zeker niet als je let op alle ambities in de Brainport-regio. Je wilt de slimste regio zijn in the battle for talent. Dan moet je ook voorzieningen op niveau aanbieden. Het Veldhoven van nu zoals dat beschreven is in het boek ‘Slim Zand’ geeft het idee dat het is blijven hangen in de 20ste eeuwse economie. Asfalt. Gebouwen. Stenen. Dat zegt mijn vakmatige gevoel. Dat vind ik heel erg. Het bevestigde mijn beeld dat we stappen moeten zetten om die regio mee te nemen in de klimaattransitie. De openbare ruimte wordt teveel gedomineerd door infrastructuur en wegen. Dat is niet climate proof. Het wordt er in de zomer ongelooflijk heet. Er zijn plekken waar het in de zon boven de 50 graden kan worden omdat er geen groen is. Dat dit alleen in de zon is, geeft een beetje een vertekend beeld maar het is wel zo. Als het ergens zo heet wordt, stopt alles. Dat is onleefbaar. Dat besef is er bij mij heel erg. In dit boek stond niet dat situatie urgent is of dat er een noodzaak is om er iets aan te doen. Terwijl dat wel nodig is. Het boek ging vooral over het sociale isolement van werknemers van ASML die er wonen. Maar dat hangt wel degelijk samen met de inrichting van de openbare ruimte waarin geen rekening gehouden is met de behoeftes van de expats van ASML. Als je ontmoetingsplekken creëert, is er een mogelijkheid voor ontspanning. Bij de beschrijving van Veldhoven had ik een gevoel van: ‘pfoe, wat moet daar nog veel gebeuren’.”

In het boek staat dat de expats alleen bij ASML willen werken omdat het werk daar op zo’n hoog niveau is. Dan is er toch geen risico dat ze weg gaan?

„Je hebt ook andere bedrijven waar je op dat niveau kunt werken, zoals Microsoft en Google in VS. Maar ook in Amsterdam gebeurt veel zoals in het Science Park. Daar zitten ook allerlei bedrijven met hoogopgeleid personeel, ook hightechbedrijven. Er is wel meer dan ASML alleen. Je hebt het dan ook over Londen en Parijs. Daarmee concurreert de regio rondom Veldhoven en Eindhoven, waar toch bijna een miljoen mensen wonen.”

Qua omgeving kan de regio Eindhoven niet concurreren met Parijs en Londen toch?

„Dat is precies waarom die Brainport Nationale Actieagenda is opgesteld. Die zet daarop op in. Dat boek van Van den Boomen onderbouwt dat die agenda hartstikke nodig is. Er hadden alleen meer accenten op vergroening en klimaat in moeten staan. Dat had er steviger in gemoeten. Maar desondanks gebeurt er veel, dat wel. Er is heel veel geld voor beschikbaar, wel een paar honderd miljoen euro. De vraag is alleen wel of dat er in dit deel van de regio, Veldhoven, wel genoeg gebeurt.”

Lees hier artikelen met en columns van Cees-Jan Pen

 

Wat baart je zorgen?

„Het boek bevestigt het belang van een kloppend hart voor zo’n gemeenschap van het dorp, inclusief de expats: van de oorspronkelijke Veldhovenaar tot en met een mevrouw uit Taiwan. Het centrum moet je marktplein zijn waar iedereen elkaar ontmoet. Kijk naar Amerikaanse steden. Je hebt daar de term doughnut cities: steden met een gat in het centrum. Daar kun je je iets bij voorstellen. Die heb je ook in Frankrijk en Engeland. Amerika is niet voor niks bezig de binnensteden weer aantrekkelijk te maken. In Nederland hebben we traditioneel goede stads- en dorpscentra omdat we strenger plannen. In andere landen mag veel meer. Maar dat is aan het veranderen. In Frankrijk investeert Macron tientallen miljarden in het opknappen van centra, omdat ‘het’ aan de randen van de steden gebeurde, op de plekken waar de hypermarché zit. Die zit dus niet in het centrum. Als ik denk aan die ‘rotte kies’ zoals Van den Boomen het centrum van Veldhoven noemt, is dat wel wat me het meeste zorgen baart. Het centrum van Veldhoven is een rotte kies en dat is uit de tijd. De vraag is hoe je het opknappen daarvan gaat financieren. Daar is geen geld voor gereserveerd in de actieagenda. Dat is zorgelijk. Geld is er wel voor innovatie en ook voor cultuur en slimme mobiliteit. Maar minder voor stedelijke ontwikkeling. Omdat dit een taak van eigenaren van vastgoed en de gemeente zelf is. Maar de regio moet ook aan de bak. Het bestuur van de gemeente Veldhoven beseft dat. Maar daarmee ben je er nog niet. Hier moet echt wat gebeuren.”

Wat is de oplossing?

„Er moet heel snel een soort herstructureringsaanpak komen met een daaraan gekoppeld fonds, met bijdrages van hogere overheden zoals het rijk. Het zou goed zijn als de gemeente Veldhoven daarvoor lobbiet. Het dorp moet op de schop. Op het gebied van stedelijke ontwikkeling moet er een inhaalslag gemaakt worden. Er zijn nu middelen want voor het klimaatbestendig maken van de regio moeten we toch investeren.”

ASML werd erg gefaciliteerd in de aanleg van wegen naar het bedrijfsgebouw, staat in het boek ‘Slim Zand’. Is de gemeente te makkelijk geweest daarin?

„Het bedrijf kan moeilijk langetermijndenken, zo blijkt. Maar de overheid kan dat wel en kan de inbedding van ASML in de regio plannen. ASML kan daar dan aan meewerken. Hun medewerkers wonen tenslotte wel in de omgeving van Veldhoven. De inzet daarop kan best wel een onsje meer. Maar dat is voer voor gesprek tijdens het Brainport-overleg waar ASML en de gemeentes Eindhoven en Veldhoven ook bij zitten. Dat overleg gaat tot nu toe vaak over de arbeidsmarkt. Maar je zou kunnen voorleggen dat te verbreden en het ook over een duurzame inpassing van ASML in de regio kunnen hebben.”

Lees ook: 50 miljoen voor bereikbaarheid Brainport en ASML