In de onlangs uitgebrachte ’Tussentijdse Rapportage Cultuur KPI 2018’ besteedt de Stichting Cultuur Eindhoven (SCE) maar liefst 50 pagina’s aan de publiek gefinancierde (!) culturele staat van de stad.

De financiering van het van Abbemuseum, de Dutch Design Foundation en GLOW kent een afwijkende administratie, dus daarover lezen we alvast helemaal niks.Dat is gek:zijn het dan géén hoogstandjes binnen het culturele aanbod?
En de subsidie voor Muziekgebouw Eindhoven is gelabeld, dat schijnt van belang om te vermelden. Ongetwijfeld, maar in de rapportage vind je over de consequenties van die labeling verder niks terug.

Subsidies worden versterkt op basis van maar liefst zes (!) deelregelingen. Maar dat levert blijkbaar nog onvoldoende flexibiliteit op.
En dus wordt er aan de gesubsidieerde instellingen om een solidariteitsbijdrage gevraagd, opdat er meer flexibele ‘ruimte’ komt.
En daarvan zijn Eindhoven Museum, STRP en Effenaar dan weer uitgezonderd. Zij bekleden kennelijk een kwetsbare positie.
Alsof ’t geld bij de andere instellingen over de plinten naar buiten klotst! Ik dacht ’t niet…..

En laat er nou ook nog ’n zevende deelregeling zijn: het Programma Creatieve Industrie, bedoeld “…om de keten van cultuureducatie naar de top (…) duurzaam te versterken…”. Maakt nieuwsgierig, maar ook daarover wordt verder met geen woord gerept in de rapportage.

Voor wie ’t nog kan volgen: veel vragen bij ’n rapportage die ongetwijfeld per ijlbode op de burelen van de gemeenteraadsleden is bezorgd. Volksvertegenwoordigers die op de informatie blindelings moeten kunnen varen.
Alhoewel:
gemeentelijke cultuurbudgetten zijn voor de langere termijn vastgesteld en vervolgens op afstand buiten de deur gezet, op de stoep van de SCE. Lekker makkelijk voor ‘de politiek’ want verdeling van euro’s binnen het culturele domein levert altijd gedoe op.
Het is dus nog maar de vraag of de raadsleden zitten te wachten op de rapportage.

Er blijkt uit de rapportage nergens iets van samenhang in het cultuurbeleid van de stad. En al helemaal niet wat de de stimulerende rol van de SCE hierbij zou kunnen zijn.
De SCE fungeert uitsluitend als brievenbus voor subsidieverzoeken en uitbetalend verdeelstation.

De culturele instellingen hangen aan de leiband van de administrateur.

Geen beleidsmatig woord over gemeenschappelijke ambities, cross-overs en samenhangende public relations en marketing.

Waar zijn de reacties van de instellingen op deze monitor te vinden, en hebben die zich sowieso verenigd teneinde de gemeenschappelijke belangen eenduidig te kunnen behartigen? Of ontbreekt ook hier de verbinding?

En bij de kwaliteitszorg waarmee de rapportage is opgesteld kun je twijfels hebben.
De gemeentelijke cultuurmonitor is gebruikt om vast te stellen hoeveel Eindhovenaren participeren in culturele activiteiten.
Daartoe worden 15-jarigen en ouder ‘gemonitord’.
Instellingen zoals bijvoorbeeld Bibliotheek Eindhoven, Eindhoven Museum en CKE komen daardoor vertekend in de belangstellingscurve terecht.
Het zijn immers juist déze instellingen die voorzien in de broodnodige cultuureducatie aan jongeren tót 15 jaar.

En mocht de gemeenteraad ‘ooit’ weer meerjarige politieke cultuurbesluiten wil nemen, dan hopelijk toch niet gebaseerd op ’n monitor, waarin wordt voorbijgegaan aan de zeer vele inwoners tot 15 jaar?
’n Monitor als vertekenaar van de werkelijkheid. Beschamend!

Pieter Hendrikse beziet “Vanaf De Hovenring” de gebeurtenissen in en soms ook buiten Eindhoven. Hij doet dat zowel vanuit zijn eigen expertise (onderwijs, sociaal/cultureel domein) als in een vrije rol.