Limburg | Innovation Origins https://innovationorigins.com Your Sneak Preview of the Future Sat, 09 May 2020 20:14:22 +0000 nl hourly 1 https://wordpress.org/?v=5.4.2 https://innovationorigins.com/wp-content/uploads/2019/07/favicon_opt-48x48.jpg Limburg | Innovation Origins https://innovationorigins.com 32 32 Coronavirus SARS-CoV-2 valt lichaam ook in de darm aan https://innovationorigins.com/nl/221611-2/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=221611-2 https://innovationorigins.com/nl/221611-2/#respond Tue, 05 May 2020 07:00:11 +0000 https://innovationorigins.com/?p=221611 Onderzoekers van het Hubrecht Institute in Utrecht, Erasmus MC Universitair Medisch Centrum Rotterdam en Universiteit Maastricht hebben ontdekt dat het coronavirus  darmcellen kan infecteren en zich daar kan vermenigvuldigen. Met behulp van celkweekmodellen van de menselijke darm, hebben de onderzoekers het virus in een laboratorium vermeerderd en de reactie van de cellen op het virus […]

Het bericht Coronavirus SARS-CoV-2 valt lichaam ook in de darm aan verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
Onderzoekers van het Hubrecht Institute in Utrecht, Erasmus MC Universitair Medisch Centrum Rotterdam en Universiteit Maastricht hebben ontdekt dat het coronavirus  darmcellen kan infecteren en zich daar kan vermenigvuldigen. Met behulp van celkweekmodellen van de menselijke darm, hebben de onderzoekers het virus in een laboratorium vermeerderd en de reactie van de cellen op het virus onderzocht. Dit heeft een nieuw celkweekmodel voor het bestuderen van COVID-19 opgeleverd. De resultaten verklaren mogelijk waarom een derde van de COVID-19 patiënten maagdarmklachten heeft, zoals diarree, en het feit dat het virus vaak kan worden teruggevonden in ontlastingsmonsters. De resultaten van deze studie zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Science op 1 mei 2020.

Maagdarmklachten

Patiënten met COVID-19 vertonen verschillende symptomen in relatie tot de ademhalingsorganen – zoals hoesten, niezen, kortademigheid en koorts. De ziekte wordt overgedragen via kleine druppeltjes die voornamelijk worden verspreid door hoesten en niezen. Een derde van de patiënten heeft echter ook maagdarmklachten, zoals misselijkheid en diarree. Bovendien kan het virus lang na het verdwijnen van de ademhalingssymptomen nog in de menselijke ontlasting worden teruggevonden. Dit suggereert dat het virus zich ook kan verspreiden via zogenaamde “fecaal-orale besmetting”.

Coronavirus SARS-CoV-2 (de donkere rondjes) aan de rand van een darmcel . © Kèvin Knoops, Universiteit Maastricht

Hoewel de ademhalingsorganen en organen van het maagdarmkanaal erg verschillend lijken, zijn er enkele belangrijke overeenkomsten. Een bijzonder interessante overeenkomst is de aanwezigheid van de ACE2-receptor. Dat is de receptor waardoor het coronavirus de cellen kan binnendringen. De binnenkant van de darm zit vol met ACE2-receptoren. Tot nu toe was echter niet bekend of darmcellen daadwerkelijk geïnfecteerd konden raken en virusdeeltjes konden produceren.

Rechtstreekse infectie

Onderzoekers van het Hubrecht Institute, Erasmus MC en Universiteit Maastricht onderzochten of het virus de cellen van de darmwand rechtstreeks kan infecteren en zo ja, of het virus zich daar ook kan vermenigvuldigen. Ze gebruikten menselijke darmorganoïden. Dat zijn minuscule versies van de menselijke darm die in het laboratorium kunnen worden gekweekt. Hans Clevers (Hubrecht Institute): “Deze organoïden bevatten de cellen van de menselijke darmwand, waardoor ze een aantrekkelijk model zijn om infectie door SARS-CoV-2 te onderzoeken.”

Toen de onderzoekers het virus aan de organoïden toevoegden, raakten ze al snel geïnfecteerd. Het virus dringt een deel van de cellen in de darmorganoïden binnen. Het aantal geïnfecteerde cellen neemt naar verloop van tijd toe. Met behulp van elektronenmicroscopie vonden de onderzoekers virusdeeltjes binnen en buiten de cellen van de organoïden. Peter Peters (Universiteit Maastricht): “Door de lockdown hebben we allemaal op afstand vanuit huis virtuele dia’s van de geïnfecteerde organoïden bestudeerd.”

Genen gebruiken voor nieuwe behandelingen

De onderzoekers onderzochten de respons van de darmcellen op het virus met RNA-sequencing, een methode om te onderzoeken welke genen in de cellen actief zijn. Hieruit bleek dat zogenaamde interferon-gestimuleerde genen actief werden. Het is bekend dat deze genen een virale infectie bestrijden. Toekomstig werk zal zich richten op het verder bestuderen van deze genen en hoe ze kunnen worden gebruikt om nieuwe behandelingen te ontwikkelen.

De onderzoekers kweekten de organoïden ook onder verschillende omstandigheden die ervoor zorgen voor cellen met hogere en lagere niveaus van de ACE2-receptor, die SARS-CoV-2 gebruikt om de cellen binnen te dringen. Tot hun verbazing ontdekten ze dat het virus cellen met zowel hogere als lagere niveaus van de ACE2-receptor infecteerde. Uiteindelijk kunnen deze onderzoeken leiden tot nieuwe manieren om tegen te gaan dat het virus onze cellen binnendringt.

Intestinale organoide; de rechtse is met het coronavirus SARS-CoV-2 besmet. © Joep Beumer, Hubrecht-Institute.

Rol bij overdracht nog onbekend

Bart Haagmans (Erasmus MC): “De resultaten van dit onderzoek zijn een duidelijk bewijs dat SARS-CoV-2 zich kan vermenigvuldigen in cellen van het maagdarmkanaal. We weten echter nog niet of SARS-CoV-2 in de darmen van coronapatiënten een significante rol speelt bij de overdracht tussen personen. Onze bevindingen geven wel aan dat we deze mogelijkheid moeten onderzoeken.”

De huidige studie sluit aan bij andere recente studies die lieten zien dat een groot deel van de COVID-19 patiënten maagdarmklachten heeft en dat het virus in de ontlasting van patiënten zonder ademhalingssymptomen gevonden kan worden. Er moet mogelijk extra gelet worden op patiënten met maagdarmklachten. Uitgebreider testen met niet alleen neus- en keeluitstrijkjes, maar ook rectale uitstrijkjes of ontlastingsmonsters kan dus nodig zijn.

Ondertussen zetten de onderzoekers hun samenwerking voort om meer te weten te komen over COVID-19. Ze onderzoeken de verschillen tussen long- en darminfecties door long- en darmorganoïden die zijn geïnfecteerd met SARS-CoV-2 te vergelijken.

Publicatie

Het complete onderzoek is hier te lezen: SARS-CoV-2 productively Infects Human Gut Enterocytes.

Het bericht Coronavirus SARS-CoV-2 valt lichaam ook in de darm aan verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/221611-2/feed/ 0
Start-up of the week: Tinder voor carpoolers https://innovationorigins.com/nl/start-up-of-the-week-tinder-voor-carpoolers/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=start-up-of-the-week-tinder-voor-carpoolers https://innovationorigins.com/nl/start-up-of-the-week-tinder-voor-carpoolers/#respond Sun, 05 Jan 2020 16:49:26 +0000 https://innovationorigins.com/?p=202757 Your sneak preview of the future’, zo luidt de slogan van Innovation Origins en dat is wat we met de rubriek Start-up van de Week nog even benadrukken. De afgelopen dagen kwamen er vijf start-up’s van de dag aan bod en op zaterdag kiezen we een weekwinnaar. Innovation Origins presenteert elke werkdag  een start-up of […]

Het bericht Start-up of the week: Tinder voor carpoolers verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
Your sneak preview of the future’, zo luidt de slogan van Innovation Origins en dat is wat we met de rubriek Start-up van de Week nog even benadrukken. De afgelopen dagen kwamen er vijf start-up’s van de dag aan bod en op zaterdag kiezen we een weekwinnaar.

Innovation Origins presenteert elke werkdag  een start-up of the Day

We kijken naar verschillende zaken zoals duurzaamheid, fase van ontwikkeling, praktische toepassing, eenvoud, originaliteit en in hoeverre het aansluit bij de Sustainable Development Goals van UNESCO. Hier komen ze nog even allemaal voorbij en aan het einde wordt de Start-Up van de Week bekendgemaakt.

Dutch Coding Company – Browsend het bos in

De eerste kandidaat is  Dutch Coding Company, een Brabants bedrijf dat een oplossing biedt voor wat jullie nu aan het doen zijn: surfen op het wereldwijde web, want dat zorgt – vanzelfsprekend – voor een hoop milieuvervuiling. Je kunt natuurlijk groene stroom gebruiken om de impact van dit stroomgebruik te beperken.

Maar dat is niet genoeg voor Dutch Coding Company, want voor iedere app of website die via hun cloud loopt, plant het Eindhovense bedrijf bomen bij. De Green Cloud. Voor websites en apps op deze groene cloud plaatst het softwarebedrijf iedere maand een of meerdere bomen. Hoe meer de app wordt gebruikt, hoe meer bomen er in de grond gaan. In een persbericht schrijft de start-up dat met een gemiddelde app in de Green Cloud iedere maand zo’n tien tot vijftien bomen worden gepland. Een zeer sympathiek streven, waarin je straks door al je internetgebruik door de bomen het bos niet meer ziet.

Foundry – High-tech broedplaats voor fashionpioniers

Wat Silicon Valley voor is voor de techniek, is Parijs al sinds de 19e eeuw voor de mode. En ook in de mode wordt er volop geïnnoveerd. Nou klinkt ‘innovatie’ als buzzword natuurlijk erg fijn, maar hoe manifesteert iets ongrijpbaars als ‘innovatie’ zich eigenlijk? Wisselwerking van expertise en talent is hierin het toverwoord. Bestond er maar een plak waar alle knappe koppen binnen een vakgebied elkaar kunnen ontmoeten en toegang hebben tot de modernste technologieën. Dit is heeft het Franse Foundry mogelijk gemaakt met hun zogenaamde ‘fashion-laboratorium’, een plek waar mode en techniek in elkaar zijn verweven.

Op deze creatieve broedplaats treffen ontwerpers, modemerken, ondernemers, opleidingen, financiers, modemerken, technici, wetenschappers en kunstenaars elkaar om samen de mode voor morgen te maken. Ook partijen zoals chipfabrikant IBM doen mee. Hierdoor krijgen de makers toegang tot de allernieuwste ontwikkelingen op het gebied van 3D-printers, snijtechnieken en bodyscanners.

Solmate – Powerbank op zonnekracht

Bij zonne-energie voor particulieren denk je vaak aan zonnepanelen die door vakmensen gemonteerd worden en behoorlijk aan de prijs zijn. Toch kan het allemaal ook een stuk eenvoudiger, zo bewijst het Oostenrijkse team achter de start-up Solmate. Zij ontwikkelden een zeer compacte energiecentrale voor thuis die eruit ziet als een uit de kluiten gewassen powerbank voor een mobiele telefoon. De werking wordt zo simpel mogelijk gemaakt, je doet de stekker in het stopcontact en de Solmate gaat direct aan de slag.

Betekent dit dat je je contract bij je electriciteitsleverancier kan opzeggen en voortaan zelfvoorzienend bent in je stroom? Nee, dat ook weer niet. De Solmate is puur bedoeld als extraatje en genereert ongeveer tien procent van de elektriciteit die een gemiddeld huishouden verbruikt. Maar wat is er nou precies zo vernieuwd hieraan? Dat heeft vooral te maken met de toegankelijkheid en – niet geheel onbelangrijk – de aanschafprijs. Het instapmodel van de Oostenrijkers kost slechts 550 euro. Het is ook nog eens een investering omdat hij zichzelf binnen zeven jaar heeft terugverdiend en zo’n 25 jaar mee moet gaan.

100% Limburg Bike – Maatwerkframes met een zachte g

Nederland staat al sinds jaar en dag bekend als hét fietsland van de wereld. Waar de start-up 100% Limburg Bike precies vandaan komt, blijft gezien de naam gissen maar vermoedelijk is het dezelfde provincie als die van Giro-winnaar Tom Dumoulin. Eigenlijk is 100% Limburg Bike niet per se een bedrijf, maar meer een samenwerkingsverband tussen meerdere regionale spelers die samen een doel hebben: het produceren van de meest onverwoestbare fiets ter wereld die tegelijkertijd ook vederlicht is.

Voor de frames worden de meest onverwoestbare en flexibele metalen gekozen en met een 3D-printer wordt precisiewerk mogelijk voor een schappelijke prijs. Elke tweewieler die in de toekomst door de Limburgers wordt afgeleverd moet aanvoelen als een maatpak op wielen die volledig is aangepast op het lichaam en de behoefte van de gebruiker.

Toogethr – Carpool zonder warboel

Waarom staan miljoenen mensen elke werkdag weer in de file? Dit heeft natuurlijk vooral te maken met een overschot aan wegverkeer. Het is eigenlijk enorm inefficiënt en een behoorlijke belasting voor het klimaat om in je uppie in de auto naar je werk te gaan. Carpoolen is niet per se nieuw, maar de wijze waarop Toogethr het aanpakt heeft al wel menig autodeler overtuigd! Het principe werkt alleen maar als je toevallig mensen kent die een soortgelijke route afleggen als jij. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Gelukkig valt inmiddels nagenoeg alles te automatiseren door middel van een algoritme; zo ook carpoolen.

De app van de Nederlandse start-up Toogethr koppelt vraag en aanbod automatisch aan elkaar zodat elk voertuig optimaal wordt benut. En wat heeft dit voor effect? De 10.000 actieve gebruikers van de app zorgen ervoor dat er op dit moment al zo’n 6000 tot 7000 auto’s minder deelnemen aan de ochtendspits. Omdat het platform is gekoppeld aan de werkgevers, kost het de individuele gebruiker helemaal niets én kan niet iedere gek zomaar bij je in de auto stappen. Om dit soort narigheid te voorkomen, is er daarom bovendien een review- en reward-systeem toegevoegd die wel wat weg heeft van hoe Uber dit aanpakt.

Is Toogethr dé oplossing voor het hele fileprobleem? Dat is misschien iets te veel eer. Maar het staat buiten kijf dat je een hoop opstoppingen en uitlaatgassen kan voorkomen door dit op een slimme manier aan te pakken. En wie weet bloeien er nog mooie relaties op door de automatisch gegenereerde carpoolmatches van deze app die zich de eerste start-up of the week mag noemen van 2020!

 

Het bericht Start-up of the week: Tinder voor carpoolers verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/start-up-of-the-week-tinder-voor-carpoolers/feed/ 0
Start-up of the day: 100% Limburg Bike is onbreekbaar, lichtgewicht en altijd op maat https://innovationorigins.com/nl/start-up-of-the-day-100-limburg-bike-is-onbreekbaar-lichtgewicht-en-altijd-op-maat/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=start-up-of-the-day-100-limburg-bike-is-onbreekbaar-lichtgewicht-en-altijd-op-maat https://innovationorigins.com/nl/start-up-of-the-day-100-limburg-bike-is-onbreekbaar-lichtgewicht-en-altijd-op-maat/#respond Fri, 03 Jan 2020 16:00:37 +0000 https://innovationorigins.com/?p=202430 Een consortium van Limburgse bedrijven uit het midden- en kleinbedrijf en bedrijven op Brightlands Chemelot Campus ontwikkelt een onbreekbare lichtgewicht racefiets, die helemaal naar wensen van de individuele gebruiker wordt gemaakt. Het prototype moet over ongeveer een half jaar klaar zijn. Maar hoeveel een fietser straks voor dit Limburgse innovatieproduct moet gaan betalen is nog […]

Het bericht Start-up of the day: 100% Limburg Bike is onbreekbaar, lichtgewicht en altijd op maat verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
Een consortium van Limburgse bedrijven uit het midden- en kleinbedrijf en bedrijven op Brightlands Chemelot Campus ontwikkelt een onbreekbare lichtgewicht racefiets, die helemaal naar wensen van de individuele gebruiker wordt gemaakt. Het prototype moet over ongeveer een half jaar klaar zijn. Maar hoeveel een fietser straks voor dit Limburgse innovatieproduct moet gaan betalen is nog onduidelijk: dat wordt pas na de bouw van het prototype bepaald.

Hoewel het alle kenmerken heeft van een fiets zoals er in honderden varianten overal op de wereld heel veel van zijn, noemen de bedenkers van de 100% Limburg Bike hun product toch graag “typisch Limburgs”. Dat komt, zo zeggen ze, omdat het bedacht is vanuit een Limburgse behoefte maar vooral ook gebruik maakt van de daar aanwezige innovatieve kennis en vaardigheden. Een start-up is het consortium (bestaande uit CeraCarbon, Mullens Sports & Health Innovations, Belgian Cycling Factory, Eurocarbon, Kembit, Brightlands Materials Center en Chemelot Innovation and Learning Labs) officieel nog niet, maar dat zou er zo maar eens uit kunnen ontstaan. We spraken met de man die zich voorlopig dan ook liever projectleider dan CEO noemt, Menno Smeelen. “Dit is straks een heel bijzondere fiets die aan de eisen van de UCI en aan de ISO-standaarden voldoet. En we brengen ‘m vanuit Limburg op de markt.”

Hoe kwam je op het idee voord de Limburg Bike?

Op Brightlands Chemelot Campus waren we op zoek naar een manier om kennispartijen te laten samenwerken met maakbedrijven op het gebied van innovatie en op die manier de regionale economie te versterken. Daarnaast is er een bepaalde behoefte in de markt geconstateerd als het gaat om bijzondere racefietsen. Cijfers tonen een groei van het aantal sportieve fietsers aan. Sport is een belangrijk middel om aan je gezondheid te werken. Dat Limburg de wielrensport een warm hart toedraagt en het hoog op de sportagenda staat, is dan natuurlijk mooi meegenomen. Vanuit dat perspectief is er nagedacht over een innovatieve racefiets als product en als showcase.”

100% Limburg Bike

Wat is er zo innovatief aan deze fiets?

Dat heeft onder andere te maken met de materialen en speciale 3D-printtechnologieën. CeraCarbon, een van onze startups, heeft straks de centrale rol in de productie, die per racefiets is afgeleid van de exacte maten van de fietser. Precisiewerk, want dát zijn immers de maten die bepalend zijn voor de uitvoering van het frame. Bij de materialen gaat het dan om titanium, sealed magnesium en carbonvezel. Een combinatie van carbon- en Dyneema-vezels zorgt voor optimale sterkte en stijfheid zodat de voorvork onbreekbaar wordt. Ook heel bijzonder is dat het frame en de verbindingen aan elkaar worden gelijmd. Hiervoor wordt nog aan een duurzame biobased lijn gewerkt. De ontwikkeling van thermoplastische hars gaat ervoor zorgen dat het carbon recyclebaar wordt. Dit zijn technieken die ook relevant zijn in de vliegtuig- en automotive-industrie, dus mogelijk dat onze innovaties straks hun weg vinden naar deze sectoren. Speciale vlechttechniek zorgt voor de juiste dichtheid en richting van fibers. Dat alles maakt de racefiets veilig. Hier zijn we erg trots op. En er is nog iets speciaals aan deze racefiets waarmee de veiligheid wordt vergroot: sensing.

Sensing?

Daarmee wordt gecontroleerd aan welke belasting de fiets wordt blootgesteld. Als je met zo’n lichtgewicht fiets ergens tegenaan botst, zie je niet altijd aan de buitenkant of er iets is beschadigd. Via sensing wordt ook een onzichtbare schade gedetecteerd. Dat kan veel ellende voorkomen. De fribre sensing is eigenlijk een ontwikkeling waarbij de carbon fibres zelf een sensorfunctie krijgen. Je kan dan als het ware de weerstand meten en dus ook of er schade aan hars of carbon fibres is ontstaan. Deze sensing functionaliteit wordt ontwikkeld door het Brightlands Materials Center en de vertaalslag naar een applicatie wordt vervolgens door Kembit opgepakt.

Maar door de materialen die je gebruikt claim je toch al dat de fiets onbreekbaar is, hoe zinvol is het dan nog om daar een sensor aan toe te voegen om dat te bewijzen?

De Dyneema fibres zorgen inderdaad dat een buis of voorvork niet meer doorbreekt, hetgeen een sterk vergrote veiligheid oplevert. Bijvoorbeeld als je de valpartij van Dylan Groenewegen vorig jaar in de Tour nog voor de geest kan halen, dat was dan niet gebeurd. Echter de carbon en hars kunnen nog steeds niet zichtbaar beschadigd zijn waardoor prestaties van het materiaal afnemen en een fietswissel of reparatie wel nodig is, zelfs als je veilig je ritje kunt afmaken. Deze sensing functie kan je dit vertellen. De fiets is juist ook een showcase voor innovaties, en de sensing functie zelf kan ook los gezien worden, waardoor dit in carbon breder toegepast kan worden. Bij onzichtbare schade die wel een breuk tot gevolg kan hebben kan de gebruiker gewaarschuwd worden of deze al dan niet veilig door kan fietsen. Maar ik zie vooral de spin-off naar automotive en luchtvaart, daar ligt de echte groeimarkt voor deze toepassing.

Wat is je doel met de 100% Limburg Bike?

Over een half jaar willen we het prototype klaar hebben. Dan kunnen we ook meer zeggen over de prijs die een gebruiker straks voor de fiets moet gaan betalen. Uiteindelijk moet de fiets ook een symbool worden voor Limburg als een regio van innovatie en wielrennen.

Lees hier meer verhalen van start-ups uit Europa

Het bericht Start-up of the day: 100% Limburg Bike is onbreekbaar, lichtgewicht en altijd op maat verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/start-up-of-the-day-100-limburg-bike-is-onbreekbaar-lichtgewicht-en-altijd-op-maat/feed/ 0
‘Dat mensen onfeilbare AI kunnen maken, is een utopie’ https://innovationorigins.com/nl/dat-mensen-onfeilbare-ai-kunnen-maken-is-een-utopie/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=dat-mensen-onfeilbare-ai-kunnen-maken-is-een-utopie https://innovationorigins.com/nl/dat-mensen-onfeilbare-ai-kunnen-maken-is-een-utopie/#respond Sat, 14 Dec 2019 09:00:10 +0000 https://innovationorigins.com/?p=200354 Filosofe en docent computerethiek aan de Universiteit van Maastricht Katleen Gabriëls schreef het vorige week gepubliceerde boek ‘Regels voor Robots’ over de manier waarop we tegen het ontwerpen van kunstmatige intelligentie aan moeten kijken nu onze samenleving steeds meer gerobotiseerd wordt en kunstmatige intelligentie ons leven in steeds grotere mate beïnvloedt. Waarom heb je dit […]

Het bericht ‘Dat mensen onfeilbare AI kunnen maken, is een utopie’ verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
Filosofe en docent computerethiek aan de Universiteit van Maastricht Katleen Gabriëls schreef het vorige week gepubliceerde boek ‘Regels voor Robots’ over de manier waarop we tegen het ontwerpen van kunstmatige intelligentie aan moeten kijken nu onze samenleving steeds meer gerobotiseerd wordt en kunstmatige intelligentie ons leven in steeds grotere mate beïnvloedt.

Waarom heb je dit boek geschreven?

„In eerste instantie om een pragmatische reden. Het hoorde bij de Willy Calewaert-leerstoel van de Vrije Universiteit Brussel die ik daar vorig jaar had. Zo’n leerstoel is in België een ander begrip dan in Nederland. Ik gaf gedurende één academiejaar een aantal hoorcolleges filosofie voor toekomstige ingenieurs. Omdat ik als docent techniekethiek bij de TU/e werkte en nu in Maastricht had ik daar ervaring mee. Ik werk nu tien jaar binnen de computerethiek. Bij die leerstoel hoorde ook een wetenschappelijke publicatie. De vorm daarvan was niet gespecificeerd. Maar al snel had ik besloten dat ik een boek wilde schrijven. Ook omdat een Engelse vertaling gegarandeerd werd, waardoor ik een breder publiek kon bereiken. Ik ben begonnen met het uitschrijven van die colleges die ik aan de ingenieurs in opleiding in Brussel heb gegeven. Het resultaat heb ik daarna verbreed en verdiept.”

Maar uiteindelijk heb je het boek niet alleen voor ingenieurs geschreven?

„Nee. Dat klopt. Ik wilde het boek niet alleen voor die ingenieurs schrijven omdat het debat over computerethiek zo belangrijk is. Je kan geen krant openslaan of het gaat over kunstmatige intelligentie. Daarom is het essentieel om het debat te helpen door de vraagstukken die er zijn te verduidelijken. Het boek is dan wel ontstaan uit die leerstoel, maar eigenlijk is het bedoeld voor iedereen. Dat leg ik ook uit in het boek. Het gaat niet alleen om de technologie zelf, maar ook om de maker ervan en de gebruiker. En op de invloed die de technologie heeft op onze maatschappij. Als je ziet hoe de smartphone – die in 2007 op de markt is gekomen – in twaalf jaar tijd de maatschappij enorm heeft veranderd, dan stel je je daar vragen bij. Het gaat natuurlijk ook om de verantwoordelijkheid van de ingenieur die de AI maakt voor de gevolgen die deze kan hebben. Maar ultiem is het boek een pleidooi voor techniekethiek natuurlijk. Het gaat mij erom dat er aandacht wordt besteed aan de ethische aspecten van technologie: niet pas als technologie op de markt is, maar op voorhand.”

Je hebt het boek ‘Regels voor Robots’ genoemd. Maar eigenlijk staan er geen regels in.

„Je bedoelt dat er geen tien gouden regels in staan waaraan de robots moeten voldoen?”

Ja. En je kraakt sommige regels ook een beetje af. In het boek zeg je bijvoorbeeld dat het naïef is om te vertrouwen op de drie bekende regels van Asimov – die er al heel lang zijn.

„Het doel van het boek is veel complexer dan het meegeven van een aantal regels. Het is een pleidooi voor regels voor robots maar er is niet zomaar een checklist voorhanden. Omdat morele regels, bijvoorbeeld, ook contextafhankelijk zijn. Dus over het idee dat wij op een binaire manier een systeem kunnen programmeren met morele regels die in elke context de juiste keuze zullen maken, kan ik zeggen: dat zal niet lukken. Alleen al omdat wij als mensen moreel feilbaar zijn. Dus hoe kunnen wij dan een onfeilbaar systeem maken? Dat is een utopie. Uiteindelijk staan er wel heel veel regels in het boek. Maar veel minder concreet dan je misschien op voorhand gedacht zou hebben. Het gaat om een aantal regels die ingenieurs moeten volgen bij het ontwerpen van AI. Dan gaat het om een pleidooi voor wat ethics by design genoemd wordt.”

Je schrijft dat ingenieurs een eed zouden moeten afleggen zoals artsen de eed van Hippocrates afleggen waarmee ze beloven te handelen in het belang van het welzijn van de mens bij het ontwerpen van AI.

Ja. Maar er zijn ook andere regels die als voorbeeld kunnen dienen over hoe zoiets moet. Zoals de Duitse code voor het programmeren van zelfrijdende auto’s. Dat zijn ook regels voor robots. Maar ook dit is geen checklist van twintig regels. Die Duitse code is veel breder en complexer dan dat.”

Je beschrijft in je boek een theoretisch dilemma voor AI in een zelfrijdende auto. Daarbij moet de AI in een noodsituatie op de weg bijvoorbeeld kiezen tussen het redden van de bestuurder van de zelfrijdende auto en zijn vrouw die naast hem zit, en een bus op de weg waarin twintig passagiers zitten. Die zouden gered kunnen worden als de zelfrijdende auto in een ravijn rijdt. Als hij er niet in rijdt, komt de bus in het ravijn terecht en sterven er 20 man. Als de AI van de zelfrijdende auto afgesteld is op het redden van zo veel mogelijk mensen, rijdt deze dus met de bestuurder en zijn vrouw het ravijn in. Die sterven daardoor.

„Dat is natuurlijk wel een voorbeeld waardoor het debat over zelfrijdend vervoer gereduceerd wordt. Het debat is veel complexer dan wat we het ‘trolleydilemma‘ noemen. Er zijn ook andere oplossingen denkbaar. Je kan ook proberen om de auto tot stilstand te brengen.”

Maar er is natuurlijk ook wel een situatie denkbaar waarbij die keuze er niet is.

„Ja. Dat is in elk geval iets waar we universeel over na moeten denken zodat het ene land geen andere keuze maakt dan het andere. Je moet dat internationaal vastleggen.”

Stel dat de bus vol met Mexicaanse drugshandelaren uit het Sinaloa-kartel zit die op weg naar de VS zijn om daar de doodstraf te krijgen. Dan heeft de AI deze groep gered op basis van hun aantal terwijl ze twee weken later op de elektrische stoel komen te zitten.

„Dat is een gedachte-experiment. Maar in de praktijk is de kans daarop heel klein. Je kunt zo’n situatie statistisch niet helemaal uitsluiten. Maar het is geen realistisch scenario. Denk er maar eens over na. Hoe vaak heb je als chauffeur bij een nakende crash zelf moeten kiezen tussen het aanrijden van een jonge voetganger links van je auto of een bejaarde fietser rechts?”

Ik bedoel dat het lot voor een ieder onvoorspelbaar is. De ontwerper van de AI van de zelfrijdende auto denkt dat hij per saldo 18 mensenlevens gered heeft en dat hij daarmee iets goeds gedaan heeft. Maar ondertussen weet je niets over de toekomst van die 18 man.

Maar dat is ook de reden dat ik dat dilemma zo problematiseer. Ik schrijf dat ook. Puur in theorie zeggen mensen dan: zoveel mogelijk mensen moeten overleven. Maar als die ene persoon die zou doodgaan jouw partner is, dan ga je een andere afweging maken. Dus ook die afweging is contextafhankelijk.”

Stel dat de bus niet vol drugshandelaren zit en de keuze valt op de bestuurder van de auto. Maar dat deze bestuurder net een medicijn tegen kanker aan het uitvinden was waarmee hij een miljard levens had kunnen redden.

„Ja. Of een medicijn tegen aids. Maar dat soort gedachte-experimenten behoren niet tot het doel van het boek.”

Wat ik bedoel is dat de perfecte afweging er niet is, en dat je die dus niet eenduidig kunt programmeren.

„Ja. Dat is inderdaad de boodschap van het boek. Je hebt te maken met contextafhankelijkheid. Mensen die nog niet zo goed geïnformeerd zijn, denken misschien dat het systeem duidelijke keuzes voor hen gaat maken die beter zijn dan hun eigen keuze. Dat is juist wat ik ter discussie stel. Anderzijds reduceert de zelfrijdende auto wel een aantal problemen die we nu tegenkomen zoals dat er ongevallen ontstaan door menselijke fouten achter het stuur of dronken chauffeurs, bijvoorbeeld.”

Wat is het trolleydilemma precies?

„Het trolleydilemma is een gedachte-experiment waarbij een op hol geslagen treintje een tweesprong van de rails nadert. Op het ene spoor ligt een persoon vastgebonden, op het andere spoor liggen er vijf vastgebonden. Om die vijf te redden moet iemand de wissel om zetten. Maar daardoor gaat die ene persoon dus wel dood. Er is nog een andere variant van het trolleydilemma waarbij jij staat toe te kijken op een brug over het spoor samen met een dikke persoon. Daarop zijn wederom vijf personen vast gebonden. Als jij de dikke persoon van de brug gooit, gaat die dood omdat hij voor de trein valt die dan stopt. Maar dan worden er wel vijf aan de rails vastgebonden personen gered. Daar zullen minder mensen voor kiezen omdat je dan doelbewust voor dit scenario moet kiezen.”

Omdat je dan eigenlijk iemand vermoordt?

„Ja.”

Maar wat is de les van het trolleydilemma dan voor wat betreft AI?

„Het trolleydilemma is in de jaren ‘60 van de vorige eeuw ontstaan in een totaal andere context. Doel was om te kijken welke afwegingen mensen maken bij een moreel dilemma. Die afweging is hier doorgaans utilitaristisch. Dat betekent dat het je uitgangspunt is om te proberen zoveel mogelijk mensen te redden. De reden waarom het trolleydilemma zo vaak aan het ontwerpen van AI gekoppeld wordt is dat die gedachte-experimenten door de ontwikkeling van AI steeds concreter worden. Er is ook een experiment van de Amerikaanse universiteit MIT dat ‘Moral Machine’ heet. Je krijgt daarbij dertien scenario’s van een crashende zelfrijdende wagen voorgeschoteld. Daarbij moet je bijvoorbeeld kiezen tussen het redden van het leven van oude of jonge mensen. [Eén van de mogelijke uitkomsten daarbij was dat ouderen moesten sterven om jongeren te laten overleven. Omdat de jongeren nog langer te leven hadden dan de ouderen zou dit de logische keuze zijn, red. ] Daarover zegt die Duitse code voor zelfrijdend vervoer trouwens dat dit nooit gebeuren mag. Die stelt dat je AI nooit op basis van persoonlijke kenmerken een keuze [tussen mensen, red.] mag laten maken. Dat is een duidelijke regel die ik onderschrijf. Eén resultaat van de MIT Moral Machine namen de Duitsers wel over in hun code: dat het leven van een mens primeert op dat van een dier.”

Sommige beslissingen mag je AI dus nooit laten nemen?

„Ja. Een programmeur mag nooit alleen de macht hebben om op basis van persoonlijke kenmerken te gaan programmeren.”

Volgende week zaterdag verschijnt het tweede deel van dit interview.

Het bericht ‘Dat mensen onfeilbare AI kunnen maken, is een utopie’ verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/dat-mensen-onfeilbare-ai-kunnen-maken-is-een-utopie/feed/ 0
Lector Smart Manufacturing Fontys brengt studenten en bedrijven bij elkaar https://innovationorigins.com/nl/lector-smart-manufacturing-fontys-brengt-studenten-en-bedrijven-bij-elkaar/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=lector-smart-manufacturing-fontys-brengt-studenten-en-bedrijven-bij-elkaar https://innovationorigins.com/nl/lector-smart-manufacturing-fontys-brengt-studenten-en-bedrijven-bij-elkaar/#respond Wed, 29 May 2019 16:40:56 +0000 https://innovationorigins.com/?p=172488 Hans Krikhaar is aangesteld als eerste lector Smart Manufacturing op de Fontys Hogeschool. Krikhaar wil dat zijn lectoraat een belangrijke kennishub voor slim produceren wordt. “Een plek waar studenten praktisch onderzoek vertalen naar toepasbare oplossingen voor de industrie”, vertelt Krikhaar tijdens zijn inauguratie. Hiervoor wil hij  dat studenten en bedrijven eerder met elkaar in contact […]

Het bericht Lector Smart Manufacturing Fontys brengt studenten en bedrijven bij elkaar verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
Hans Krikhaar is aangesteld als eerste lector Smart Manufacturing op de Fontys Hogeschool. Krikhaar wil dat zijn lectoraat een belangrijke kennishub voor slim produceren wordt. “Een plek waar studenten praktisch onderzoek vertalen naar toepasbare oplossingen voor de industrie”, vertelt Krikhaar tijdens zijn inauguratie. Hiervoor wil hij  dat studenten en bedrijven eerder met elkaar in contact komen. “Studenten hebben de toekomst. Die toekomst verandert snel met allerlei nieuwe technologieën. Om al die nieuwe ontwikkelingen goed te kunnen inbouwen is het belangrijk dat studenten weten hoe fabrieken van binnen werken en wat ervoor nodig is om nieuwe technieken in te voeren.”

Studenten komen al vroeg in de opleiding bij bedrijven over de vloer, als het aan Krikhaar ligt. Eerst via stages, later door onderzoek, waar ze bedrijven helpen met specifieke vragen en net voor het afstuderen werken ze in een multidisciplinair studententeam aan een specialisatie opdracht in de industrie. “Het belangrijkste is dat studenten bezig zijn in de sector waar ze straks aan de gang willen. Hierin willen we studenten stimuleren om zelf een keuze te maken welke richting ze op willen.  Als iemand de ambitie heeft om meer te focussen op hardcore machinebouw, kan dat. Hierin zijn we actief  in vier domeinen waar studenten zich in kunnen specialiseren”, legt Krikhaar uit.

‘Iedereen weet dat er iets moet gebeuren, maar niemand weet wat precies.’

Welke domeinen zijn dat? Een voorbeeld: drones kun je gebruiken om pakketjes rond te brengen (Future Mobility), maar je kunt een drone ook voorzien van een AED-set, zodat het apparaat kan worden opgeroepen als iemand een hartaanval heeft (Health & Care). De andere twee domeinen waar studenten aan de slag kunnen, zijn: Smart Manufacturing en High Tech Systems. “Deze onderwerpen zijn niet alleen voor studenten interessant, ook in de industrie zijn het belangrijke thema’s. Zelf vind ik zo’n drone met AED geweldig, hier heb je heel wat artificial intelligence voor nodig om het goed te laten werken. Maar als het goed werkt, red je er levens mee. Het heeft impact. Hetzelfde geldt voor de onderzoekslijnen gericht op mechatronica & robotica of complexe sensorsystemen. Je hoort overal bedrijven roepen dat het tijd is voor Smart Industry of Industry 4.0. Iedereen weet dat er iets moet gebeuren, maar niemand weet wat precies. Ik heb de goede hoop dat de onderzoeken die studenten binnen bedrijven gaan uitvoeren, zullen bijdragen aan antwoorden.”

Volgens Krikhaar gaat de specialisatie van studenten niet alleen over samenwerken met bedrijven, maar ook over samenwerking met elkaar. “In de laatste fase van de studie is het belangrijk dat studenten een totaaloverzicht hebben ontwikkeld. Ze moeten het proces om een high tech systeem van ontwerp tot realisatie te ontwikkelen, in goede banen kunnen leiden. Als studenten hierin slagen, kunnen ze veel betekenen voor bedrijven en tonen ze hun waarde voor de industrie. Maar om dit grote plaatje te zien, moeten ze verder leren kijken dan hun eigen specialiteit. Engineers moeten begrijpen waar softwaredevelopers tegenaan lopen en andersom. In teams met studenten van verschillende opleidingen leren ze hoe dit werkt.”

‘Waarom iets vastmaken met vier bouten, als het ook met drie kan?’

De nieuwe lector verdiende zijn sporen in verschillende sectoren. Krikhaar werkte onder andere voor Philips Lighting, Philips Drachten en ASML. In bijna iedere functie kwam het automatiseren of efficiënter maken van de productie wel terug. Dat is ook waar de studenten die Krikhaar onder zijn hoede heeft, mee aan de slag gaan: het ontwikkelen van autonome karretjes die in fabrieken goederen rondbrengen, van robotarmen die gereedschap verwisselen of studenten bedenken een zelflerend systeem dat automatisch de aankoop van bepaalde onderdelen regelt. “Wat ik in al die verschillende functies heb geleerd, is om dingen simpel te houden. Als je iets vast kunt zetten met drie bouten, waarom zou je er vier gebruiken? Kijk stap voor stap naar alle onderdelen van het productieproces. Kun je misschien machines wegstrepen zonder dat de productie in de soep loopt? In veel fabrieken is het antwoord ja. Dit zorgt ervoor dat de productie sneller gaat, er minder kapot kan en er minder onderhoud nodig is. Win win.”

Om processen simpeler en efficiënter te maken moet je een goede analyse maken, benadrukt Krikhaar. “Durf te zeggen dat dingen niet goed gaan, ga op zoek naar het probleem. In Japan zijn ze hier heel erg goed in. Het meten van processen is essentieel, hierdoor weet je precies wanneer iets fout gaat en waarom.” Dat is gelijk het eerste waar studenten aan gaan werken: een meetkastje met allerlei sensoren die temperatuur, trillingen, stroomsnelheid en andere waardes meten. “Studenten gaan straks via de opleiding bij bedrijven aan de slag om inzicht te krijgen in werkprocessen, dit soort apparatuur maakt hun analyse beter”, legt Krikhaar uit.

‘Onderzoeksresultaten van studenten om onderwijs te verbeteren.’

Het lectoraat is niet alleen gericht op Fontys Engineering in Eindhoven, maar ook op Fontys Techniek en Logistiek in Venlo. Krikhaar: “Hier heb je allerlei uitdagingen, te weinig mensen, snel veranderende processen. Of juist veranderingen die weer te langzaam gaan. Ook in de agrarische sector spelen deze zaken. Mooie oplossingen zijn ook al bedacht: de HAS Hogeschool werkt samen met tomatentelers in Limburg aan tomaten die via sensoren precies aangeven wat ze nodig hebben. Zo kunnen telers veel gerichter met bestrijdingsmiddelen, mineralen en water omgaan. De snelheid waarmee nieuwe technologie ontwikkeld wordt, neemt voorlopig zeker niet af. Het vraagt van studenten dat ze out of the box denken en flexibel zijn als het gaat om nieuwe ontwikkelingen.”

Krikhaar gelooft hierom ook niet dat het onderwijs hetzelfde blijft: “De lesstof verandert niet alleen door technologische ontwikkelingen, maar ook door de kennis die studenten bij bedrijven opdoen. Het is de bedoeling dat via hun onderzoek niet alleen bedrijven beter worden, maar dat  we die kennis ook gebruiken voor het verbeteren van het onderwijs. Alle expertise en onderzoeksresultaten die we binnenhalen, gaan we hier bundelen. We gebruiken dit niet alleen voor het verbeteren van ons eigen onderwijs, maar we kunnen hiermee ook trainingen of cursussen voor werknemers uit de industrie ontwikkelen. Dit wordt dé kennishub rond dit Smart Manufacturing.”

Het bericht Lector Smart Manufacturing Fontys brengt studenten en bedrijven bij elkaar verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/lector-smart-manufacturing-fontys-brengt-studenten-en-bedrijven-bij-elkaar/feed/ 0
Medace haalt 7,4 miljoen euro op om medische innovaties sneller bij patiënt te krijgen https://innovationorigins.com/nl/medace-haalt-74-miljoen-euro-op-om-medische-innovaties-sneller-bij-patient-te-krijgen/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=medace-haalt-74-miljoen-euro-op-om-medische-innovaties-sneller-bij-patient-te-krijgen https://innovationorigins.com/nl/medace-haalt-74-miljoen-euro-op-om-medische-innovaties-sneller-bij-patient-te-krijgen/#respond Wed, 29 May 2019 12:00:04 +0000 https://innovationorigins.com/?p=172473 “Ondernemende onderzoekers hebben vaak hele goede ideeën”, vertelt Danielle Curfs. “Het probleem is alleen dat de weg naar de patiënt zo ongelooflijk lang en complex is dat veel plannen in de kast verdwijnen.” Dit wil Curfs veranderen met Medace. Hier kunnen onderzoekers en startups terecht om hun medische innovatie sneller en efficiënter naar de markt […]

Het bericht Medace haalt 7,4 miljoen euro op om medische innovaties sneller bij patiënt te krijgen verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
“Ondernemende onderzoekers hebben vaak hele goede ideeën”, vertelt Danielle Curfs. “Het probleem is alleen dat de weg naar de patiënt zo ongelooflijk lang en complex is dat veel plannen in de kast verdwijnen.” Dit wil Curfs veranderen met Medace. Hier kunnen onderzoekers en startups terecht om hun medische innovatie sneller en efficiënter naar de markt te brengen. Hiervoor heeft Medace 7,4 miljoen euro bij investeerders losgekregen. Vanaf januari 2020 verhuist Medace naar de Brightlands Maastricht Health Campus, waar de startups over alle mogelijke faciliteiten kunnen beschikken.

Curfs: “Startups vallen vaak tussen wal en schip. Grote bedrijven of investeerders vinden het te vroeg om in de buidel te tasten. De technologie heeft zich nog onvoldoende bewezen en verdere ontwikkeling is tijdrovend en kost veel geld. Een te groot risico. Ook op de universiteit is het lastig om verder te komen, het ontbreekt vaak aan capaciteit om op te schalen. Bovendien is een universiteit meer gericht op onderzoek.”

Lego doos

Medace wil dit gat vullen, startups kunnen hier zelf aangeven wat ze nodig hebben. Vanaf januari 2020 is er in Maastricht op de Health Campus ruimte voor zo’n twintig bedrijfjes of onderzoeksprojecten. Ontwikkelaars houden zich vooral bezig met het ontwikkelen van biomedische materialen, implantaten en materialen voor celtherapie: “Zie het als een Lego doos, je gebruikt alleen de stenen die je nodig hebt. Vandaag kan dat een cleanroom zijn, maar over een halfjaar heb je misschien hulp nodig bij wet- en regelgeving. We proberen in alle behoeftes te voorzien”, legt Curfs uit.

Startups hebben vaak niet de middelen om dure onderzoeksapparatuur aan te schaffen. Bij Medace is alles voorhanden wat de ontwikkelaars nodig hebben. Cleanrooms en labs, maar ook kantoorruimte en begeleiding. “Het is eigenlijk een leer -en werkomgeving: hier vullen ondernemers en onderzoekers hun rugzakje met kennis, over het opzetten van klinische studies of kwaliteitsmanagement bijvoorbeeld. Maar ook cursussen en andere manieren om kennis te delen, de cultuur is erg open. Deze methode zorgt ervoor dat projecten sneller klinische bewijzen kunnen leveren, wat ze weer interessanter maakt voor investeerders. Het doel is dat ze hier genoeg leren om op eigen benen te kunnen staan.”

“Waar vroeger publiceren het belangrijkste was, zie je dat de onderzoekers die nu afstuderen of promoveren het geweldig vinden als hun vinding tot patiënten gebracht kan worden.” Danielle Curfs, CEO Medace.

Momenteel ontwikkelt Medace nog onder de vlag van Chemelot InSciTe op de Brightlands Chemelot Campus in Geleen, daar lopen zeven onderzoeksprojecten en vier startups. Met de investering van de Universiteit Maastricht, LIOF, Maastricht UMC+, de Brightlands Health Campus,  de Brightlands Chemelot Campus en de Provincie Limburg kan Medace als zelfstandige onderneming uitbreiden. Twee van de startups in Geleen verhuizen niet mee naar het nieuwe onderkomen in Maastricht. “Neuroplast en CiMaas zijn ons ontgroeid en gaan zelf verder, hiermee tonen we aan dat het model werkt. Zo moet het in de toekomst ook gaan.”

Sneller bij de patiënt

Een project dat volgens Curfs veelbelovend is en wel meeverhuist naar Maastricht: een nieuwe behandelmethode voor scoliose, een kromming in de ruggenwervel waar vooral meisjes in de groei last van hebben. “Nu wordt een patiënt van boven tot onder opengehaald om metalen staven naast de ruggengraat te leggen, hier wordt een stalen kabel tussen gespannen om de vergroeiing recht te trekken. Maar omdat jonge patiënten nog groeien moeten de kabels steeds verlegd worden. Dit zijn ingrijpende operaties. Al sinds 2009 wordt er onderzoek gedaan naar een nieuwe manier: met nylon-draden van DSM die langs de metalen geleiders mee kunnen glijden. De persoon die hierop gepromoveerd is een van de projecttrekkers om volgend jaar een trial met jonge patiënten te starten. Dat laat wel zien hoe lang het kan duren voordat een patiënt kan profiteren. Wij willen dat versnellen.”

Ook ziet Curfs een andere generatie onderzoekers van de universiteit komen. “Waar vroeger publiceren het belangrijkste was, zie je dat de onderzoekers die nu afstuderen of promoveren het geweldig vinden als hun vinding tot patiënten gebracht kan worden. Daarin zie je echt een verschil. Ook universiteiten maken hierin een verschuiving, het gaat niet alleen nog maar om fundamenteel onderzoek. Er wordt ook gekeken hoe je kennis vertaalt in marktwaarde. Maar we moeten hierin niet doorschieten. Er moet een goede balans tussen onderzoek en markt zijn.”

Het bericht Medace haalt 7,4 miljoen euro op om medische innovaties sneller bij patiënt te krijgen verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/medace-haalt-74-miljoen-euro-op-om-medische-innovaties-sneller-bij-patient-te-krijgen/feed/ 0
Arbeidsproductiviteit moet omhoog, zegt ING – en de oplossing ligt in een snellere robotisering https://innovationorigins.com/nl/arbeidsproductiviteit-moet-omhoog-zegt-ing-en-de-oplossing-ligt-in-een-snellere-robotisering/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=arbeidsproductiviteit-moet-omhoog-zegt-ing-en-de-oplossing-ligt-in-een-snellere-robotisering https://innovationorigins.com/nl/arbeidsproductiviteit-moet-omhoog-zegt-ing-en-de-oplossing-ligt-in-een-snellere-robotisering/#respond Sat, 25 May 2019 10:00:51 +0000 https://innovationorigins.com/?p=172171 Om de groei in arbeidsproductiviteit te stimuleren, is een versnelling nodig bij de robotisering in alle sectoren van onze industrie. Dat schrijft sector- en regioeconoom Henk van den Brink van ING. De arbeidsproductiviteit stijgt nog wel maar veel langzamer dan in de jaren voor de crisis van 2008. Zeker in Noord-Brabant, industrieprovincie bij uitstek, blijft […]

Het bericht Arbeidsproductiviteit moet omhoog, zegt ING – en de oplossing ligt in een snellere robotisering verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
Om de groei in arbeidsproductiviteit te stimuleren, is een versnelling nodig bij de robotisering in alle sectoren van onze industrie. Dat schrijft sector- en regioeconoom Henk van den Brink van ING. De arbeidsproductiviteit stijgt nog wel maar veel langzamer dan in de jaren voor de crisis van 2008. Zeker in Noord-Brabant, industrieprovincie bij uitstek, blijft de productiviteit achter.

“Meer doen met minder mensen is dus een must”, zegt Van den Brink. “Meer technologie in de vorm van verregaande robotisering en digitalisering is de oplossing.” Eind 2019 zullen er naar verwachting 12.000 industriële robots zijn. Opvallend is dat het groeitempo de laatste jaren is afgenomen. “Het tempo van robotisering zal omhoog moeten, in meer segmenten van de industrie bovendien.”

Arbeidsproductiviteit zakt terug

Marieke Blom (ING) bij de opening van Dutch Technology Week 2019: “Waar we dus grote behoefte aan hebben is slimmere machines én mensen die daar slimmer mee om kunnen gaan. We willen voelen dat we economisch vooruit gaan, maar daarvoor is het echt noodzakelijk dat onze technologie in staat is productiever te worden. Daarnaast moeten er meer mensen zijn die daar goed mee om kunnen gaan. Dat wil zeggen dat ‘leven lang leren’ veel duidelijker aanwezig moet zijn in onze hoofden. Veel mensen zullen de draai moeten maken vanuit een huidige functie naar een plek in de technologiesector.” Meer hier

robots(ING)

Door verregaande robotisering krijgt de productiviteitsgroei volgens ING een impuls. Van . den Brink: “Even belangrijk is het om robots en andere hoogwaardige technologie beter toe te passen. Investeringen in ‘slimme processen’ zijn van belang om doorlooptijden te verkorten en een hoog kwaliteitsniveau, een concurrerende kostprijs en dus een sterke internationale marktpositie te behouden.”

Chemelot

De industriële sectoren met de hoogste arbeidsproductiviteit zijn de aardolie-, de chemische en de farmaceutische industrie, gevolgd door de elektrotechnische- en machine-industrie, de voedings- en de auto-industrie. Vijf provincies (Noord-Brabant, Zuid-Holland, Gelderland, Noord-Holland en Limburg) zijn samen goed voor driekwart van de Nederlandse industriële productie. De provincies met de hoogste arbeidsproductiviteit in de industrie zijn Limburg en Zuid-Holland: ruim € 125.000 per werkzame persoon. Flevoland kent veruit de laagste arbeidsproductiviteit in de industrie: € 86.000.

In drie provincies was de productiviteitsgroei in beide perioden hoger dan gemiddeld in Nederland. In Limburg was deze in beide perioden met 8% veruit het hoogste. Chemelot en de sterk gerobotiseerde auto-industrie in Born hebben hiervoor gezorgd. Ook Zeeland kent dankzij de chemische en aardolie-industrie een hoge productiviteitsgroei, ook al daalde de groei van 8% naar 4,5% per jaar. Deze industriële sectoren zijn ook goed vertegenwoordigd in Zuid-Holland en daardoor groeit de productiviteit ook in deze provincie sterker dan landelijk.

“In Limburg was de groei van de arbeidsproductiviteit zowel voor als na de crisis veruit het hoogste van het land”

Noord-Brabant

Noord-Brabant is een industrieprovincie bij uitstek, maar kende in beide periodes een relatief lage productiviteitsgroei. Ook de twee minst geïndustrialiseerde provincies, Noord-Holland en Utrecht, kenden zowel voor als na de recessie een benedengemiddelde productiviteitsgroei. Is de daling van de gemiddelde jaarlijkse productiviteitsgroei na de recessie ‘het nieuwe normaal’? “Daar heeft het wel de schijn van”, zegt Van den Brink. “De arbeidsmarkt voor technische beroepen is krap. Dit blijft de komende jaren zo vanwege aanhoudende economische groei en vergrijzing. Productiviteitsgroei vanwege een steeds hoger opleidingsniveau loopt tegen grenzen aan. Het overgrote deel van de Nederlandse werknemers is goed opgeleid. Bij pensionering worden deze mensen vervangen door eveneens goed opgeleide werknemers.

Het Centraal Planbureau analyseerde eerder dat voor sterkere reële loonstijgingen vooral de arbeidsproductiviteit per gewerkt uur sneller moet toenemen.

Bron: ING

Het bericht Arbeidsproductiviteit moet omhoog, zegt ING – en de oplossing ligt in een snellere robotisering verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/arbeidsproductiviteit-moet-omhoog-zegt-ing-en-de-oplossing-ligt-in-een-snellere-robotisering/feed/ 0
Bacteriën in voedsel sneller opsporen met biosensoren https://innovationorigins.com/nl/bacterien-in-voedsel-sneller-opsporen-met-biosensoren/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=bacterien-in-voedsel-sneller-opsporen-met-biosensoren https://innovationorigins.com/nl/bacterien-in-voedsel-sneller-opsporen-met-biosensoren/#respond Fri, 24 May 2019 15:00:36 +0000 https://innovationorigins.com/?p=172131 Nieuwe biosensoren moeten ervoor zorgen dat bacteriële verontreinigingen in voedingsmiddelen sneller en goedkoper opgespoord kunnen worden. De Maastricht University, de KU Leuven en de Universiteit Hasselt gaan deze technologie verder ontwikkelen en testen in de praktijk. Hiervoor krijgen de universiteiten een bijdrage van 850.000 euro uit het Interreg Vlaanderen-Nederland potje van de Europese Unie. Dit […]

Het bericht Bacteriën in voedsel sneller opsporen met biosensoren verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
Nieuwe biosensoren moeten ervoor zorgen dat bacteriële verontreinigingen in voedingsmiddelen sneller en goedkoper opgespoord kunnen worden. De Maastricht University, de KU Leuven en de Universiteit Hasselt gaan deze technologie verder ontwikkelen en testen in de praktijk. Hiervoor krijgen de universiteiten een bijdrage van 850.000 euro uit het Interreg Vlaanderen-Nederland potje van de Europese Unie. Dit geld is bedoeld om problemen in de grensregio op te lossen en samenwerkingen over de grens te ondersteunen.  Met het project agrEUfood hopen de Nederlandse en Belgische onderzoekers in de toekomst terugroep acties te kunnen voorkomen.

Nu worden sommige verontreinigingen niet altijd op tijd opgespoord, dat komt omdat het met de huidige methode tot een week kan duren voordat er uitslag is. Met de biosensoren moet dit een stuk sneller gaan. Bart van Grinsven, assistent professor bij het departement Sensor Engineering (faculteit Science & Engineering) van Maastricht University, is intensief betrokken bij het project. “We hebben de technologie in handen, we willen dat deze ook het daglicht ziet. Hiervoor werken we samen met bedrijven die ervaring hebben in het industrialiseren van software: Yookr en hardware: Voxdale. Wij zorgen voor de technologie en zij maken er een toepassing van. Dit gaan we testen bij een Belgische startup die een automatische smoothie-automaat heeft ontwikkeld en een Nederlands bedrijf dat op tortilla gebaseerde producten maakt.”

Naast de universiteiten zijn ook de Brightlands Campus Greenport Venlo en het Vlaams Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) bij het project betrokken. Samen gaan ze ervoor zorgen dat de kennis die wordt opgedaan gedeeld wordt, onder andere door workshops en lezingen. Naast de Europese subsidie wordt het project ook ondersteund door de provincie Limburg (65.000 euro) en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (97.500 euro). Gedeputeerde Joost van den Akker (Economie en Kennisinfrastructuur): “Dit is een treffend voorbeeld hoe vanuit gerenommeerde kennisinstituten toepasbare wetenschap omgezet kan worden in bruikbare producten. Deze sensortechnologie biedt niet alleen economische kansen voor bedrijven die werken met voedingsproducten. Doordat bacteriën sneller ontdekt worden levert het ook een meerwaarde voor de volksgezondheid.”

Het bericht Bacteriën in voedsel sneller opsporen met biosensoren verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/bacterien-in-voedsel-sneller-opsporen-met-biosensoren/feed/ 0
Heeft Pinkpop over 50 jaar vliegende podia? Als het aan scholieren ligt wel https://innovationorigins.com/nl/heeft-pinkpop-over-50-jaar-vliegende-podia-als-het-aan-scholieren-ligt-wel/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=heeft-pinkpop-over-50-jaar-vliegende-podia-als-het-aan-scholieren-ligt-wel https://innovationorigins.com/nl/heeft-pinkpop-over-50-jaar-vliegende-podia-als-het-aan-scholieren-ligt-wel/#respond Tue, 14 May 2019 06:00:38 +0000 https://innovationorigins.com/?p=171291 Zet een bril op en je ziet waar je favoriete artiesten spelen of je ziet waar je vrienden uithangen. Een Google-glass voor Pinkpop. Want dat het festival dit jaar alweer de vijftigste editie beleeft, betekent niet dat er niet wordt nagedacht over de toekomst. Op de Brightlands Smart Services Campus bedenken havo -en vwo-scholieren hoe […]

Het bericht Heeft Pinkpop over 50 jaar vliegende podia? Als het aan scholieren ligt wel verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
Zet een bril op en je ziet waar je favoriete artiesten spelen of je ziet waar je vrienden uithangen. Een Google-glass voor Pinkpop. Want dat het festival dit jaar alweer de vijftigste editie beleeft, betekent niet dat er niet wordt nagedacht over de toekomst. Op de Brightlands Smart Services Campus bedenken havo -en vwo-scholieren hoe het festival er over 50 jaar uit moet zien. Leerlingen denken na over duurzaamheid, gezonde voeding en slimme data. De meesten vol enthousiasme en een enkeling om ‘maar niet op school te hoeven zijn’.

“Ik hoef vandaag ook niet naar mijn werk”, grapt Niek Murray de rechterhand van Pinkpop-baas Jan Smeets. “Ik ben heel erg benieuwd hoe ver leerlingen vandaag durven doordenken. Wij gaan wel kijken of ideeën implementeerbaar zijn. Ik hoorde net iemand vertellen over grassoorten die plastic kunnen opeten, ben je meteen van het afvalprobleem af. Of een politie-robot bouwen die de beveiliging ondersteunt. Die manier van denken is toch geweldig? Hier kunnen weer allerlei ideeën uit ontstaan die op kortere termijn misschien wel haalbaar zijn”, vertelt Murray.

Tussen de brainstormsessie en het uitwerken van de ideeën kunnen leerlingen verschillende workshops volgen over datascience, bedrijfsmodellen en pitchtraining. Peter Verkoulen CEO van de campus: “Op deze manier leren leerlingen op een andere manier dan in de schoolbanken, ze maken kennis met bedrijven en opleidingen rond het Brightlands netwerk. Ik hoop dat ze vandaag enthousiast worden van wat ze zien en kiezen voor een opleiding rond één van de focusgebieden van de Limburgse campussen. Het zijn onze studenten van de toekomst.”

Silke Reijnders is één van die toekomstige studenten, zij vindt nieuwe technologie fascinerend en is vooral bezig met de gevaren ervan: “Ik snap er niets van als mensen zo’n Google home in huis halen. Het is een eng idee dat zo’n apparaat meeluistert. Daar moeten mensen beter voor worden gewaarschuwd vind ik.” Met haar groepje bedacht zij een smartwatch voor de bezoekers van Pinkpop. “Hierop staat je toeganskaartje, je kunt ermee betalen en via een app een planning maken voor het festival”, vertelt groepslid Sterre Haenbeukers. Ze willen dat de smartwatch die route op een hologram kan laten zien; scheelt weer papier en afval.

Andere groepen bedenken een vliegend podium of willen eten bezorgen met drones. Ook is er een groep die energie voor het festival wil opwekken met springende mensen op de muziek. “Zulke techniek bestaat al, waarom gebruikt Pinkpop dat niet?” Anderen willen iets doen aan te veel ‘oude mensen’.  “Voor jongeren is een weekendkaart super duur en als je een dagkaartje koopt is het om 00:00 al afgelopen”, vertelt Zoey Bouten uit havo-4.

Ondertussen lopen er coaches rond die de scholieren helpen hun ideeën verder uit te werken. Fleur Verkade is ‘gezondheidsexpert’ bij de GGD Zuid-Limburg. “Ik merk dat het moeilijk is om jongeren mee te krijgen. Dat lukt misschien beter als ze zelf met ideeën komen over bijvoorbeeld gezondere voeding. Dit is een mooie manier om dingen samen te bedenken”, vertelt Verkade.

De winnende groep mag tijdens het festival hun idee komen pitchen in een speciale Brightlands trailer, ook bezoekers kunnen dan meedenken over hoe het festival er in de toekomst uit moet zien.

Het bericht Heeft Pinkpop over 50 jaar vliegende podia? Als het aan scholieren ligt wel verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/heeft-pinkpop-over-50-jaar-vliegende-podia-als-het-aan-scholieren-ligt-wel/feed/ 0
20 miljoen voor aanpak Alzheimer via big data https://innovationorigins.com/nl/20-miljoen-voor-aanpak-alzheimer-via-big-data/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=20-miljoen-voor-aanpak-alzheimer-via-big-data https://innovationorigins.com/nl/20-miljoen-voor-aanpak-alzheimer-via-big-data/#respond Mon, 13 May 2019 10:01:30 +0000 https://innovationorigins.com/?p=171278 Met big data zijn wetenschappers in staat om grote hoeveelheden data snel te analyseren en om in deze berg informatie patronen te ontdekken die iets zeggen over het voorkomen en voorspellen van ziektes. De Provincie Limburg, het Maastricht UMC+ en de Universiteit Maastricht (UM) investeren daarom gezamenlijk €20 miljoen in een nieuw onderzoeksinstituut, genaamd BReIN […]

Het bericht 20 miljoen voor aanpak Alzheimer via big data verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
Met big data zijn wetenschappers in staat om grote hoeveelheden data snel te analyseren en om in deze berg informatie patronen te ontdekken die iets zeggen over het voorkomen en voorspellen van ziektes. De Provincie Limburg, het Maastricht UMC+ en de Universiteit Maastricht (UM) investeren daarom gezamenlijk €20 miljoen in een nieuw onderzoeksinstituut, genaamd BReIN (Brightlands e-Infrastructure for Neurohealth). Dit instituut moet een adequate infrastructuur creëren voor het verzamelen, opslaan en bewerken van big data in de gezondheidszorg. Een diepgravende studie naar de ziekte van Alzheimer dient als prototype. De bedoeling is dat de manier van onderzoek in de komende jaren vertaald wordt naar andere ziektes.

Omgevingsfactoren zoals schadelijke chemicaliën, voeding of gebrek aan beweging spelen een zeer bepalende, maar grotendeels nog onbekende rol bij het ontstaan van alzheimer. Daarom zullen onderzoekers allereerst hersen- en bloedmonsters van patiënten uit het Alzheimer Centrum Limburg analyseren. Dat gebeurt in samenwerking met euregionale partners als de universiteiten van Luik, Leuven en het supercomputer centrum in de Duitse stad Jülich. BReIN is dan ook in eerste instantie een platform voor het verzamelen van data, zoals bijvoorbeeld genomische data of data afkomstig van MRI-scans. Hiervoor wordt samengewerkt met ondernemers en bedrijven op de Brightlands Smart Services Campus.

Dat maakt de Universiteit van Maastricht vandaag bekend in een persbericht. IO sprak eerder al met toxicoloog Jos Kleinjans van de Universiteit van Maastricht. Kleinjans is ‘geestelijk vader’ van BReIN en denkt dat als dit prototype succesvol is, dit de zorg kan verbeteren.  “We willen eerst beter begrijpen welke omgevingsfactoren invloed hebben op Alzheimer om vervolgens te zoeken naar een beter geneesmiddel. Ook hopen we genomische informatie te vinden die de diagnose verbetert. Als deze manier van onderzoeken succesvol blijkt, kunnen we dit gaan vertalen naar andere ziektes. Kanker bijvoorbeeld. Dit kan de gezondheidszorg flink gaan veranderen.”

Lees hier het interview met Jos Kleinjans terug.

Het bericht 20 miljoen voor aanpak Alzheimer via big data verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/20-miljoen-voor-aanpak-alzheimer-via-big-data/feed/ 0
Pint of Science: college in de kroeg https://innovationorigins.com/nl/pint-of-science-college-in-de-kroeg/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=pint-of-science-college-in-de-kroeg https://innovationorigins.com/nl/pint-of-science-college-in-de-kroeg/#respond Tue, 07 May 2019 12:15:10 +0000 https://innovationorigins.com/?p=170951 Al een hele tijd zijn er allerlei organisaties en wetenschappers die proberen wetenschap toegankelijker te maken. Diederik Jekel, probeert onder andere in zijn tv-programma’s onderzoek op een laagdrempelige en leuke manier over te brengen. Bij de Universiteit van Nederland vertaalt een wetenschapper ingewikkelde onderwerpen in gewone mensentaal. Alsof dit allemaal nog niet genoeg is, is er […]

Het bericht Pint of Science: college in de kroeg verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
Al een hele tijd zijn er allerlei organisaties en wetenschappers die proberen wetenschap toegankelijker te maken. Diederik Jekel, probeert onder andere in zijn tv-programma’s onderzoek op een laagdrempelige en leuke manier over te brengen. Bij de Universiteit van Nederland vertaalt een wetenschapper ingewikkelde onderwerpen in gewone mensentaal. Alsof dit allemaal nog niet genoeg is, is er ook een wereldwijd wetenschapsfestival. Pint of Science. Want wat is er nu laagdrempeliger dan met een biertje in de hand, horen over de laatste ontwikkelingen in de wetenschap?

Het is de tweede editie van de Nederlandse versie van het festival dat al sinds 2012 bestaat. Van 20 t/m 22 mei vertellen wetenschappers door heel Nederland – en in 23 andere landen in de wereld- wat ze bezighoudt. Van Groningen tot Maastricht en flink wat steden daartussen organiseren verschillende lezingen in de kroeg. Over klimaatverandering tot celtherapie, van computerwetenschappen tot biologie. Alle onderwerpen en disciplines komen voorbij. Het doel: de laatste ontwikkelingen in de wetenschap tonen aan een breder publiek.

In Groningen gaat Hidde Haisma, hoogleraar farmaceutische genmodulatie in op de nieuwste therapieën op basis van genetische informatie. Heel interessant voor de topsport, want sommige genen kunnen gebruikt worden voor snellere genezing bij een blessure en andere kunnen weer een effect hebben op atletische prestaties. De perfecte genetische doping. Haisma legt uit dat er ook al methodes zijn – mocht gendoping gerbuikt worden – om dit op te sporen. Minder geïnteresseerd in sport? In Utrecht vertellen wetenschappers verbonden aan de Universiteit van Leiden over zwarte gaten en manieren om ze te bestuderen.

Adriana Berlanga

In Maastricht bezoeken 35 sprekers verschillende kroegen in de stad. Dat zijn er een stuk meer dan vorig jaar. Adriana Berlanga is business developer bij de Brightlands Health Campus Maastricht en is betrokken bij de organisatie. “Wetenschappers vertellen doorgaans in een wetenschappelijke context. Het is belangrijk dat ze hun verhaal ook aan een bredere groep kwijt kunnen, dat ook mensen buiten de academische wereld begrijpen waar ze mee bezig zijn. In een ongedwongen relaxte sfeer vertellen ze hier een verhaal dat iedereen begrijpt”, vertelt Berlanga. Geen academisch jargon en korte presentaties gevolgd door een quiz en vragenronde. Berlanga: “We willen dat bezoekers mee kunnen doen en dat ze er iets van opsteken.”

Volgens haar zijn evenementen als deze noodzakelijk om niet alleen aan een groter publiek te laten zien waar wetenschap om draait, maar ook om te kunnen laten zien wat voor problemen worden opgelost. “Mensen buiten de universiteiten zien dat vaak niet. Zeker hier in Maastricht is de wetenschap constant bezig om het dagelijks leven van mensen te verbeteren, als business developer probeer ik ervoor te zorgen dat onderzoek niet binnen de muren van de universiteit blijft, maar dat iedereen ervan kan profiteren. Het wordt vaak over het hoofd gezien dat dit een tijdrovend en duur proces kan zijn. Met dit soort evenementen willen we ook deze kant bespreken.”

 

Hier het volledige programma van Pint of Science.

Het bericht Pint of Science: college in de kroeg verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/pint-of-science-college-in-de-kroeg/feed/ 0
Xilloc wil de wereld veroveren met implantaten op maat https://innovationorigins.com/nl/xilloc-wil-wereld-veroveren-met-implantaten-op-maat/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=xilloc-wil-wereld-veroveren-met-implantaten-op-maat https://innovationorigins.com/nl/xilloc-wil-wereld-veroveren-met-implantaten-op-maat/#respond Tue, 30 Apr 2019 11:54:34 +0000 https://innovationorigins.com/?p=170547 In theorie is het mogelijk om met één levende cel een orgaan te kweken. Hiermee zou het hele donorprobleem in één keer opgelost kunnen zijn. Maar zo ver is de wetenschap nog (lang) niet. Wel komen er al structuren uit een 3D-printer rollen die steeds meer op echte botten lijken. Bij Xilloc houdt een team […]

Het bericht Xilloc wil de wereld veroveren met implantaten op maat verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
In theorie is het mogelijk om met één levende cel een orgaan te kweken. Hiermee zou het hele donorprobleem in één keer opgelost kunnen zijn. Maar zo ver is de wetenschap nog (lang) niet. Wel komen er al structuren uit een 3D-printer rollen die steeds meer op echte botten lijken.

Bij Xilloc houdt een team van 11 man zich bezig met het ontwerpen, ontwikkelen en produceren van patiënt specifieke implantaten. Xilloc doet dit voor zo’n 200 artsen en 45 ziekenhuizen in West-Europa. Het bedrijf op de Brightlands Chemelot Campus in Geleen levert zeker tien verschillende producten. Complete implantaten – kaakstukken, oogkassen, jukbeenderen of scheenbenen van complexe titanium-structuren, polymeren of materiaal met botachtige eigenschappen en ook: schedelstukken op maat gemaakt. Als er nood aan de man is kan Xilloc een kunststof implantaat binnen 48 uur af hebben. Van 3D-scan tot ontwerp en productie. “Compleet in het doosje”, vertelt Maikel Beerens, oprichter en CEO van het Limburgse bedrijf met een trots gezicht. Beerens zit achterover in zijn bureaustoel, de tafel ligt bezaaid met 3D-geprinte schedelplaten, kaakstukken en andere ‘lichaamsdelen’. “Artsen kunnen heel makkelijk scans uploaden en aangeven wat patiënten willen, vervolgens zetten wij zo’n scan om naar een 3D-ontwerp. Welk materiaal? Heeft een patiënt nog speciale wensen? Als deze akkoord is, gaan we aan de slag met produceren.”

Een implantaat rechtstreeks op het bot is voor mensen zonder been een ideale oplossing. Maar het is niet voor iedereen geschikt, er is nog veel onderzoek nodig voor deze methode de standaard wordt. Maar dat gaat zeker gebeuren.” Maikel Beerens, CEO Xilloc

Beerens ultieme droom is om ooit bij de grootste vijf medische implantaat-producenten te horen. Maar haast heeft hij niet: “Johnson & Johnson, een van de grote spelers, is al meer dan tweehonderd jaar actief. Wij bestaan pas zeven jaar en worden nu al gezien als marktleider in de dop”, Beerens haalt deze uitspraak uit rapport over de 3D-printmarkt. “Om zo ver te komen hebben we nog wel even. We nemen onze tijd, je wilt absoluut geen concessies doen op de kwaliteit van een product. Je hebt wel te maken met mensenlevens.”

Levens verbeteren

Want dat is volgens hem net zo belangrijk als het runnen van een succesvol bedrijf; hij wil met zijn producten de levens van mensen verbeteren. Beerens houdt een kliksysteem voor protheses omhoog, waar mensen zonder onderbeen bijvoorbeeld, hun prothese in kunnen klikken. Het systeem is ontwikkeld door OTN, een bedrijf dat Xilloc vorig jaar overnam. Een ideale combinatie volgens Beerens, want Xilloc maakt de osseointegratie-implantaten waar het systeem van OTN op aansluit. Door de overname heeft Xilloc nu beide technieken in huis. Beerens: “Dit zorgt ervoor dat we verder kunnen ontwikkelen, nieuwe dingen maken. Als je nu al ziet hoe blij mensen zijn dat ze weer zonder pijn grote afstanden kunnen lopen, dat is geweldig. Daar doen we het voor.”

Osseointegratie-implantaten

“Deze techniek zorgt ervoor dat het bot ingroeit in het implantaat. Het wordt als het ware één geheel. We printen een rasterstructuur op het implantaat, dit zorgt ervoor dat het oppervlak waar het bot aan hecht, zo groot mogelijk is. Bot hecht goed aan titanium en groeit in de rasterstructuur vast, bijvoorbeeld in een been.”

Momenteel zijn klikprotheses niet de standaard, 95 procent van de gevallen krijgt een kokerprothese die over een stomp wordt geschoven. “Veel mensen met een beenprothese krijgen hiervan zoveel last van hun stomp dat ze lopen opgeven. Ook staat het heupbot scheef, waardoor weer allerlei andere klachten kunnen ontstaan. Een implantaat rechtstreeks op het bot is voor hen een ideale oplossing. Maar het is niet voor iedereen geschikt, er is nog veel onderzoek nodig voor deze methode de standaard wordt. Maar dat gaat zeker gebeuren”, weet Beerens.

Als een implantaat breekt moet het uit het bot geboord worden, geen fijne ingreep. We hebben nu een soort slipsysteem ontwikkeld, waar de prothese losschiet als er te veel kracht op het implantaat drukt. Je hoeft dan alleen maar de prothese terug te klikken, dit scheelt een hoop ellende.” Maikel Beerens, CEO Xilloc

Standaard methode of niet, Beerens werkt met Xilloc aan het verbeteren van technieken. Het kan altijd beter, volgens hem. Het gebeurt nog wel eens dat een implantaat bij hoge kracht afbreekt – Beerens haast zich erbij te zeggen dat dat geen implantaten van Xilloc zijn. “Wintersporten of hardlopen bijvoorbeeld, kan een te hoge belasting hebben. Als een implantaat breekt moet het uit het bot geboord worden, geen fijne ingreep. En als iemand kiest voor een nieuw implantaat begin je weer van voor af aan met revalideren. We hebben nu een soort slipsysteem ontwikkeld, waar de prothese losschiet als er te veel kracht op het implantaat drukt. Je hoeft dan alleen maar de prothese terug te klikken, dit scheelt een hoop ellende.”

Hoe het begon

Beerens laat op een groot tv-scherm een foto zien van een persoon met een ingezakte schedel. “Dit is Mark, in 2004 op 21e jarige leeftijd viel hij van zijn fiets. Head first. Door de klap zwollen zijn hersenen zo erg dat artsen aan twee kanten zijn schedel hebben opengezaagd, na drie maanden, toen de zwelling weg was, werden de oorspronkelijke botten weer teruggeplaatst. Maar anderhalf jaar later was één kant van dit bot door het lichaam afgebroken. Dat komt door een infectie en gebeurt vaker bij dit soort ingrepen.” Beerens wijst op de foto: “Zo’n maanlandschap wil toch niemand? Toen kreeg hij weer een operatie, chirurgen hebben met botcement, een soort plastic, een nieuwe schedeldak geboetseerd. Dit moet uitharden en hierbij komt een temperatuur van 100 graden vrij, hierdoor verandert de vorm nog flink. Mark was totaal niet tevreden over die vorm. Twee jaar later zakte ook de andere kant van zijn schedel in, weer dezelfde infectie.”

CT-Bone is een keramiek dat we kunnen 3D-printen in allerlei complexe vormen, voor een oogkas bijvoorbeeld. Normaal gesproken is keramiek zo broos als een schoolkrijtje, maar omdat het wordt gezien als lichaaamseigen materiaal, zet het lichaam dit om in echt bot.”

“Die jongen heeft door alle operaties en ziekenhuisbezoeken, geen sociaal leven meer over gehouden. Zijn vrienden hebben hem in de steek gelaten en hij kon niet starten met zijn studie. Met op maat gemaakte schedelplaten zou hij met twee operaties in drie maanden tijd, klaar zijn geweest. Waarschijnlijk had zijn leven er dan heel anders uitgezien”, blikt Beerens terug. “Ruim zes jaar na het ongeluk kon hij dit hoofdstuk pas afsluiten, nadat wij voor hem de andere kant van zijn schedel op maat hadden gemaakt. Toen pas had hij zijn leven terug. Ik zag hier een kans in, want in Maastricht, waar ik destijds stage liep, werd de techniek alleen gebruikt door artsen in het ziekenhuis van Maastricht. Super zonde natuurlijk. Ik wilde ervoor zorgen dat iedereen die het nodig heeft, hiervan kan profiteren.”

Vertrouwen winnen en doorontwikkelen

Sindsdien heeft Beerens niet stilgezeten, het bedrijf heeft inmiddels elf man personeel en de omzet groeit ieder jaar met 40 procent. “In het begin was het belangrijk om vertrouwen te winnen, zodra artsen zagen dat het een topproduct is, wilden ze vaker samenwerken. We nemen ze veel werk uit handen. Chirurgen hoeven zelf minder voor te bereiden en de operaties worden minder complex. Hierdoor neemt de werkdruk voor chirurgen af. Momenteel zijn we bezig met verschillende onderzoeken, we werken samen met het Brightlands Materials Center en met  MERLN, waar ze onderzoek doen naar regeneratieve geneeskunde. Wat het precies inhoudt kan ik niet zeggen. Ook zijn we al een hele tijd bezig met CT-Bone, dat is een keramiek dat we kunnen 3D-printen in allerlei complexe vormen, voor een oogkas bijvoorbeeld. Normaal gesproken is keramiek zo broos als een schoolkrijtje, maar omdat het wordt gezien als lichaaamseigen materiaal, zet het lichaam dit om in echt bot.”

Het bericht Xilloc wil de wereld veroveren met implantaten op maat verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/xilloc-wil-wereld-veroveren-met-implantaten-op-maat/feed/ 0
Brightlands Maastricht Health Campus opent kantoor in VS https://innovationorigins.com/nl/brightlands-maastricht-health-campus-opent-kantoor-in-vs/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=brightlands-maastricht-health-campus-opent-kantoor-in-vs https://innovationorigins.com/nl/brightlands-maastricht-health-campus-opent-kantoor-in-vs/#respond Thu, 25 Apr 2019 15:52:45 +0000 https://innovationorigins.com/?p=170285 Startups in de gezondheidsector of medische technologie met internationale groeiplannen kunnen via de Brightlands Maastricht Health Campus terecht in de VS. De campus opent op de business accelerator van de Universiteit van Californië een kantoor. Komende maandag is de officiële opening, de Universiteit en de Health Campus ondertekenen dan een intentieverklaring. Hierin geven beide partijen […]

Het bericht Brightlands Maastricht Health Campus opent kantoor in VS verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
Startups in de gezondheidsector of medische technologie met internationale groeiplannen kunnen via de Brightlands Maastricht Health Campus terecht in de VS. De campus opent op de business accelerator van de Universiteit van Californië een kantoor. Komende maandag is de officiële opening, de Universiteit en de Health Campus ondertekenen dan een intentieverklaring. Hierin geven beide partijen aan dat ze elkaar en hun startups gaan ondersteunen om internationaal uit te breiden.

Het is niet toevallig dat de Maastrichtse campus in Californië neerstrijkt. In het zuid-westen van de VS vestigen veel innovatiehubs op het gebied van medische apparatuur en regeneratieve geneeskunde, waar ook de UM in excelleert. Op de Universiteit van Californië zijn zo’n dertigduizend studenten actief in dit vakgebied. In oktober tekende de Universiteit van Maastricht al een overeenkomst met de Amerikaanse universiteit om gezamenlijk meer onderzoek te doen naar regeneratieve geneeskunde. Het openen van een Brightlands Maastricht Health Campus kantoor is een logische volgende stap.

Volgens Jan Cobbenhagen, CEO van de health campus in Maastricht is dit een springplank voor Limburgse startups die de Amerikaanse markt willen betreden, of andersom, voor Amerikaanse bedrijven die in Europa voet aan de grond willen krijgen. “De samenwerking met de Universiteit van Californië is de basis voor meer onderzoek. Met het openen van dit kantoor willen we onderzoek valoriseren met maatschappelijke en economische voordelen, hieruit ontstaan nieuwe startups. Hier gaan we elkaar in ondersteunen.”

De vestiging in Amerika begint klein, met hooguit een paar man personeel en is vooral bedoeld voor startups in de medische hoek. Maar op langere termijn is het de bedoeling dat ook ondernemers van andere Limburgse campussen kunnen aankloppen voor ondersteuning. “De Amerikaanse markt biedt enorme mogelijkheden en kansen. Met name in Zuid Californië is veel risicokapitaal beschikbaar. Het is echter lastig om dat zelf allemaal uit te zoeken en vooral om kapitaal te vinden. Vanuit ons kantoor gaan we ondernemers wegwijs maken, ondersteunen en met de juiste netwerken verbinden. Belangstelling is er zeker. Ik heb de laatste weken al twee ambitieuze ondernemers op bezoek gehad die meteen de oversteek willen maken”, aldus Cobbenhagen.

Lees hier meer.

Het bericht Brightlands Maastricht Health Campus opent kantoor in VS verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/brightlands-maastricht-health-campus-opent-kantoor-in-vs/feed/ 0
GoodMoovs dirigeert vanuit Helmond 200 elektrische deelauto’s en 50 e-bikes door vier landen https://innovationorigins.com/nl/goodmoovs-dirigeert-vanuit-helmond-200-elektrische-deelautos-en-50-e-bikes-door-vier-landen/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=goodmoovs-dirigeert-vanuit-helmond-200-elektrische-deelautos-en-50-e-bikes-door-vier-landen https://innovationorigins.com/nl/goodmoovs-dirigeert-vanuit-helmond-200-elektrische-deelautos-en-50-e-bikes-door-vier-landen/#respond Sat, 20 Apr 2019 11:40:32 +0000 https://innovationorigins.com/?p=169980 Morgen kunnen er al weer een paar aan zijn toegevoegd, maar ook de getallen van nu vervullen Goodmoovs-directeur Edward Bongers met trots: 200 elektrische deelauto’s en 50 e-bikes, verdeeld over 40 locaties in zo’n 20 steden en dorpen in vier landen. Nederland is de thuisbasis, maar ook België, Duitsland en Engeland doen mee. Het bedrijf […]

Het bericht GoodMoovs dirigeert vanuit Helmond 200 elektrische deelauto’s en 50 e-bikes door vier landen verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
Morgen kunnen er al weer een paar aan zijn toegevoegd, maar ook de getallen van nu vervullen Goodmoovs-directeur Edward Bongers met trots: 200 elektrische deelauto’s en 50 e-bikes, verdeeld over 40 locaties in zo’n 20 steden en dorpen in vier landen. Nederland is de thuisbasis, maar ook België, Duitsland en Engeland doen mee. Het bedrijf is inmiddels twee jaar oud en landde onlangs definitief op de Helmondse Automotive Campus. Goodmoovs zit er samen met branchgenoot Electric Motorbikes in het Automotive House, in het hart van de campus.

edward bongers

Edward Bongers

Goodmoovs wil het delen van elektrisch vervoer makkelijk, betrouwbaar en via de smartphone ook snel toegankelijk maken, zegt Bongers. “Wij willen dat mensen elektrische deelmobiliteit daadwerkelijk gaan gebruiken.” Om dat voor elkaar te krijgen is er een app ontwikkeld die gebruikers in staat stelt de elektrische auto’s en fietsen te reserveren, te openen en te sluiten. “Een gewone sleutel is dus niet meer nodig, een smartphone is voldoende.”

De deelauto-aanbieder richt zich, net als partijen als Amber en Fetch, in eerste instantie op de zakelijke markt maar staat ook open voor particulieren. “Inmiddels werken we voor tal van overheden en bedrijven”, zegt Bongers. Een voorbeeld daarvan is het project Trendsportal, dat acht gemeenten in Noord-Limburg bedient van elektrische auto’s en fietsen. Voor elke gemeente zijn een elektrische BMWi3 en twee elektrische deelfietsen beschikbaar. De voertuigen zijn in eerste instantie bedoeld voor gemeentemedewerkers.

“Een auto staat gemiddeld 90% van de tijd stil”, benadrukt Bongers. “Elektrisch rijden én een auto delen is een heel duurzaam alternatief. Ons doel is dat er eind 2021 ruim 1000 duurzame deelvoertuigen rondrijden voor iedereen in Nederland”, aldus Bongers. “We beginnen klein om zo kennis op te doen, zodat we later geleidelijk kunnen opschalen. Dit past ook bij de wens van de gemeenten binnen Trendsportal, om zo elektrische deelmobiliteit te stimuleren in de regio.”

Electric Motorbikes

GoodMoovs huurt dus samen met Electric Motorbikes. Ook dit bedrijf, dat op de campus een Electric Experience Center heeft ingericht, richt zich op elektrisch vervoer. Sinds 3 jaar brengt het bedrijf elektrische tweewielersaan de man, zowel voor de zakelijke als de particuliere markt. Het gaat daarbij zowel om elektrische motoren en cruisers, als om crossmotoren, scooters en speed pedelecs, zowel voor de verkoop als de verhuur. “Onze hippe, duurzame en elektrische tweewielers brengen je niet alleen van A naar B, ze dragen ook bij aan een oplossing van het fileprobleem”, zegt zaakvoerder Gert-Jan Rongen van Electric Motorbikes.

De samenwerking met Goodmoovs, maar ook met de andere partijen op de Automotive Campus was voor Rongen een belangrijker afweging in de keuze voor Helmond. “Vanuit ons Electric Experience Center komen scholing, beleving, testritten, kennis en presentatie samen. Het moet echt een ontmoetingsplek worden voor liefhebbers, motorrijders, technici, producenten en overheden. Vanaf deze locatie kunnen we heel makkelijk de samenwerking opzoeken. Daarnaast is de Automotive Campus zowel nationaal als internationaal een plek die letterlijk en figuurlijk op de kaart staat. Samenwerking is hier bijna vanzelfsprekend.”

Het bericht GoodMoovs dirigeert vanuit Helmond 200 elektrische deelauto’s en 50 e-bikes door vier landen verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/goodmoovs-dirigeert-vanuit-helmond-200-elektrische-deelautos-en-50-e-bikes-door-vier-landen/feed/ 0
In DNA op zoek naar genezing van Alzheimer https://innovationorigins.com/nl/in-dna-op-zoek-naar-genezing-van-alzheimer/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=in-dna-op-zoek-naar-genezing-van-alzheimer https://innovationorigins.com/nl/in-dna-op-zoek-naar-genezing-van-alzheimer/#respond Fri, 19 Apr 2019 14:02:38 +0000 https://innovationorigins.com/?p=169899 Ieder uur krijgen vijf mensen dementie. Maar een diagnose stellen duurt lang, gemiddeld zo’n 14 maanden. Bij mensen onder de 65 jaar zelfs 4 jaar. Patiënten kunnen (nog) niet rekenen op genezing, er zijn alleen medicijnen die de symptomen afremmen. Op de Brightlands Health Campus in Maastricht wordt naar manieren gezocht om diagnostiek te versnellen […]

Het bericht In DNA op zoek naar genezing van Alzheimer verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
Ieder uur krijgen vijf mensen dementie. Maar een diagnose stellen duurt lang, gemiddeld zo’n 14 maanden. Bij mensen onder de 65 jaar zelfs 4 jaar. Patiënten kunnen (nog) niet rekenen op genezing, er zijn alleen medicijnen die de symptomen afremmen. Op de Brightlands Health Campus in Maastricht wordt naar manieren gezocht om diagnostiek te versnellen en meer inzicht te krijgen in het verloop van de ziekte. Het uiteindelijke doel: een medicijn vinden. En de manier van onderzoek vertalen naar andere ziektes.

Maar wat is hier allemaal voor nodig? Jos Kleinjans is als toxicoloog verbonden aan de Maastricht University en hij is nauw betrokken bij het Brightlands e-infrastructure for Neurohealth (BReIN) , zoals het instituut heet dat nu het verloop van Alzheimer gaat onderzoeken. “We weten dat ongeveer tien procent van de patiënten een erfelijke vorm heeft, een gen is hier verantwoordelijk voor de ziekte. Maar hoe ontstaat het dan bij die andere 90 procent? Wetenschappers denken dat zware metalen, bepaalde pesticiden en vetten invloed hebben op het ontstaan van Alzheimer. Wij gaan op zoek naar informatie in moleculaire processen die invloed hebben op de ziekte, met deze informatie kunnen we op zoek naar betere medicijnen”, vertelt Kleinjans.

Lees hier meer over BReIN

Het project duurt 7 jaar en er is ruim 30 miljoen euro voor uitgetrokken. Hiervan komt 10 miljoen van de provincie Limburg, 10 miljoen van de Universiteit en het Academisch Ziekenhuis en de overige 10 miljoen euro wordt opgehaald uit de reguliere onderzoeksfondsen , bijvoorbeeld bij de Europese Unie. Naast het opzetten van een goede data-infrastructuur en het beter begrijpen van Alzheimer door onderzoek, is het de bedoeling dat uit BReIN minstens vijf spin-offs ontstaan. Kleinjans: “Het kan zo zijn dat uit het onderzoek blijkt dat zware metalen die mensen binnenkrijgen van invloed zijn op het verloop van Alzheimer. Dan kan het voor bedrijven op de campus in Venlo, waar ze aan gezonde voeding werken, interessant zijn om te kijken naar voeding die metalen uit het lichaam zuiveren. Er zijn bepaalde koolsoorten die metaal uit de grond filteren, datzelfde proces kan ook in het lichaam spelen. Of we vinden een nieuwe manier van diagnostiek, dat kan commercieel ook interessant zijn.”

Bundelen van onderzoeksdata

Om die informatie te vinden, zetten onderzoekers van het BReIN-instituut eerst een goede data-infrastructuur op. In deze infrastructuur worden bestaande platformen aan elkaar gekopeld. Zoals de gegevens van Scannexus waar ze met MRI onder andere hersenonderzoek verrichten en data van M4I, een onderzoeksinstituut aan de Universiteit van Maastricht waar onderzoekers celprocessen op moleculair niveau bestuderen. “Daarnaast zetten we een nieuw platform op voor genomische data met gegevens over de structuur en het functioneren van het DNA”, vertelt Kleinjans. Door het bundelen van al deze verschillende gegevens hopen onderzoekers beter zicht te krijgen op de ontwikkeling van Alzheimer in het brein. Kleinjans: “We gebruiken hiervoor hersensamples van overleden patiënten, bloedmonsters in verschillende fases van de ziekte en gekweekte stamcelmodellen met dezelfde eigenschappen die Alzheimer patiënten hebben. Hiervoor werken we samen met MERLN, een onderzoeksinstituut in regeneratieve geneeskunde hier op de universiteit. Al deze bronnen leveren veel informatie uit verschillende vakgebieden op, dit onderzoekt vraagt dat we buiten die muren werken en dat onderzoekers in gesprek gaan met clinici, want ook informatie over levensstijl van patiënten kan belangrijk zijn. Die bundeling van gegevens is belangrijk omdat je zo een completer beeld kunt vormen.”

Alles bij elkaar gaat het om ongelooflijk veel onderzoeksdata en om daar iets zinnigs uit af te kunnen leiden, is veel rekenkracht nodig. Kleinjans: “Die rekenkracht is in Nederland niet beschikbaar. Hiervoor hebben we een directe verbinding met een van de twee supercomputers in Jülich in Duitsland. Deze systemen staan op plaats 26 en 44 op de lijst van de 500 krachtigste computers ter wereld. De data en het verkeer ervan willen we zelf beheren, we gaan dat niet in een cloud van Google achterlaten, waar je bij god niet weet wat ermee gebeurt. We zetten eigen servers en IT-systemen op in nauwe samenwerking met de Brightlands Smart Services Campus in Heerlen. Ook helpen ze ons bij het opzetten van back-up systemen, voor in het geval dat hier in Maastricht de bliksem bijvoorbeeld inslaat.”

Grote bestanden

Om even aan te geven hoe groot deze bestanden zijn: Scannexus verzamelt zo’n 1 TB aan mri-data per dag en genomische data gaat ook niet over kleine bestanden. Een genoom kun je vergelijken met een flinke handleiding waarin staat hoe genen zijn opgebouwd. Maar deze handleiding is niet direct leesbaar want tussen alle functionele genen staat ook een boel onduidelijke informatie die niet bruikbaar is. Dit moet allemaal eerst in de juiste volgorde worden gezet. Een flink klusje als je weet dat het menselijk genoom zo’n 3 miljard letters lang is. Dat is goed voor zo’n 1 miljoen A4’tjes. Een enkele sequencing run (het ontcijferen van de code) levert al snel 350 GB aan data op.

“Als je dit allemaal handmatig moet ontcijferen dan breekt de pleuris uit, dat is onbegonnen werk. Daarvoor heb je heel wat rekenkracht nodig, het sequencen is één ding. Want deze reeksen moet je als het ware weer aan elkaar plakken om er een geheel van te maken en de functies van genen te bepalen. Om deze gegevens te combineren met de bestaande platforms, die ook zeer grote bestanden gebruiken, hebben we niet voldoende rekenkracht. Die gaan we dus uit Duitsland halen”, aldus Kleinjans. Ook zal er met verschillende bedrijven op de campus in Heerlen gekeken worden naar manieren om die rekenkracht optimaal te benutten. Kleinjans noemt dit het bevragen van de data: “Je kunt een mens natuurlijk niet twintig jaar lang zware metalen voeren om vervolgens zijn schedel open te splijten om te zien of hierdoor Alzheimer is ontstaan. Maar door alle data die we straks gecombineerd beschikbaar hebben, is dat niet nodig. Samen met bedrijven op de campus gaan we modellen ontwikkelen die iets vertellen over de invloed van bijvoorbeeld aluminium op het brein in relatie tot ALzheimer. De bedrijven daar hebben slimme manieren om antwoorden uit data te halen. Je zou het AI kunnen noemen zoals de hype voorschrijft.”

Verdieping van het vak

Kleinjans heeft zijn vakgebied zien veranderen met de komst van genomics data, geavanceerde analyse methodes en meer computerkracht. “Het vak heeft meer verdieping gekregen, letterlijk want we zijn in staat om dieper en nauwkeuriger in cellen te kijken”, zegt Kleinjans. Maar hoe weet je dan of zo’n machine learning model klopt? Kleinjans: “Dat gaat over black-boxen, waar wetenschappers niet meer kunnen volgen wat een systeem bedenkt. Dat is geen ramp zo lang ze weten dat het resultaat betrouwbaar is. Daarom moeten experimentele modellen altijd getoetst worden aan de praktijk, bijvoorbeeld met een controle database waarvan de uitkomst bekend is.”

Ondanks dat de Maastrichtse professor de voordelen van betere techniek ziet, moeten we niet denken dat dit alles oplost: “We moeten niet naief zijn en alles maar uitproberen omdat het kan.” Kleinjans noemt een recent geval van een Chinese wetenschapper die via genbewerking een embryo aanpaste. “Stel, wij vinden uit welk moleculair proces Alzheimer beïnvloedt en kunnen dit via gen-bewerking aanpassen, hoe weet je dan zeker dat deze ingreep alleen op dat gebied effect heeft? Dat is heel erg moeilijk vast te stellen. Dit zal de komende jaren ongetwijfeld onderwerp van debat blijven, want technisch is het mogelijk.”

Toekomst

Het is de bedoeling dat wanneer de data-infrastructuur eenmaal is opgezet, dat BReIn gaat kijken hoe deze infrastructuur ook commercieel gebruikt kan worden. “Voor telers die hun groente willen verbeteren is DNA-informatie erg nuttig, we zouden dit als service kunnen aanbieden. Ook eventuele analyse methodes die uit het onderzoek komen, kunnen commercieel interessant zijn”, zegt Kleinjans. Met het opzetten van het genomische data-platform, gaan onderzoekers ook meer gebruik maken van uitgebreidere DNA-analyse. Kleinjans: “Hiervoor werken we al samen met onder meer de universiteiten van Luik en Luxemburg. We willen mee in de vaart der volkeren, want dit brengt enorme mogelijkheden met zich mee. Het zou natuurlijk fantastisch zijn als we in de genomische data informatie vinden waarmee Alzheimer gediagnosticeerd kan worden met een simpele bloedprik. Maar dit duurt nog wel even. We willen eerst beter begrijpen welke omgevingsfactoren invloed hebben op Alzheimer om vervolgens te zoeken naar een beter geneesmiddel. Ook hopen we genomische informatie te vinden die de diagnose verbetert. Als deze manier van onderzoeken succesvol blijkt, kunnen we dit gaan vertalen naar andere ziektes. Kanker bijvoorbeeld. Dit kan de gezondheidszorg flink gaan veranderen.”

Het bericht In DNA op zoek naar genezing van Alzheimer verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/in-dna-op-zoek-naar-genezing-van-alzheimer/feed/ 0
Connected zoekt manieren om talent te vinden en binden https://innovationorigins.com/nl/connected-zoekt-manieren-om-talent-te-vinden-en-binden/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=connected-zoekt-manieren-om-talent-te-vinden-en-binden https://innovationorigins.com/nl/connected-zoekt-manieren-om-talent-te-vinden-en-binden/#respond Fri, 12 Apr 2019 15:16:52 +0000 https://innovationorigins.com/?p=169510 ‘Als je blijft doen wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg.’ een uitspraak van Albert Einstein die in de natuurkunde opgaat, maar voor het bedrijfsleven minder toepasselijk is. Tenminste, zo betoogt Arjan Banach, organisatie futuroloog – “Ik houd me bezig met het geluk binnen organisaties.”- tijdens Connected in theater de Maaspoort in […]

Het bericht Connected zoekt manieren om talent te vinden en binden verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
‘Als je blijft doen wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg.’ een uitspraak van Albert Einstein die in de natuurkunde opgaat, maar voor het bedrijfsleven minder toepasselijk is. Tenminste, zo betoogt Arjan Banach, organisatie futuroloog – “Ik houd me bezig met het geluk binnen organisaties.”- tijdens Connected in theater de Maaspoort in Venlo.

Hier zijn ondernemers uit alle hoeken van Noord-Limburg, Zuid-Limburg (en een handjevol uit Noord-Brabant) om kennis te maken met nieuwe businessmodellen en trends rond ondernemen. In de vierde editie extra aandacht voor het vinden en binden van talent.

Banach betoogt dat talent niet langer wil werken voor status en geld, maar dat ze impact willen maken met de dingen die ze doen. Bijdragen aan een schoner milieu of hun klanten gezonder maken, om wat voorbeelden te noemen. Ze willen geen regellijst, maar verantwoordelijkheid om over eigen handelen na te denken. Dat maakt mensen gelukkig, zo luidt zijn boodschap.

Bedrijfjes die – om in de woorden van Banach te blijven – impact willen maken, krijgen op de Brightlands Greenport Campus Venlo alle ruimte. maar campus directeur Saskia Goetgeluk heeft het niet over impact: “Op de campus werken de bedrijven samen met kennisinstellingen en overheid aan gezonde voeding, aan de toekomst van farming of aan bio-circulair produceren, zoals Grassa bijvoorbeeld doet.” Ook Goetgeluk ziet bedrijven worstelen in de zoektocht naar goede krachten. Waar vind je ze en waar haal je ze vandaan? “Hierin proberen we als campus zoveel mogelijk te ondersteunen. We hebben een breed netwerk waar startups gebruik van kunnen maken.”  

Wat ook niet onbelangrijk is in deze zoektocht naar talent is dat de Venlose campus samenwerkt met verschillende universiteiten en opleidingsinstituten door heel Nederland. Ook lopen vanaf volgend schooljaar zo’n 200 studenten van de Universiteit Maastricht op het campusterrein rond die een bachelor of master volgen. Nu zijn er dat zo’n 100. “Omdat de studenten hier dicht bij bedrijven zitten, maakt dat de stap naar de praktijk kleiner”, zegt Freddy Troost verbonden aan de Venlose afdeling van de universiteit. “In het onderwijs is veel aandacht voor praktisch onderzoek. Ze maken van dichtbij kennis met het werkveld. Ook doen we via de universiteit onderzoek bij bedrijven, naar voedselclaims of gezondheidseffecten. Het is een mooie mix die elkaar versterkt.”

Goetgeluk vult hem aan: “Via Innoveins, een organisatie die innovatie wil stimuleren door partijen rond plant en techniek samen te brengen, komen er ook geregeld studenten of alumni van de Tilburg University, het Radboud of de HAN die hier aan de slag gaan. Dichter bij huis hebben we nog Fontys Venlo en de HAS Hogeschool waar we goed contact mee onderhouden.”

Maar veel studenten vertrekken na hun afstuderen. Hoe zorg je ervoor dat zij willen blijven? “Voor mensen die een goed idee hebben, willen we het makkelijker maken om een bedrijf te starten. Door ze lab-faciliteiten te bieden, in contact te brengen met nuttige instellingen of andere bedrijven of door ze te helpen met startkapitaal. Ze moeten onderdeel worden van het ecosysteem, waar ze niet alleen als bedrijf verder komen, maar ook kunnen bijdragen aan een betere regio, met gezondere voeding of schonere energievoorzieningen”, aldus Goetgeluk. “Maar hierin zijn we nog een beetje zoekende, veel mensen weten niet wat we doen. Dat willen we laten zien en meer vertellen hoe mooi het is om hier te werken.”

Het bericht Connected zoekt manieren om talent te vinden en binden verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/connected-zoekt-manieren-om-talent-te-vinden-en-binden/feed/ 0
Geen onnodige dokterbezoekjes meer dankzij Chipmunk Health https://innovationorigins.com/nl/geen-onnodige-dokterbezoekjes-meer-dankzij-chipmunk-health/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=geen-onnodige-dokterbezoekjes-meer-dankzij-chipmunk-health https://innovationorigins.com/nl/geen-onnodige-dokterbezoekjes-meer-dankzij-chipmunk-health/#respond Wed, 27 Mar 2019 11:41:10 +0000 https://innovationorigins.com/?p=168416 Zorgkosten stijgen en druk op artsen neemt toe. Chipmunk Health wil hier verandering in brengen met hun platform voor thuismonitoring. “Het is tijd om uit het ei te komen”, vertelt Erik Duijsens, CEO van de startup op de Brightlands Smart Services Campus. “We opereerden onder de radar, maar nu willen we laten zien wat we […]

Het bericht Geen onnodige dokterbezoekjes meer dankzij Chipmunk Health verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
Zorgkosten stijgen en druk op artsen neemt toe. Chipmunk Health wil hier verandering in brengen met hun platform voor thuismonitoring. “Het is tijd om uit het ei te komen”, vertelt Erik Duijsens, CEO van de startup op de Brightlands Smart Services Campus. “We opereerden onder de radar, maar nu willen we laten zien wat we in huis hebben.”

Met het platform wil de startup niet alleen de zorg goedkoper en efficiënter maken, maar ook het leven van patiënten makkelijker maken. Hiervoor hebben patiënten een speciaal kastje van Chipmunk nodig dat de signalen van verbonden sensoren als een bloeddrukmeter, weegschaal of hartslagmonitor opvangt en doorstuurt naar een coach van Chipmunk, mocht er nood aan de man zijn dan waarschuwt deze de huisarts. “Het scheelt patiënten onnodige bezoekjes aan de dokter en het werkt geruststellend dat ze vanuit thuis kunnen meten. Ze kunnen ervoor kiezen om gebruik te maken van onze app, zodat ze zelf ook inzicht hebben in de gegevens. Maar dat hoeft niet, we willen het zo simpel mogelijk voor ze maken. Artsen vinden het een fijn systeem omdat ze iemand alleen oproepen als het echt nodig is, hierdoor houden ze tijd over voor andere belangrijke zaken”, legt Duijsens uit.

Het afgelopen jaar testte Chipmunk hun platform met 70 patiënten en verschillende huisartsen in Limburg, hiervoor werkt de startup samen met de huisartsenorganisatie Meditta om het platform te verbeteren. Volgens Duijsens is het platform gebouwd rond de wensen van artsen en patiënten. “Grote techbedrijven maken geweldige gezondheidsapps, maar wat je ziet is dat ze zijn gebouwd rond de technologie. Het blijft bij een soort gimmick. Wij hebben het omgedraaid en zijn vanaf het begin met zorgverleners en patiënten om tafel gaan zitten. We wilden weten hoe we de zorg beter en efficiënter konden maken en er tegelijkertijd voor zorgen dat de kwaliteit van leven van patiënten erop vooruit ging. Tot nu toe zijn beide partijen erg enthousiast. De komende tijd willen we dit gaan uitbreiden en inmiddels zitten we ook met zorgverzekeraars om tafel.”

Duijsens benadrukt dat het team vanaf het begin actief samenwerkingen met andere partijen zocht om ervoor te zorgen dat het Chipmunk platform betrouwbaar is. “Gezondheidsgegevens mogen alleen zichtbaar zijn voor de arts, anderen moeten geen toegang kunnen hebben. Wij kunnen daar zelf wel technieken voor ontwikkelen, maar waarom moeten we het wiel opnieuw uitvinden? Er bestaan technologiën die compleet veilig zijn, ontwikkeld door partijen die er veel meer verstand van hebben dan wij”, vertelt Duijsens. Zo’n partij waar Chipmunk mee samenwerkt is Philips, daar vonden ze het een mooi initiatief en besloten mee te werken. Duijsens: “Philips heeft in ziekenhuizen veel ervaring met het opvangen en versturen van gegevens op een veilige manier. Het is mooi om te zien wat zo’n samenwerking oplevert, want wij geven Philips weer toegang tot een markt waar ze nog niet zo thuis zijn: thuismetingen. We helpen elkaar verder.”

Aan het kastje van Chipmunk kunnen allerlei sensoren worden gekoppeld. Van een weegschaal tot een hartmonitor. Dat maakt het ook voor andere zorgverleners aantrekkelijk om aan te haken. Iets dat Duijsens alleen maar toejuicht: “Ik ben een voorstander van open innovatie, door samen te werken kunnen we diensten rond het platform ontwikkelen die de zorg beter maken.” Zo meldde zich onlangs een orthopedische schoenmaker bij Duijsens die wilde weten hoe zijn schoenen worden gedragen en of patiënten er problemen mee hebben. Met simpele sensoriek is volgens Duijsens al een heleboel te zeggen. “Voor diabetici is het belangrijk dat ze een goede schoen hebben, door te meten hoe die schoenen worden gebruikt en of er problemen ontstaan, kan een schoenmaker al veel afleiden om z’n product te verbeteren. Dat is het mooie aan dit open systeem, er kan van alles aan gekoppeld worden, dit kan samenwerkingen opleveren die je vooraf niet verwacht. Dat is het mooie eraan.”

Maar de komende tijd verwacht Duijsens zijn handen vol te hebben aan het uitbreiden van de groep patiënten in Limburg. “Het is een hele diverse groep met verschillende klachten. COPD, hartproblemen of diabetes. We willen dit liever rustig uitbreiden dan dat we van alles gaan uitproberen. We kunnen het ons niet veroorloven om fouten te maken. Maar ik verwacht wel dat de aandacht toeneemt de komende tijd.”

Het bericht Geen onnodige dokterbezoekjes meer dankzij Chipmunk Health verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/geen-onnodige-dokterbezoekjes-meer-dankzij-chipmunk-health/feed/ 0
Medische startups hebben meer begeleiding nodig: “Innovatie wordt op dit moment weggegooid” https://innovationorigins.com/nl/medische-startups-hebben-meer-begeleiding-nodig-innovatie-wordt-op-dit-moment-weggegooid/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=medische-startups-hebben-meer-begeleiding-nodig-innovatie-wordt-op-dit-moment-weggegooid https://innovationorigins.com/nl/medische-startups-hebben-meer-begeleiding-nodig-innovatie-wordt-op-dit-moment-weggegooid/#respond Fri, 22 Mar 2019 12:57:08 +0000 https://innovationorigins.com/?p=168058 Een medisch product kunnen startups niet zomaar op de markt brengen. Bedrijfjes moeten diepe zakken en geduld als een monnik hebben, want studies zijn duur en nemen veel tijd in beslag. Afhankelijk van het product dat een medische startup aan de man probeert te brengen, kan het zo’n vijf tot tien jaar duren voordat een […]

Het bericht Medische startups hebben meer begeleiding nodig: “Innovatie wordt op dit moment weggegooid” verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
Een medisch product kunnen startups niet zomaar op de markt brengen. Bedrijfjes moeten diepe zakken en geduld als een monnik hebben, want studies zijn duur en nemen veel tijd in beslag. Afhankelijk van het product dat een medische startup aan de man probeert te brengen, kan het zo’n vijf tot tien jaar duren voordat een technologie of product verkocht kan worden. Veel beloftevolle uitvindingen of medische gadgets halen hierdoor de eindstreep niet. Maar hoe kun je medische innovatie toch stimuleren zonder dat hierbij aan regels en wetgeving voorbij wordt gegaan?

Op deze vraag proberen negen verschillende partners uit acht landen van de Europese Unie een antwoord te vinden in het Interreg project Medtech4Europe. In het eerste studiebezoek bezoeken de deelnemers Maastricht om hier te zien wat er hier gebeurt om de technische, medische en zakelijke wereld te bundelen. Later dit jaar volgen nog twee trips naar andere regio’s. Het doel van het project is om van elkaar te leren, goede dingen over te nemen en te leren van fouten die elders zijn gemaakt.

De groep met overheidsvertegenwoordigers, ondernemers en kenniswerkers maakt kennis met de manier van werken van de Brightlands Health Campus, waar samenwerking om kennis naar de markt te brengen centraal staat. Ze nemen een kijkje bij Scannexus, waar onderzoekers met sterke MRI-scanners diep in het brein kunnen kijken. Ze zien de laatste ontwikkelingen op het gebied van regeneratieve geneeskunde bij MERLN, een onderzoeksinstituut van de Universiteit Maastricht. Ook brengen ze een bezoek aan het Bakken Research Center van Medtronics. De groep begint de dag met een presentatie van het Clinical Trial Center Maastricht (CTCM), waar onderzoekers en bedrijven ondersteuning krijgen rond verschillende aspecten van onderzoek. Van funding tot resultaatverwerking.

Wat is er nodig voor een succesvol ecosysteem?

Na de tour wisselen vertegenwoordigers van de regio’s ideeën uit over wat een succesvol ecosysteem inhoudt en proberen ze nieuwe modellen te bedenken die innovatie stimuleren. Waar bijna iedereen het tijdens deze discussies over eens is, is dat het lastig is om de verschillende werelden bij elkaar te brengen. “Clinici zitten vaak in een ivoren toren”, vertelt Nihal Engin Vrana van Protip Medical uit Straatsburg, dit bedrijf maakt slokdarm implantaten. “Wanneer een bedrijf naar een ziekenhuis stapt, vertrouwt een ziekenhuis het vaak niet. Ze staan totaal niet open voor innovatie, dat heeft er voor een groot deel mee te maken dat het voor artsen risicovol is om nieuwe technologie te omarmen. Hoe gaan we chirurgen motiveren om dit alsnog te doen? Innovatie wordt op dit moment weggegooid.”

Een oplossing zou kunnen zijn om ziekenhuizen en artsen eerder bij nieuwe technieken of methodes te betrekken, alleen veel beginnende startups hebben deze connecties niet. “Voor grote bedrijven is dat niet zo’n probleem, zij hebben ingangen bij verschillende partijen en hebben ervaring met het opzetten van klinische studies. Starters komen niet bij artsen aan tafel en kennen over het algemeen de routes niet”, vult Heikki Kallasvaara aan. Kallasvaara is adviseur voor de Finse regio Uusimaa, waar Helsinki de hoofdstad van is. Volgens hem zou het een goed idee zijn om academische ziekenhuizen en onderzoekscentra van labels te voorzien zodat startups meer inzicht hebben waar ze terecht kunnen voor bijvoorbeeld darmonderzoek. “Dit heeft als voordeel dat het inzichtelijker wordt. Maar hoe ga je bepalen waar zo’n label aan moet voldoen? En dit lost nog steeds het probleem van funding en gebrek aan kennis rond regelgeving niet op, daar zouden kleine ondernemingen veel meer ondersteuning in moeten krijgen. Want er komt gewoon ontzettend veel kijken bij het opzetten van gedegen klinische studies.”

Deens voorbeeld om van te leren

Om startups te ondersteunen bij het opzetten van een klinische studie heeft Denemarken Clinical Trials Denmark. Hier krijgen onderzoekers of startups binnen vijf dagen antwoord of het zin heeft een studie te beginnen en zo ja, welke ziekenhuizen of onderzoekscentra daar het best voor geschikt zijn. Verdeeld over vijf verschillende regio’s proberen ze startups te helpen met subsidie aanvragen, contracten en mogelijke investeerders. “We hebben een netwerk door heel het land en op basis daarvan kunnen we een inschatting maken en partijen in contact brengen met ziekenhuizen met de juiste expertise”, vertelt Anja Storgaard. Storgaard kijkt met belangstelling naar CTCM in Maastricht, waar zo’n 35 mensen werken. Hier kunnen onderzoekers of onderzoeksinstellingen, maar ook bedrijven aankloppen voor ondersteuning bij onderzoek. Storgaard: “Het is hier veel uitgebreider dan in Denemarken, wij hebben per regio twee tot vijf medewerkers die van alles moeten regelen, contacten met investeerders, contacten met ziekenhuizen, aanvragen, contracten en dan komt daar ook het juridische deel nog bovenop. Dit is voor ons erg leerzaam om te zien.”  

Anderen zijn juist weer onder de indruk van de manier waarop ze bij het Brightlands Valorisation Center omgaan met privaat-publieke samenwerkingen. Waar in Polen na afloop van dit soort projecten kennis verloren gaat, proberen ze in Maastricht al tijdens samenwerkingstrajecten te kijken naar manieren om kennis te vermarkten. Yvo Graus is business developer bij de Health Campus: “Het lastige hieraan is dat je van te voren niet weet wat de uitkomsten zullen zijn, maar daarom proberen we tijdens dit soort trajecten al rekening te houden met mogelijke uitkomsten. We kijken naar vervolgstappen om een product of techniek verder te ontwikkelen. Hoe ga je IP-rechten verdelen? Kun je een licentie verkopen bijvoorbeeld? Hiervoor zoek je de juiste mensen aan boord.”  

Iedere deelnemende regio schrijft een actieplan waarin aanbevelingen staan die het beleid rond medische innovatie moeten gaan verbeteren. Het Europese samenwerkingstraject loopt nog tot 2022 en er is ruim 1,5 miljoen euro voor uitgetrokken.

Het bericht Medische startups hebben meer begeleiding nodig: “Innovatie wordt op dit moment weggegooid” verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/medische-startups-hebben-meer-begeleiding-nodig-innovatie-wordt-op-dit-moment-weggegooid/feed/ 0
Big Data Matters: wat is er mogelijk met data? https://innovationorigins.com/nl/big-data-matters-wat-is-er-mogelijk-met-data/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=big-data-matters-wat-is-er-mogelijk-met-data https://innovationorigins.com/nl/big-data-matters-wat-is-er-mogelijk-met-data/#respond Wed, 20 Mar 2019 07:30:17 +0000 https://innovationorigins.com/?p=167815 Steeds meer mensen leggen zonnepanelen op hun dak. Maar hoeveel zijn het er precies? Waar liggen de meeste zonnepanelen? Precieze statistieken zijn er niet en kaarten zijn vaak niet compleet. “Er is wel een register, maar het is niet verplicht om zonnepanelen hier aan te melden”, vertelt Sofie de Broe, scientific director bij CBS. In […]

Het bericht Big Data Matters: wat is er mogelijk met data? verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
Steeds meer mensen leggen zonnepanelen op hun dak. Maar hoeveel zijn het er precies? Waar liggen de meeste zonnepanelen? Precieze statistieken zijn er niet en kaarten zijn vaak niet compleet. “Er is wel een register, maar het is niet verplicht om zonnepanelen hier aan te melden”, vertelt Sofie de Broe, scientific director bij CBS.

In het Forum van de Brightlands Smart Services Campus in Heerlen komen mensen uit het onderwijs, bedrijfsleven en overheid samen om te praten over het belang van big data en hoe hiermee op een goede manier om te gaan. Het CBS Center for Big Data Statistics (CBDS) organiseert voor de tweede keer het seminar Big Data Matters. Wat speelt er allemaal op dit gebied? Wat zijn de nieuwste ontwikkelingen?  En wat kun je allemaal met big data? Tijdens deze bijeenkomst laten verschillende partijen zien waar ze mee bezig zijn en waar ze tegenaan lopen.

De Broe: “Hierdoor zijn cijfers niet compleet. We zijn nu bezig om met deep learning een model te ontwikkelen dat via sattelietfoto’s in kaart brengt waar zonnepanelen liggen. Hiervoor worden verschillende algoritmes getraind door datawetenschappers, die op de pixel nauwkeurig zonnepanelen op daken invoeren. Een hels karweitje.” Deze statistieken zijn volgens de Broe nodig omdat zonnestroom steeds belangrijker wordt de komende jaren: “Je moet er als overheid of als bedrijfsleven iets zinnigs over kunnen zeggen. Dat gaat alleen met objectieve cijfers. Zeker nu we moeten overstappen naar andere vormen van energie is het belangrijk om goede statistiek hierover te hebben.”

Hoe verplaatsen mensen zich door Nederland?

Een ander project waar het CBS met verschillende partners aan werkt, brengt in kaart hoe mensen zich bewegen door Nederland. Hiervoor gebruiken ze geanonimiseerde zendmastdata van T-Mobile. “Telefoons maken verbinding met de mast die het dichtst in de buurt is, wanneer iemand zich verplaatst, maakt de telefoon weer verbinding met een andere mast. Op die manier is vrij nauwkeurig in kaart te brengen waar personen zich bevinden en hoe ze zich verplaatsen”, legt Guido Diepen, data-analist bij T-Mobile uit. Maar met deze ruwe data mag niets worden gedaan. May Offermans is bij het CBS verantwoordelijk voor alle projecten rond mobiele data. “Gegevens die we gebruiken mogen nooit terug te leiden zijn naar personen, daarom worden de data geanonimiseerd en bundelen we verplaatsingen in groepjes van minimaal vijftien, verplaatsingen kleiner dan dat getal worden niet meegenomen”, verzekert Offermans.

Hier een interactieve weergave.

Met deze gegevens kunnen gemeentes beter inschatten hoe druk het ergens wordt, waar toeristen naartoe gaan en hoe het openbaar vervoer geregeld moet worden. “Als CBS zoeken we constant de samenwerking om nieuwe databronnen te ontsluiten. Op deze manier maken we statistiek waar de samenleving iets aan heeft”, zegt Offermans.

Mag een gemeente alle data zomaar gebruiken? Lees hier meer.

In Amsterdam bijvoorbeeld, gebruikt de gemeente zendmastgegevens, google-locatiedata, CBS-gegevens en prullenbakken die verbonden zijn met internet om vuilniswagens efficiënter in te zetten. Dit is onderdeel van het Amsterdam Smart City project, een living-lab waar allerlei pilots lopen rond data. Ron van der Lans, programma manager open en big data bij dit project, zegt: “Afvaldiensten gaan geen traditionele routes meer rijden, maar halen vuil op, op basis van de drukte in de stad. Ook andere diensten kunnen hiervan profiteren. Samen met verschillende partners uit het bedrijfsleven en het CBS zetten we een data-ecosysteem op dat meer private-data publiekelijk maakt. Daarmee willen we niet alleen problemen in kaart brengen, maar ook werken aan modellen die oplossingen voor problemen bieden.”

Kijkt Big Brother altijd mee?

Maar zitten we te wachten op een samenleving waarin alles wordt gemonitord? Hoe zit het met privacy? Diederik Jekel, natuurkundige, wetenschapsjournalist en zelfverklaard oppernerd zet zich in om wetenschap toegankelijker te maken, hij denkt dat communicatie rond big data een belangrijk onderdeel van de oplossing is. “Het is een vaag en abstract onderwerp, dat maakt het voor veel mensen eng. Hierover moeten we in gesprek gaan.”

Maar dat wil volgens hem niet zeggen dat we er niets mee moeten doen: “We zitten midden in een wetenschappelijke revolutie, de snelheid van vooruitgang is ongekend. Zelfs nerds hebben hier moeite mee, er komt zoveel nieuwe informatie beschikbaar dat sommige wetenschappers 32 uur per week moeten bijlezen om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen in hun vakgebied. Waar moeten ze die tijd vandaan halen? Pc’s of systemen zijn veel beter dan mensen in het verwerken van grote hoeveelheden data. Het vertalen hiervan is en moet ook altijd mensenwerk blijven.”

Wat kun je oplossen met big data?

Er kunnen mooie oplossingen uikomen denkt hij: “We maken steeds meer gebruik van zonne- en windenergie. Dat is goed, maar het energienetwerk is hier niet op voorbereid. Het huidige netwerk is ingesteld op een constante stroom van energie, maar de wind waait niet altijd en de zon gaat onder, dus de energietoevoer fluctueert. De komende tien tot vijftien jaar wordt hierdoor het netwerk steeds instabieler. Grote blackouts gaan er echt komen. Maar misschien kunnen we dat voorkomen door decentralisatie en grote hoeveelheden data – uit slimme thermostaten, wasmachines en andere apparaten- te bundelen. Dat een model uitrekent wanneer de buurman z’n wasmachine aanspringt of wanneer het nodig is om energie tijdelijk lokaal op te slaan. De enige constante in deze tijd is verandering, big data geeft mogelijkheden om in deze chaos mogelijk wat controle aan te brengen. Maar hierin moeten we ook eerlijk durven zijn en zeggen dat we het soms niet weten. Dat we fouten gaan maken, staat vast. We moeten hierover het gesprek blijven aangaan.”

Jekel ziet dat het gesprek wel gevoerd wordt, maar op de verkeerde manier. Het heeft geen zin om mensen die ergens bang voor zijn te overtuigen met nog meer informatie. “We moeten weer leren luisteren met zijn allen, waar komt iemands emotie vandaan? Wie van jullie vindt het een slecht idee als we een pil uitvinden die bepaalde herinneringen uitwist?” Hij telt de handen in de zaal en gaat dan verder: “Dat zijn er nogal wat, ethisch snap ik het. Maar wat nou als ik jullie vertel dat er militairen zijn die staan te springen om zo’n pil om de gruwelijke dingen die ze hebben gezien te kunnen vergeten. Vinden jullie het dan nog steeds een slecht idee?” Een stuk minder mensen steken hun hand op. “Het gaat erom welk verhaal je erbij vertelt. Dat geldt ook voor big data en algoritmes, we moeten daar met zijn allen de komende tijd over nadenken. Ons open stellen voor wat mogelijk is en zo transparant mogelijk zijn over wat er gebeurt met data.”

Het bericht Big Data Matters: wat is er mogelijk met data? verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/big-data-matters-wat-is-er-mogelijk-met-data/feed/ 0
Scannexus: dieper het brein induiken met MRI https://innovationorigins.com/nl/scannexus-dieper-het-brein-induiken-met-mri/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=scannexus-dieper-het-brein-induiken-met-mri https://innovationorigins.com/nl/scannexus-dieper-het-brein-induiken-met-mri/#respond Thu, 14 Mar 2019 07:00:39 +0000 https://innovationorigins.com/?p=167368 Een constant gezoem vult de ruimte, in het midden staat een grote ronde buis met een gat erin. Een MRI-scanner. Vandaag kijken we achter de schermen bij Scannexus in Maastricht. In dit onderzoekscentrum kunnen onderzoekers, clinici en ondernemers terecht om een antwoord te vinden op een vraag, van alzheimer tot knieonderzoek. Het kan er allemaal. […]

Het bericht Scannexus: dieper het brein induiken met MRI verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
Een constant gezoem vult de ruimte, in het midden staat een grote ronde buis met een gat erin. Een MRI-scanner. Vandaag kijken we achter de schermen bij Scannexus in Maastricht. In dit onderzoekscentrum kunnen onderzoekers, clinici en ondernemers terecht om een antwoord te vinden op een vraag, van alzheimer tot knieonderzoek. Het kan er allemaal.

Scannexus helpt bij het opzetten van een onderzoek, verwerkt data of haalt experts op andere gebieden erbij. Hiervoor werken de onderzoekers samen met verschillende onderzoeksgroepen aan de Universiteit van Maastricht of andere Europese onderzoekscentra. Job van den Hurk is neurowetenschapper en data-scientist bij het onderzoekscentrum. Hij vertelt trots over de MRI-scanners in het gebouw. Drie in totaal, van 3 Tesla, 7 Tesla en 9.4 Tesla. (Tesla is een eenheid die aangeeft hoe sterk een magnetisch veld is. Ter vergelijking: een gewone koelkastmagneet is 0,005 tesla.) “Oh en een dummy scanner. Die gebruiken we om kinderen alvast te laten wennen aan stil liggen”, vertelt van den Hurk. “Verder niet zo spannend.” Hij trekt de deur achter zich dicht en loopt door de gang naar waar het hem om te doen is. Een 9.4 Tesla MRI-scanner. “Hiervan zijn er maar een stuk of tien op de wereld. Hoe vet is het dat er eentje hier staat?”

Hoe werkt MRI?

MRI staat voor magnetic resonance imaging, een magnetisch veld wordt opgewekt volgens het natuurkundige principe van inductie waarbij stroom door draden in een spoel wordt gestuurd. “Deze draden zijn aan elkaar verbonden, hierdoor gaat de stroom rond. Maar hierdoor krijg je weerstand en ontstaat ontzettend veel warmte. Dat zou zoveel energie kosten dat heel Zuid-Limburg zonder stroom zou zitten, daarom doen we het anders”, lacht Job van den Hurk. “Wanneer je de spoel onder een bepaalde temperatuur brengt, ontstaat supergeleiding, dat wil zeggen dat de weerstand compleet wegvalt en de elektrische spanning blijft rondstromen zonder dat hiervoor extra stroom nodig is. Hierdoor ontstaat het magnetisch veld. De spoelen worden gekoeld met vloeibaar helium – tot -273 graden celcius- om het magnetisch veld in stand te houden.”

In de scanner reageren deeltjes binnen de kernen van waterstofatomen die zich overal in het lichaam bevinden, op het magnetisch veld van de MRI-scanner. Net als de naald van een kompas richten de deeltjes in de kernen zich op het magnetischveld. Omdat we voor een groot deel uit water bestaan, gebeurt dit in heel het lichaam. Deze magnetische trillingen worden door een andere spoel in het apparaat opgevangen. Vervolgens maakt een computer van die trillingen een 3D-opname.

In de fietsenkelder

Het begon allemaal zo’n zes jaar geleden in de fietsenkelder van de faculteit psychologie. “Eerst vooral voor eigen onderzoek, maar er kwamen steeds vaker andere aanvragen. Zo is het langzamerhand uitgegroeid tot Scannexus. De oude scanner staat er niet meer, die is inmiddels ingeruild voor een nieuw exemplaar van 3 Tesla”, aldus van den Hurk. Dan lachend: “Tesla heeft niets met de auto te maken, maar met de sterkte van de magneet. In ziekenhuizen vind je scanners tussen de 1.5T en 3T. Deze 1.5T wordt vooral gebruikt om een diagnose te stellen bij bijvoorbeeld schade aan banden en pezen van gewrichten. Hersenscans in het ziekenhuis worden meestal gedaan in een 3T-scanner, hierop kun je het verschil tussen grijze en witte-hersenstof zien, hiermee kun je ziektes als MS diagnostiseren.”

Dieper het brein in

Maar wil je nog dieper in het brein duiken dan heb je hier 7T voor nodig. “Dit is waar het echt interessant wordt”, van den Hurk kruipt achter een scherm en opent een hersenscan. “Kijk, met dit soort afbeeldingen kun je alle zes buitenste lagen van het brein zien. Voor diagnose zijn deze beelden veel te complex en nemen ze te veel data in beslag. Maar daar komt verandering in, in Europa en Amerika mogen de scanners officieel gebruikt worden voor diagnoses. Ook de rekenkracht van computers neemt toe, hierdoor wordt het bedienen en uitlezen van afbeeldingen steeds minder complex. Over een paar jaar is dit de standaard. Ook omdat MRI – in tegenstelling tot röntgen – geen schadelijke gevolgen voor patiënten heeft.”

Van den Hurk opent het vertrek met het pronkstuk van het onderzoekscentrum. Een magneetbuis van zo’n 50.000 kilo vult de ruimte. “De magneet is zo sterk dat er een kooi met zo’n 600 ton staal omheen gebouwd is, als die er niet zou zijn, zouden alle auto’s op het parkeerterrein buiten, zo door de muur heenkomen”, vertelt hij met een grijns. Dit apparaat maakt beelden van de hersenen of het ruggenmerg die zo’n hoge resolutie hebben dat onderzoekers er dingen op kunnen zien die normaal gesproken alleen met een microscoop zichtbaar zijn. Van den Hurk: “De hersenen bestaan uit laagjes en door de combinatie van het hoge contrast en de resolutie, kun je sub-lagen van elkaar onderscheiden en veel dieper in het brein kijken. Het levert fascinerende 3D-beelden op.”

Het grote voordeel van zo’n sterke scanner is dat onderzoekers niet langer in weefsel hoeven te snijden of een dood brein hoeven te onderzoeken. “Het open snijden van schedels om een monster voor onder de microscoop te krijgen, is hiermee verleden tijd. Bovendien is een levend brein veel interessanter om naar te kijken, je ziet structuren die je normaal niet ziet. Je kunt zien hoe groepen neuronen met elkaar communiceren en dat kun je vervolgens vergelijken”, vertelt van den Hurk.

Muren doorbreken

Maar het zijn niet alleen de ‘gave scanners’ die belangrijk zijn voor het onderzoekscentrum. “De onderzoeksvragen die hier voorbij komen zijn zo complex dat je meerdere discipline’s nodig hebt om tot een oplossing te komen. Wat je voorheen zag was dat hersenwetenschappers weinig weet hadden van waar bijvoorbeeld biologen mee bezig waren. Wij proberen die muren te doorbreken door met meerdere faculteiten of verschillende onderzoekers samen te werken. Hierdoor leer je van elkaar en ontstaan nieuwe ideeën om bijvoorbeeld ziektes te behandelen.”

Een van de onderzoeken dat nu loopt, zoekt een antwoord op de vraag hoe het komt dat sommige mensen altijd het gevoel hebben dat ze moeten plassen. “Hoe dat precies in de hersenen werkt is nog onduidelijk, door gezonde mensen onder de scanner te leggen en hun blaas via een slangetje vol te laten lopen, hopen we hierachter te komen. Ze moeten op een knop drukken als ze voelen dat hun blaas vol zit, op die manier zien onderzoekers welke gebieden in het brein oplichten. Hetzelfde principe wordt herhaald met mensen die een blaasprobleem hebben om te kunnen vergelijken. Door de data uit dit onderzoek te koppelen aan de expertise van urologen, denken we sneller een oplossing te kunnen vinden”, aldus van den Hurk.

Het bericht Scannexus: dieper het brein induiken met MRI verscheen eerst op Innovation Origins.

]]>
https://innovationorigins.com/nl/scannexus-dieper-het-brein-induiken-met-mri/feed/ 0