Van links naar rechts: de minister-president van Saksen Michael Kretschmer, Kanselier Angela Merkel, Bosch-ceo Volkmar Denner, eurocommissaris Margrethe Vestager en Bosch-bestuurslid Harald Kröger


“Kleine Chips, die Großes leisten.” Dat was een van de superlatieven waarmee het Duitse technologiebedrijf Bosch deze week uitpakte om het belang te onderstrepen van zijn nieuwe fabriek in Dresden. De chipfabriek is volgens bestuursvoorzitter Volker Denner een van de modernste ter wereld. Er is 1 miljard euro in geïnvesteerd, het hoogste bedrag ooit voor de Stuttgarters. En het is een lichtpuntje voor de auto-industrie, die al maanden te kampen heeft met grote chiptekorten.

Dat is ook een van de redenen waarom Bosch er alles aan heeft gedaan om de productie naar voren te halen. Het was eigenlijk de bedoeling dat de fabriek pas eind dit jaar zou starten. Dat wordt nu zes maanden eerder.

In juli rollen de eerste chips van de band, wat voor Bosch essentieel is, want het is een van de grootste automobieltoeleveranciers ter wereld. Het bedrijf maakt van alles van versnellingsbakken tot remsystemen. En voor al die onderdelen zijn microchips nodig.

Meld je aan voor onze Nieuwsbrief!

Je wekelijkse innovatie overzicht: Elke zondag onze beste artikelen in je inbox!

    Koningsdiscipline

    Volgens Denner versterkt Bosch met de fabriek zijn positie als de wereldwijde nummer zes op het gebied van chips voor de auto-industrie. Dat is volgens divisieleider Harald Kröger de “koningsdiscipline”, omdat chips voor auto’s niet alleen complex zijn, ze moeten ook extreme temperaturen en schokken kunnen weerstaan.

    Europa is sowieso goed in microchips voor auto’s. Marktleider is het in Nederland gevestigde NXP, het Duitse Infineon is de nummer twee. Denner denkt dat met de fabriek in Dresden “de druk op de automobielsector iets zal afnemen”. Toch windt hij er geen doekjes omheen. “Er staan ons nog moeilijke maanden te wachten. Normalisatie bij de tekorten verwachten wij pas in 2022.”

    Silicone Saksen

    In Brussel en Berlijn werd er opgetogen gereageerd op de opening van de fabriek. De regering in Berlijn hoopt dat “Silicon Saxony” er een boost door krijgt. Het gebied rondom Dresden probeert al jaren een centrum te worden voor de micro-elektronica. En dat lukt ook aardig. Er wordt geschat dat er nu zo’n 2300 halfgeleiderbedrijven actief zijn die werk bieden aan 60.000 mensen. De omzet van deze bedrijven gaat richting de 17 miljard euro per jaar.

    “In Dresden begint een nieuw tijdperk voor de micro-elektronica”, zei minister van economische zaken Peter Altmaier. Zijn ministerie heeft de Bosch-fabriek ondersteund met ongeveer 200 miljoen euro, omdat het een “Important Project of Common European Interest” (IPCE) is.

    Een wafer van Bosch

    De Europese Commissie staat hier volledig achter. Het is geen geheim dat Brussel zich grote zorgen maakt over de steeds grotere afhankelijkheid van Europa voor microchips uit het buitenland. Zo is het aandeel van Europese producenten in de halfgeleidersector gedaald van 44% in 1990 tot 9% in 2020, blijkt uit cijfers van de brancheorganisatie.

    De echt grote spelers in de chipindustrie zitten in de VS, Zuid-Korea en Taiwan, terwijl ook China aan het opkomen is. EU-commissaris Margrethe Vestager ziet de Bosch-fabriek daarom als een investering die “Europa als bakermat voor topinnovaties versterkt”.

    Volgens Denner is het overigens een illusie om te denken dat Europa onafhankelijk kan worden van de rest van de wereld. Dat is ook helemaal niet interessant. “Het gaat er niet om alles te kunnen. Het is veel belangrijker dat Europa een aantal dingen doet waar het het beste in is.” Het Nederlandse ASML is daar met zijn lithografiemachines een voorbeeld van. Bosch is naast autochips ook sterk in zogenoemde MEMS, of micro-elektromechanische systemen. Zo heeft ieder zijn specialisme.

    Wafers

    Wat de fabriek in Dresden zo bijzonder maakt, zijn volgens Kröger niet alleen de microchips, het gaat bijna nog meer om het proces, waarbij kunstmatige intelligentie en het “internet of things” met elkaar worden gecombineerd (AIoT). Dat levert een sterk geautomatiseerde productie op waarbij apparaten constant met elkaar (en mensen) communiceren en als het goed is daar steeds beter in worden.

    Wat Bosch in Dresden gaat maken zijn wafers met een doorsnee van 300 millimeter en een dikte van 60 micrometer, war dunner is dan een haar. Wafers zijn een soort ronde platen van monokristallijn halfgeleidermateriaal, meestal silicium. Op elke 300 mm-wafer passen 31.000 chips. Tot nu toe maakte Bosch alleen wafers van 150 mm en 200 mm.

    Met de wafers zijn de microchips natuurlijk nog niet klaar. De chips moeten daarna worden bewerkt voor hun finale bestemming. Ze worden in de auto bijvoorbeeld gebruikt voor het verwerken van data van sensoren. Als het regent moet de ruitenwisser aan, bij een botsing moet de airbag opengaan, bij een steile helling moet er worden geschakeld. Zo zijn er honderden voorbeelden waarbij microchips informatie verwerken en doorgeven.

    “Er zijn drie factoren die de vraag naar chips voor de automobielsector de komende jaren zullen opzwepen: het elektrische rijden, infotainment en autonoom rijdende auto’s ”, zegt Krause. Volgens hem steekt er over twee jaar in elke auto voor circa 600 euro aan micro-elektronica. Dat is ongeveer vijf keer zoveel als eind vorige eeuw.

    Hier een link naar de persconferentie.

    Steun ons!

    Innovation Origins is een onafhankelijk nieuwsplatform, dat een onconventioneel verdienmodel heeft. Wij worden gesponsord door bedrijven die onze missie steunen: het verhaal van innovatie verspreiden. Lees hier meer.

    Op Innovation Origins kan je altijd gratis artikelen lezen. Dat willen we ook zo houden. Heb je nou zo erg genoten van de artikelen dat je ons een bedankje wil geven? Gebruik dan de donatie-knop hieronder:

    Doneer

    Persoonlijke informatie

    Over de auteur

    Author profile picture Maurits Kuypers is als macro-econoom afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam met als specialisatie internationale betrekking. Sinds 1997 is hij actief als journalist, eerst 10 jaar op de redactie van Het Financieele Dagblad in Amsterdam, daarna als freelance correspondent in Berlijn en Centraal-Europa. Bij technologische innovaties heeft hij ook altijd oog voor de financiële haalbaarheid van een project.