Innovation Origins gaat de diepte in. Naast de gebruikelijke nieuwsberichten over innovatie en technologie, spitten onze journalisten met grote regelmaat een week lang belangrijke thema’s nader uit. Ons eerste dossier gaat over start-ups die door vrouwen zijn opgericht. Lees hier alle verhalen.

Meer over dit Dossier

Dit dossier over vrouwelijke start-ups is gemaakt door Erzsó Alföldy en aangevuld met artikelen van andere auteurs van Innovation Origins. Erzsó legt uit waarom ze dit dossier geschreven heeft: 

Het is nog niet zo lang geleden dat Nederlandse vrouwen moesten stoppen met werken als ze eenmaal getrouwd waren en kinderen kregen. Terwijl mijn eigen, alleenstaande moeder destijds in mijn geboorteland en toen nog communistisch Hongarije fulltime en zelfs zes dagen in de week moest werken. Dat ze ook nog eens in een technisch beroep werkte, zou je vanuit emancipatorisch standpunt helemaal toejuichen. Toch vond mijn moeder dat zelf helemaal niet zo fijn, net zo min als veel Nederlandse vrouwen die noodgedwongen thuis zaten te verpieteren zonder hun talenten te kunnen ontplooien en zonder uitzicht op economische zelfstandigheid.

Het gaat er uiteindelijk om dat je een keuze hebt. En dat de randvoorwaarden aanwezig zijn om zo’n weloverwogen keuze te maken. Wat verder gaat – hoe belangrijk ook – dan gelijke lonen alleen. Het gaat om gelijke kansen voor mannen én voor vrouwen. En dan gaat het niet alleen om benoemingen maar ook om de onderliggende structuren. Waarom dit belangrijk is? Behalve voor de vrouwen zelf en het economische belang van het niet onbenut laten van vrouwelijk talent is ook bewezen dat meer diversiteit organisaties te goede komt.

Ik ben gefascineerd door vrouwen die werkzaam zijn in zo’n van oudsher door mannen gedomineerde werkomgeving: hoe hebben ze dat gedaan, hoe hebben ze zich er staande weten te houden? Zo heb ik eerder voor Opzij een reeks portretten gemaakt van vrouwelijke wetenschappers in het kader van het Westerdijkjaar naar aanleiding van de benoeming van de allereerste vrouwelijke hoogleraar honderd jaar ervoor. Ook heb ik de afgelopen twee jaar voor Intermediair vrouwen geïnterviewd werkzaam in beroepen die voorheen alleen mannen waren weggelegd: van voetbalinternational, boswachter, helicopterpilote bij de Luchtmacht en kapitein op de binnenvaart tot en met cardioloog, politiechef, ambassadeur en Eerste Kamerlid. Hoewel er zeker de laatste jaren in veel beroepsgroepen een kentering begint plaats te vinden en zijn voor de jongere generatie dingen al veel meer vanzelfsprekend dan voor de generatie ervoor, neem ik mijn petje af voor de moed en doorzettingsvermogen van al deze vrouwen.

Ondernemerschap: ook zo’n professie die nog steeds veelal met mannen wordt geassocieerd. Terwijl vrouwen geen betere maar ook zeker geen slechtere ondernemers zijn dan mannen, zo blijkt uit zowel onderzoek als de praktijk. Toch wordt het gros aan durfkapitaal nog steeds geïnvesteerd in start-ups gerund door mannen. Hoe komt dit? Welke onderliggende mechanismes spelen daarbij een rol? En vooral: wat moet er gebeuren om daar verandering in te brengen, om de gender investeringsgap te dichten? Tenslotte: wat zijn de ervaringen van de vrouwelijke ondernemers zelf?

Voor Innovation Origins maakte ik een rondgang langs verschillende initiatieven om durfkapitaal te koppelen aan vrouwelijk ondernemerstalent. Tevens sprak ik de oprichters van een handjevol vrouwelijke start-ups met een mooi en divers aanbod aan producten en services: van energieleverende gevelpanelen en een zoekmachine voor duurzame kledingmerken tot en met een platform voor het vinden van de juiste artiest en eentje dat kennis en netwerken aanbiedt aan andere vrouwelijke ondernemers.Een boeiende ervaring die vraagt om een vervolg!

Zeg vrouwelijk ondernemerschap, en je zegt Simone Brummelhuis. Brummelhuis is niet alleen oprichter van de TheNextWomen maar sinds kort ook medeoprichter en directeur van het Borski Fonds. Een kapitaal-investeringsfonds dat zich richt op vrouwelijke start-ups en scale-ups in een gevorderd stadium op zoek naar risico- en groeikapitaal. Is de startup in kwestie daar nog niet klaar voor? Geen probleem. ‘Het is hoe dan ook belangrijk om die in de loop te houden.’

Voorwaarden waaraan de startups moeten voldoen om aanspraak te kunnen maken op financiering zijn: minimaal een vrouwelijke oprichter en ondernemer, die minstens 5 procent van de aandelen bezit. Er moet sprake zijn van minimaal 500.000 euro omzet op jaarbasis en van voldoende potentie om verder te groeien. Ook moeten de te financieren bedrijven bijdragen aan de doelstelling van het fonds: het terugdringen van ongelijkheid. Tenslotte moet het hoofdkantoor in Nederland gevestigd zijn.

Met een budget van ruim 21 miljoen euro heeft het fonds ook aardig wat te besteden. Bedoeling is dat met het bedrag 10 tot 15 bedrijven in de komende vijf jaar verder kunnen worden ontwikkeld. Het fonds is echter ‘growing business’, en het oorspronkelijke budget neemt ondertussen gestaag toe. En dat is goed nieuws voor het op 31 oktober, in aanwezigheid van koningin Máxima en DNB-directeur Klaas Knot, feestelijk gelanceerde fonds.

Genderkwesties in de belangstelling

Genderkwesties, vanaf de MeToo beweging tot en met de discussies over vrouwenqouta en gelijke lonen en nu dus ook de investeringskloof, staan momenteel middenin de belangstelling. Een geval van de juiste timing?

‘Je hebt altijd pioniers nodig die de weg bereiden. Je had tien jaar geleden al dezelfde inzichten, er waren toen ook al allerlei rapporten over het onderwerp verschenen. We hebben met TheNextWomen dan ook meerdere keren op de voorpagina van het FD gestaan. Toch was het probleem inderdaad een stuk minder zichtbaar. Maar als er op een gegeven moment allerlei mensen zich met hetzelfde probleem gaan bemoeien die vinden dat er iets moet gebeuren, komt opeens zoiets echt op gang.

We zijn al in 2010 met TheNexWomen begonnen met het koppelen van vrouwelijke ondernemers aan kapitaal maar ook business angels, informele investeerders die hun eigen privévermogen in een onderneming steken.

Raad en daad

We hebben toen in 2014 met 75 vrouwelijke investeerders een startersfonds opgericht met een budget van 1 miljoen, waarmee we 30 vrouwelijke ondernemers op weg zouden kunnen helpen. We koppelden ze ook aan andere investeerders, en stonden ze met raad en daad bij. En we organiseerden ook al heel snel allerlei pitch-events.

De vraag naar groeikapitaal was toen echter nog niet zo groot als nu, die is in de tussentijd echt vele malen groter geworden. Tegen 2018 was de investeringsvraag uitgegroeid tot 140 miljoen euro! Daarvoor was ons fonds te klein. Dat moest dus groter. Afgelopen jaar was het moment daar om weer een stap verder te zetten. We hebben toen een programma in juni 2019 gelanceerd om ondernemers met de banken voor de lening-kant bij elkaar te brengen. Vervolgens hebben Laura Rooseboom, directeur van StartGreen Capital en ik in oktober 2019 het Borski Fonds opgestart.’

Waar komt het investeringsgeld in het fonds vandaan?

‘Die oorspronkelijke 21 miljoen euro is bijeengebracht door de drie grote Nederlandse banken ING, Rabobank en ABN-Amro, goed voor ieder 5 miljoen euro, aangevuld met geld van Van Lanschot Bankiers en investeringskapitaal van family offices en 22 particuliere investeerders. Zowel vrouwelijke al mannelijke. Het zijn vaak mannen die zelf kinderen hebben. Dochters, die aan een technische universiteit studeren. Waardoor ze opeens gaan denken: hee, hoe moet het straks met mijn dochter, als zij eenmaal klaar is met haar studie?

Foto Borski Fonds

Het mooiste zou zijn als de overheid op een zeker moment instapt en geld in het fonds gaat steken. Maar zoals Máxima (pleitbezorger namens de VN van inclusieve financiering en ontwikkeling, red) het tijdens onze lanceringsevent aanstipte, is dat in Nederland, in tegenstelling tot andere landen zoals GB en de VS, nog niet evident . Omdat Nederland – net als de EU – binnen de politiek geen doelgroepenbeleid kent. Daar liep ik ook met TheNextWomen ook tegenaan. Terwijl de VN vrouwenrechten en het empoweren van vrouwen als één van de Sustainable Development Goals (SDG’s) heeft vastgesteld.’

Op wat voor soort ondernemingen richten jullie je met het Borski Fonds?

‘Daarvoor kijken wij naar de innovatieve bedrijven: waar zitten die? Dan zie je al gauw dat het gaat om onderwerpen met een female touch: zoals innovatieve of duurzame oplossingen op het gebied van werk en HR, educatie, gezondheid, zorg, en fashion tech maar ook producten gericht op het vrouwelijk lichaam. Onderwerpen die door mannelijke investeerders vaak niet meteen worden begrepen. Maar diep technische innovaties zien we ook steeds meer. Er gebeuren heel veel goede dingen. Het is ook belangrijk dat innovaties door vrouwen worden gestimuleerd. Het is uiteindelijk namelijk een wisselwerking: als daar geen geld voor vrij komt, komen ze ook niet op de markt.’

Wat willen jullie met het fonds bereiken?

‘We merken dat we steeds meer naamsbekendheid krijgen. Zo weten PhD’s van TU Delft en Eindhoven en Wageningen Universiteit inmiddels ook de weg naar ons te vinden. We krijgen steeds meer aanvragen binnen voor financiering. Maar als een startup daar nog niet rijp voor is, kan ik die altijd nog doorsturen naar het team van TheNextWomen. Daar worden ze wat meer aan de hand genomen, bijvoorbeeld bij het schrijven van het ondernemingsplan.

Wat ik daar heel leuk aan vind? Dat je mensen niet hoeft af te wijzen. Je kunt tegen ze zeggen: doe nog even dit of dat, en kom dan terug. Daarmee blijven ze in ieder geval in de loop. Op die manier bouw je een vertrouwensrelatie op met elkaar. Zo’n vertrouwensband is heel belangrijk bij investeringen. Door in de aandelen van een bedrijf te beleggen heb je tenslotte ook een zakelijke relatie met elkaar. De ondernemers die succes hebben worden straks angel investors.

Het is belangrijk dat er meer angel investors komen. Omdat die een laag vormen tussen de beginnende bedrijven en de grote fondsen. Dat zijn vaak ondernemers die zelf op die manier zijn begonnen, maar ondertussen hun bedrijf hebben verkocht en weer geld investeren in andere beginnende ondernemingen. Op die manier creëer je een ecosysteem, ook voor de volgende generatie.’