De aanblik van het ‘opgedirkte klapvee’ waarover Ton van Haperen schrijft in zijn nieuwe, spraakmakende boek over de ‘vernieling’ van de Nederlandse school, herinner ik me nog goed.
Sterker nog: ook ik zat tussen dat ‘vee’.

Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) in Tilburg vierde in 1991 het 75-jarig jubileum. Één van de gasten, dat was ik.

Schoolbestuurders, zoals ik jarenlang was, zijn ‘…amateurs, belastinggeldkwijtmakers, regenten, absolute vorsten,..’ en zo nog wat van dat moois schrijft van Haperen nu.
Kennelijk geen verantwoordelijkheid waaraan veel eer te behalen is.
Overigens ontleende ik er oprecht veel arbeidssatisfactie aan.

In zijn nieuwste boek beschrijft van Haperen met journalistieke precisie zijn wel en wee in zo’n dertig jaar Voortgezet Onderwijs. Vooral het wee buiten zijn Eerselse klaslokaal en het wel tijdens de uitoefening van zijn functie als docent.

Veel is herkenbaar.
Dat er veel te weinig academisch gevormde leraren in de scholen werkzaam zijn.
Over de ambachtelijke kwaliteit én professionele ambitie die het leraarschap vraagt.
Het plezier in de omgang met leerlingen en de klik met de klas tijdens een les die goed in elkaar zit.
Kunnen omgaan met pubers en adolescenten: het werkt aanstekelijk en maakt je vrolijk.
Het gemis aan voldoende maatschappelijke appreciatie voor de school. En dat ‘het onderwijs’ het er ook soms wel naar gemaakt heeft….

Zijn geloof in een nationale onderwijspolitiek met doorzettingsmacht vanuit de Haagse Hoftoren deel ik evenwel niet.
Evenmin de naïeve veronderstelling dat de overheid genoegen zou nemen met ‘n rol als geldverschaffer en beheerder.

Ik maak bezwaar tegen het bezwaar dat van Haperen maakt.
Scholen zijn niet van leraren, maar van de ‘samenleving’.

De verantwoordelijkheid voor ‘school doen’ is belegd bij schoolbesturen.

Zij worden geacht het onderscheidend profiel te bewaken. Ook op een ordentelijke planning&control en de zorg voor het béste personeel zijn zij aanspreekbaar.
Leraren laten excelleren onder leiding van creatieve en inspirerende rectoren is hun dagelijks werk.

In de ’70-er jaren van de vorige eeuw was ik verbonden aan het Eindhovense Sint-Jorislyceum. Mijn rector gaf álle ruimte die ik nodig had om me als jonge docent te ontwikkelen. Toen ik later zelf rector was op het Anton van Duinkerkencollege in Veldhoven merkte ik in wat voor een andere wereld ik was terechtgekomen.
Niks te primus inter pares of facilitator van puike kennisoverdragers.
Nee: het ging over functieschalen en formatiebudgetsystemen. Wekelijkse missives vanuit ‘Zoetermeer’ vol met regelingen en directieven.
Om elk extra dubbeltje met de pet in de hand naar het departement. Almachtige ambtenaren verkochten achteloos ‘nee’ op vanzelfsprekende ‘eisen’.

Wat ’n opluchting toen lumpsumfinanciering een einde maakte aan het distributieve centraal gereguleerde Haagse verdeelbeleid.
Er kwam ruimte voor scholen.

En dat die ruimte niet altijd even handig is gebruikt, daarover zijn van Haperen en ik het wederom eens.
Maar from scratch opnieuw beginnen en de beste leraren uitdagen om scholen te maken, dat moeten we onze leerlingen niet willen aandoen.

Er gaat teveel goed in het Voortgezet Onderwijs om van scholen zomaar publiek gefinancierde risico-ondernemingen te maken.

Pieter Hendrikse beziet “Vanaf De Hovenring” de gebeurtenissen in en soms ook buiten Eindhoven. Hij doet dat zowel vanuit zijn eigen expertise (onderwijs, sociaal/cultureel domein) als in een vrije rol.

Steun ons!

Innovation Origins is een onafhankelijk nieuwsplatform, dat een onconventioneel verdienmodel heeft. Wij worden gesponsord door bedrijven die onze missie steunen: het verhaal van innovatie verspreiden. Lees hier meer.

Op Innovation Origins kan je altijd gratis artikelen lezen. Dat willen we ook zo houden. Heb je nou zo erg genoten van dit artikel dat je onafhankelijke journalistiek wil steunen? Klik dan hier: